Ook Nederlanders lopen binnen via het Chinese Alibaba

A logo hangs on the wall at the Alibaba.com head office in Hangzhou, China, on Friday, June 8, 2007. Alibaba.com Ltd. increased the price of the biggest initial stock sale by a Chinese Internet company by almost 13 percent after investors flocked to the deal, two people familiar with the matter said. Photographer: Qilai Shen/Bloomberg News Foto Bloomberg

De grootste internetbazaar ter wereld gaat volgende week naar de beurs in New York. Het Chinese Alibaba heeft de reputatie vooral interessant te zijn voor kopers en verkopers van Chinese spullen. Dat is niet waar. De site is beschikbaar in tien talen en handelaren uit vrijwel alle landen bieden er hun waar aan. Ook tientallen Nederlandse ondernemers doen er gretig zaken, twee van hen vertellen hoe.

1. Import-export

Het kantoor van Dutch Trading Company Senel & Co. staat aan de Amsterdamse Keizersgracht, maar voor de producten moet je op Alibaba zijn. Neem de ongezouten boter van Campina. Kosten: zo’n 4.250 euro per 1.000 kilo, een zeecontainer is de minimale afname.

“Ik heb veel te danken aan Alibaba”, zegt directeur Hakan Senel (39) die zeven jaar geleden een account opende. Toen was Alibaba nog vooral een site waar van Chinese bedrijven werd gekocht.

“Ik heb bij Alibaba altijd gedacht: wat kan ik terug verkopen? Dankzij Alibaba stijgt onze omzet tot nog toe elk jaar met meer dan 100 procent.”

Senel beheerst de kunst van de wereldwijde import-export en Alibaba is zijn instrument. Onlangs verkocht hij vis uit Noorwegen ter waarde van 420.000 dollar aan een bedrijf in de Democratische Republiek Congo.

“Vroeger ging de handelaar naar Afrika. Wij zijn de nieuwe generatie, ik hoef niet meer te reizen.”

Senel gebruikt Alibaba vooral als verkoopkanaal. Dagelijks krijgt hij ongeveer honderd reacties. Hij is er handig in geworden. Verkopen aan Arabische landen doet hij niet. “Die zeggen altijd dat het te duur is.” Aan Russen en Japanners ook niet. “Die stellen te veel eisen.” En Chinezen dan? Die blijven maar praten en vragen stellen.

“Laatst verkocht ik een partij melk. En die Chinees wilde weten welke kleur het had. Wit natuurlijk. Maar dat was niet genoeg. Uiteindelijk heb ik er maar een kleurenwaaier bij gepakt die je normaal bij het schilderen gebruikt.”

Geduld loont. Door elf maanden lang vragen van een andere Chinese partij te beantwoorden wordt Senel nu de exclusieve melkleverancier, goed voor zeker vierhonderd ton per maand. Kosten? Nul euro. Senel heeft nog steeds een gratis account.

2. Viscose

Twintigduizend kilo zelfklevende folie of vijfduizend meter viscose. Mepco uit Enschede handelt in Europese ‘stocklots’: restproducties en afgekeurde spullen van andere bedrijven.

“In Europa zijn we verwend”, legt manager Bob Tieke (28) uit. Zo is een rol textiel die normaal 60 meter moet zijn, maar iets korter van de band rolt, hier niet te slijten.

“Die kopen wij op en verkopen we in Afrika, het Midden-Oosten, tot aan India en Pakistan aan toe.”

Volgens Tieke is Mepco een vrij bekende naam in die contreien. “Maar Alibaba doet inmiddels ook een behoorlijke duit in het zakje. We krijgen dagelijks leads binnen.”

Mepco is sinds 2010 actief op Alibaba, waarvan de laatste twee jaar serieus. Afgelopen week informeerden bedrijven uit China, Kameroen, België, Pakistan, Qatar, India, Hong Kong, Frankrijk, de VS en Maleisië via Alibaba naar Mepco-producten. Tieke schat dat van de gemiddeld twintig containers die Mepco per maand verhandelt, er één via Alibaba wordt verkocht.

Soms komt hij dubieuze ‘klanten’ tegen. “Uit Afrika krijg je wel eens aanvragen die vrijwel meteen uitlopen op het verzoek om een visumuitnodiging te sturen.”

Zoals veel bedrijven heeft Mepco ervoor gekozen om ‘Gold Supplier’ te worden. Dat kost meestal enkele duizenden dollars en in ruil daarvoor wordt een bedrijf door Alibaba doorgelicht en goedgekeurd.

“Dat geeft klanten zekerheid, omdat ze weten dat je een betrouwbare aanbieder bent.”