Het circus rockt tot in de nok

Gespierde schoonheid van acrobaat Augusts Dakteris die tijdens zijn act met fakkels speelt. Foto Richard Davenport

Zitplaatsen zijn er niet. Bianco, de show van het NoFit State Circus uit Wales die dezer dagen wordt vertoond in de Botanische Tuinen in Utrecht, speelt zich af in het midden van de hoge tent. Het publiek staat en loopt er in een hele of halve cirkel omheen, gestuurd door de belichting die telkens ieders aandacht naar de volgende speelplek trekt. En daar verrijst dan weer het volgende bouwsel voor het volgende nummer. Vaak hoog in de nok, maar soms ook, bijna slapstickachtig, met het hele, multidisciplinaire ensemble – hangend, draaiend, klauterend, klimmend en buitelend.

Bianco is een acrobatenspektakel in de traditie van Cirque du Soleil, maar dan zonder de opsmuk. Dit is ruig en robuust, terwijl een vierkoppige band de bezoekers effectief meesleept met een aanstekelijk mengsel van rock en jazz met een scheurende sax, behaaglijke folk en etherisch gezongen ballads. Het resultaat, hecht aaneengesmeed door regisseur Firenza Guidi, is een schouwspel dat uitblinkt in gespierde schoonheid. Met een jongleur die zijn balletjes lijkt te hypnotiseren, een koorddanser die van de ene draad op de andere springt en zodanig in balans blijft dat hij zich ook nog van zijn pantalon ontdoet, een trapezewerker die een brandende fakkel mee naar boven neemt, een acrobate die haar handstanden in een huiskamerdecortje verricht, en heel veel andere attracties. Zoals een bont en burlesk ensemblenummer waarin de duikvluchten op de trampolines de suggestie oproepen van een zwembad in vol bedrijf.

Extra bijzonder is het effect dat de spelers voortdurend dienst doen als elkaars contragewicht. Als de ene acrobaat met zijn klimtouw steeds hoger de nok in gaat, zien we gelijktijdig in het halfduister een ander, die langs een metershoge metaaltoren naar beneden schiet. En andersom, als een synchroon spel van stijgen en dalen. Mooi is dat.