Column

Dichtbij de realiteit

Sommige lezers zijn teleurgesteld als ze merken dat hun favoriete schrijvers hun werk voor een belangrijk deel rechtstreeks baseerden op hun eigen leven. Mij maakt het niets uit, ik beschouw het vaak als de bevestiging van een vermoeden.

Zo heeft het me altijd waarschijnlijk geleken dat de Amerikaanse schrijver John Updike (1932-2009) veel ontleende aan zijn leven. Hij heeft dat ook weleens in memoires bevestigd. Toch verbaast het ook mij dat hij zijn dagelijks (huwelijks)leven met zóveel kopieerlust behandelde, zoals blijkt uit de onlangs verschenen fascinerende biografie Updike van Adam Begley. De biograaf noemt Updike ‘betoverd’ door de details van zijn eigen ervaring. Zijn literaire credo luidde: „Niets in fictie klinkt zo waarachtig als de waarheid, enigszins aangepast.”

Maakt het hem tot een mindere kunstenaar? Nee, meent Begley terecht, want hij wist de autobiografische werkelijkheid op een briljante manier betekenis te geven.

Updike had aanvankelijk een woelig privéleven, zijn eerste huwelijk droeg een open karakter en was exemplarisch voor een aantal huwelijken in Updikes woonplaats Ipswich, een voorstad van Boston. De echtparen zochten elkaar op, vierden feest en gingen vreemd. Updike heeft het nauwgezet opgeschreven in romans als Marry Me en Couples.

Hij naderde in Marry Me de realiteit zelfs zo dicht, dat hij het voor zijn (eerste) vrouw Mary verstandig achtte het boek twaalf jaar lang ongepubliceerd te laten. Bij The New Yorker had hij als medewerker een geheime voorraad aangelegd (een ‘shadow-bank’, zoals hij het zelf noemde) met een half dozijn verhalen, die minstens de eerste twee jaar om privéredenen niet gepubliceerd mochten worden.

Het was nogal raar om daarmee een tijdschrift op te zadelen, maar hij kon nu eenmaal de impuls om zijn ervaringen zo snel mogelijk op schrift te stellen niet onderdrukken. Zijn zoon heeft ooit opgemerkt dat pa de schrijnendste gesprekken met zijn kinderen over zijn echtscheiding naderhand foutloos publiceerde.

Updike was in de eerste plaats schrijver en pas daarna echtgenoot, vader, minnaar en vriend. Hij was nog pas een twintiger toen hij compromisloos voor het schrijverschap koos. Bij The New Yorker wachtte hem als vaste medewerker een puike carrière, maar hij kreeg snel genoeg van het drinkende en roddelende journalistieke milieu in New York. Hij nam ontslag en zocht met zijn vrouw een bestaan in Ipswich te midden van gewone burgers, die niets met het literaire leven te maken hadden.

Hij genoot van dat leven en hij zou er bovendien een schat aan materiaal vinden voor zijn boeken. Hij zal vooral dé schrijver blijven van de sexy sixties en seventies met veel overspelige seks en de gevolgen daarvan waarvoor hij zijn ogen niet sloot: gebroken gezinnen, verwaarloosde kinderen. „De artistieke creatie is op z’n best de sublimering van het seksuele instinct”, vond hij.

Met zijn protestantse geloof en zijn conservatieve politieke ideeën was Updike een behoudender burger dan uit zijn seksuele moraal bleek.

Hoe gevierd en beroemd hij als schrijver ook zou worden, in zijn hart bleef hij een jongen uit de provincie, die altijd heimwee hield naar de plaats waar hij kind was, Shillington in Pennsylvania. Hij zou het blijven betreuren dat zijn dominante moeder hem, als 13-jarige jongen, en zijn vader dwong te verhuizen naar een boerderij op het platteland.