Het mag allemaal best wat flexibeler op de Nederlandse arbeidsmarkt

Foto iStock

Wie op zoek is naar een gunstig economisch klimaat kan het beste in Zwitserland gaan wonen en werken. Of in Singapore. Dat blijkt uit het Global Competitiveness Report van het World Economic Forum dat vorige week verscheen. In dit bekende, jaarlijkse onderzoek wordt gekeken naar het ‘concurrentievermogen’ van landen: hoe hoger een land op de lijst staat, des te waarschijnlijker het is dat de economie er snel zal groeien. Nederland staat, net als vorig jaar, op de achtste plek. Reden om blij te zijn?

In principe wel, zegt Henk Volberda die het onderzoek namens Nederland uitvoerde. “Er doen 144 landen mee, dus het is mooi als je in de top-10 staat.” De hoogleraar strategische marketing aan de Erasmus Universiteit ziet duidelijke verbeteringen ten opzichte van vorig jaar, bijvoorbeeld op het gebied van innovatie. “Nederlandse bedrijven investeren meer in onderzoek en ontwikkeling dan een paar jaar terug en werken steeds vaker samen met kennisinstituten.”

Nederland moet weer terug in de top-5

Als het aan het kabinet ligt, staat Nederland binnen enkele jaren weer in de top-5, net als in 2012. Om dat te bereiken zijn volgens Volberda hervormingen nodig. “Onze grootste zwakte is dat we een heel stugge arbeidsmarkt hebben. Om economische groei te realiseren moeten bedrijven kunnen groeien, maar je ziet nu dat ondernemers twijfelen. Ze denken: als ik mensen ga aannemen, kom ik moeilijk van ze af.”

Ook moet het makkelijker worden om kredieten te krijgen, met name voor bedrijven voor bedrijven in het midden- en kleinbedrijf. En het loonstelsel kan flexibeler: “De lonen worden nu veelal centraal bepaald. We hebben cao’s die niet voor één bedrijf gelden, maar voor een hele sector. Je zou willen dat bedrijven die goed lopen de ruimte hebben om de lonen iets te verhogen. En dat als het minder gaat, ze dit makkelijk weer naar beneden kunnen bijstellen. Dat is in Nederland nu heel lastig.”

Hoewel innovatie volgens Volberda een “topprioriteit” moet blijven, heeft hij wel een kanttekening. “Je kunt als land wel heel innovatief zijn, maar je hebt ook een gekwalificeerde beroepsbevolking nodig om ervoor te zorgen dat het allemaal wordt uitgevoerd.” Daarin kunnen ook werknemers best hun verantwoordelijkheid nemen, zegt de hoogleraar. “Mensen moeten investeren in hun eigen opleiding en ontwikkeling en zorgen dat ze voldoende worden voldoende bijgeschoold. Er is nu bijvoorbeeld een groot tekort aan goed opgeleide ICT’ers. Daar kunnen we best op inspelen.”