Deerniswekkend én grappig

Compliment voor Dorsvloer vol confetti, die Franca Treurs bestseller tot leven wekt en als verhaal met kop en staart vertelt.

De roman toont het leven achter de vitrages van een gesloten gemeenschap, begin jaren negentig.

Katelijne, met een mooie mix van dromerigheid, nieuwsgierigheid en koppigheid gespeeld door nieuwkomer Hendrikje Nieuwerf, is enig meisje tussen zes broers wier wereld draait om koe, tractor en brommer. Haar bittere moeder leeft voor haar bloementuin, „een afgod”, vindt pa. Verzot op plaatjes en verhalen, te slim voor huisvrouw, is Katelijne gedoemd een eenling te worden. „Zal dat haar niet van ons vervreemden”, zeggen haar ouders zorgelijk als de leraar aan huis komt omdat ze naar het vwo kan. Maar het mosterdzaadje van de twijfel is dan al gezaaid. Tijdens het logeren bij die tante in de nieuwbouwwijk, met sprookjesboeken, make-up en cocktailjurken.

Dorsvloer vol confetti ademt de nostalgie van een nu haast exotische leefwijze. Met ouwelijk taalgebruik, een mix van boerenjargon en tale Kanaäns. De wereld ziet dat je gereformeerd bent, zo leert Katelijne, aan „je daad, je gelaat, je gepraat en zeker ook aan je gewaad”.

Soms is het grappig, de leraar die satanische boodschappen zoekt in een plaatje van Mai Tai. Soms deerniswekkend: wat is het zwaar te leven met zo’n harteloze God in wiens ogen je niets goed kan doen.

Dorsvloer vol confetti wekt dit milieu tot leven met sterke beelden en scènes, en scherpt de zaken waar nodig aan. Zo staat tegenover Katelijne, the one that got away, broer Christiaan die ook droomt van avontuur, van Canada. Katelijne is dwarser dan in het boek. Aan het eind zet ze haar rebellie iets te stevig aan: zoals vaak in Nederlands drama onderschat ze haar publiek een beetje. Maar dat doet weinig af aan een film die gereformeerd verdriet én joie de vivre zo knap invoelbaar maakt.