Hef die vereniging van universiteiten op, die kan niets

De VSNU werkt niet samen, negeert de werkvloer en de wetenschap en bedient alleen de topbestuurders, betoogt Willem Halffman.

Na aanhoudend protest over de slecht bestuurde universiteiten, wordt het stilaan tijd voor maatregelen. Ik heb alvast een ingrijpend voorstel: hef de VSNU op.

De VSNU is de vereniging van Nederlandse universiteiten. Met een net kantoor in Den Haag en ongeveer 35 stafleden, vervult deze organisatie een aantal taken voor de universiteiten – en faalt in de meeste grandioos.

Allereerst verwachten wij als wetenschappers dat deze vereniging het belang van universiteiten duidelijk maakt aan de overheid. Het is een lobbyclub voor de universiteit, betaald uit publieke middelen. De afgelopen decennia is de score bedroevend: de universiteiten zijn de controle over hun budget kwijtgeraakt, bijvoorbeeld aan wetenschappelijke fondsen. De VSNU kon ook de uitlevering aan het bedrijfsleven van de topsectoren voorkomen. Het is zelfs niet gelukt om een beetje dichter bij de Europese norm voor landelijke wetenschappelijke uitgaven te komen. De VSNU is dus een Haagse lobbyclub die er al een kwart eeuw niet in slaagt om ons budget te verbeteren.

De VSNU is ooit opgezet om de samenwerking tussen universiteiten te bevorderen, maar ook dat gaat de verkeerde kant op. Samenwerking is in veel gevallen vervangen door schadelijke concurrentie, bijvoorbeeld via de dure advertenties waarmee universiteiten elkaar studenten afsnoepen (alweer met belastinggeld). De vereniging heeft ook dat hinderlijke woord ‘samenwerkende’ uit haar naam verwijderd.

Samenwerking verloopt daarentegen vlot als het belang van het universitaire bestuur tegen het personeel wordt verdedigd. De VSNU treedt ook op als werkgeversorganisatie en verdedigt in die rol de amper legale constructies waarmee wetenschappers eindeloos in tijdelijke dienst worden gehouden. Zo ketsten aan het begin van de zomer de cao-onderhandelingen af op de weigering van de VSNU om over het misbruik van uitzendconstructies te praten. De afgelopen maanden komt de extreme ontwijking van de flexwet door universiteiten steeds meer aan het licht. De winnaar van de ludieke wedstrijd van het platform voor de Hervorming van Nederlandse Universiteiten (H.NU) voor het langste tijdelijke contract, deed 25 jaar hetzelfde werk aan het AMC in allerlei constructies. Je zou verwachten dat de belangenorganisatie van universiteiten dat aangrijpt om verbetering te vragen aan de overheid, of tenminste beschaamd het hoofd te buigen, maar in de pers ging de VSNU het misbruik van tijdelijke contracten zelfs rechtvaardigen! De VSNU is dus verdediger geworden van het onfatsoenlijke werkgeverschap tégen het personeel. Deze organisatie begrijpt niet dat de universiteit er is voor haar mensen en niet omgekeerd.

De VSNU verzamelt ook cijfers over universiteiten. Hier vermengt zij twee rollen: een lobby-organisatie is niet de meest aangewezen instantie om beleidsinformatie te verzamelen over haar sector. Dat kan je veel beter overlaten aan een neutrale organisatie, zoals het Rathenau Instituut.

De VSNU buigt zich daarnaast mee over de evaluatie van wetenschappelijk onderzoek. Ook hier is de score pijnlijk. De uit de hand gelopen evaluitis is een belangrijke aanleiding van het huidige collectieve gemopper door onderzoekers, waaronder zelfs de nette professoren-in-pak van Science in Transition. De VSNU verzet hier en daar eens een komma, maar knutselt intussen gezellig mee aan indicatoren en spreadsheets. Zo worden we bij visitaties straks niet langer beoordeeld op een methodologisch dubieuze schaal van één tot vijf, maar op een methodologisch dubieuze schaal van één tot vier. Vooruitgang!

De problemen van de werkvloer, van wetenschappelijke medewerkers en studenten, die de laatste tijd zo luidruchtig zijn verwoord, worden door de VSNU doorgaans weggewuifd. Zo brengt de gelikte website, in naam van „reputatieverbetering” enkel hoera-nieuws over universiteiten. De VSNU heeft zich duidelijk begraven in de Haagse stolp, in een mislukte poging om invloed uit te oefenen. Zij is het contact met de basis geheel kwijt. De VSNU verenigt nog slechts topbestuurders, is niet samenwerkend en verdedigt niet ónze universiteit. Laat de collegevoorzitters maandelijks blijven vergaderen met een sigaartje in een Haags salon, maar in de huidige vorm is dit instituut overbodig en zelfs schadelijk. Het budget terug laten vloeien naar de universitaire basisfinanciering is de beste manier om de doelstellingen te realiseren: ik schat dat we er jaarlijks wel vijftig promovendi mee kunnen aanstellen.