Nederlandse bedrijven die binnenlopen via Alibaba

Alibaba alleen voor Chinese spullen? Nee hoor. De site brengt handelaren wereldwijd in contact. Ook Nederlanders profiteren.

De grootste internetbazaar ter wereld gaat volgende week naar de beurs in New York. Het Chinese Alibaba heeft de reputatie vooral interessant te zijn voor kopers en verkopers van Chinese spullen. Dat is niet waar. De site is beschikbaar in tien talen en handelaren uit vrijwel alle landen bieden er hun waar aan. Ook tientallen Nederlandse ondernemers doen gretig zaken via de Engelstalige versie van het platform, drie van hen vertellen hoe.

1 Senel & Co

Het kantoor van Dutch Trading Company Senel & Co staat aan de Amsterdamse Keizersgracht, maar voor de producten moet je op Alibaba.com zijn. Neem de ongezouten boter van Campina. Kosten: zo’n 4.250 euro per 1.000 kilo, oftewel een zeecontainer vol.

„Ik heb veel te danken aan Alibaba”, zegt directeur Hakan Senel (39). Hij opende zeven jaar geleden een account toen Alibaba nog vooral een site was waar van Chinese bedrijven werd gekocht. „Ik heb bij Alibaba altijd gedacht: wat kan ik terugverkopen?”

Senel beheerst de kunst van de wereldwijde import-export en Alibaba is zijn instrument. Onlangs verkocht hij vis uit Noorwegen ter waarde van 420.000 dollar aan een bedrijf in de Democratische Republiek Congo. „Vroeger ging de handelaar naar Afrika. Wij zijn de nieuwe generatie, ik hoef niet meer te reizen.”

Senel & Co gebruikt Alibaba vooral als verkoopkanaal. Dagelijks krijgt Senel ongeveer honderd reacties, maar aan de meeste heeft hij niets. In de loop der jaren ontwikkelde hij zijn eigen routine. Verkopen aan kopers in Arabische landen doet Senel niet. „Die zeggen altijd dat het te duur is.” Aan Russen en Japanners ook niet. „Die stellen te veel eisen.”

En Chinezen dan? Die blijven maar praten en vragen stellen. „Laatst verkocht ik een partij melk. En die Chinees wilde weten welke kleur het had. Wit natuurlijk. Maar dat was niet genoeg. Uiteindelijk heb ik er maar een kleurenwaaier bij gepakt die je normaal bij het schilderen gebruikt.”

Geduld loont. Door elf maanden lang vragen van een andere Chinese partij te beantwoorden, wordt Senel nu de exclusieve melkleverancier: goed voor zeker 400 ton per maand. Kosten voor al deze deals? Nul euro. Senel heeft nog steeds een gratis account.

2 Mepco

20.000 kilo zelfklevende folie of 5.000 meter viscose. Mepco uit Enschede handelt in Europese ‘stocklots’: restproducties en afgekeurde spullen van andere bedrijven. „In Europa zijn we verwend”, legt manager Bob Tieke (28) uit.

Een rol textiel die normaal 60 meter moet zijn, maar iets korter van de band rolt? Niet te slijten in Europa. „Dat soort spullen kopen wij op en verkopen we in Afrika, het Midden-Oosten, tot aan India en Pakistan aan toe.”

Mepco is sinds 2010 actief op Alibaba, waarvan de laatste twee jaar serieus. „Alibaba doet inmiddels ook een behoorlijke duit in het zakje.” Tieke schat dat van de gemiddeld twintig containers die Mepco per maand verhandelt, er één via Alibaba wordt verkocht.

Afgelopen week informeerden bedrijven uit China, Kameroen, België, Pakistan, Qatar, India, Hongkong, Frankrijk, de VS en Maleisië via Alibaba naar Mepco-producten. Soms komt hij dubieuze ‘klanten’ tegen. „Uit Afrika krijg je wel eens aanvragen die vrijwel meteen uitlopen op het verzoek om een visumuitnodiging te sturen.”

Zoals veel bedrijven heeft Mepco ervoor gekozen om ‘Gold Supplier’ op Alibaba te worden. Dat kost enkele duizenden dollars en in ruil daarvoor wordt een bedrijf door Alibaba doorgelicht en goedgekeurd.

3 Rosiir

Mede-eigenaar Erik Leemkuil (49) van Rosiir probeert het op Alibaba met „niche fietsproducten”,bijvoorbeeld ovale tandwielen à 243 euro per set. Het bedrijf uit Bathmen bestaat nu drie jaar en is nu ruim een jaar actief op Alibaba. „Ik denk dat we er 10 procent van onze verkoop vandaan halen.”

Maar dat zegt niet alles omdat veel klanten mogelijk via Alibaba op de Rosiir-site terechtkomen en dan pas bestellen. Rosiir zit op Alibaba om de zichtbaarheid van het bedrijf te vergroten.

Dat besluit werd genomen toen er ook opeens bestellingen uit Singapore en Japan kwamen. „Nu valt op dat veel verzoeken uit Zuid-Amerika komen, maar eigenlijk is het vanuit de hele wereld.”