Vivian Maier is de ‘Sugar Man’ van de straatfotografie

Het lot van films is vaak vreemd en onvoorspelbaar. Waarom de docu Searching for Sugar Man de hele wereld veroverde, terwijl een vergelijkbare film als Finding Vivian Maier niet al te veel stof deed opwaaien – en in Nederland meteen naar dvd ging – is niet helemaal logisch te verklaren. De twee films hebben veel gemeen: ook Finding Vivian Maier gaat over een groot kunstenaar die lange tijd in de marges verkeerde, en die grotendeels een mysterie blijft en pas in de loop van de film enige contouren krijgt. Misschien is het verschil in succes simpelweg te verklaren doordat fotografie nu eenmaal een minder groot publiek trekt dan popmuziek. Zonde, want het verhaal van Vivian Maier is minstens zo opmerkelijk en boeiend als dat van singer-songwriter Rodriguez in Searching for Sugar Man.

Rodriguez raakte na twee briljante albums begin jaren zeventig uit beeld, op enkele uithoeken van de wereld na, en verdiende zijn brood als bouwvakker. Vivian Maier (1926-2009) kwam haar leven lang aan de kost als kindermeisje en trad nooit naar buiten met haar werk als fotograaf. Ze werkte enige tijd in een naaiatelier, maar zag meer in een betrekking waarbij ze de vrijheid zou hebben om de straat op te gaan. Veel van haar foto’s zijn portretten van de kinderen die aan haar zorg waren toevertrouwd; haar werk is opvallend omdat ze de alledaagse wereld van huisvrouwen en kinderen in de jaren vijftig en zestig in beeld vatte – vaak met wrange ondertoon. Ze sleepte de kinderen ook mee voor lange voettochten door de meest verpauperde wijken van New York en Chicago, waar ze indringende straatportretten maakte van down and outs. Ze gebruikte een rolleiflex die op haar borst hing. Dat perspectief van onderaf geeft haar portretten een monumentale, indringende kwaliteit.

Ook na het zien van de film blijft ze een raadsel. Maier sprak nooit over zichzelf, het eerste wat ze vroeg als ze als inwonende nanny in dienst trad bij een gezin was een slot op haar kamerdeur.

Ze verzamelde dwangmatig oude kranten en documenteerde voortdurend alles wat ze zag: niet alleen met 150.000 foto’s, ook met geluidsopnamen en films. Haar werk werd pas ontdekt nadat ze, in armoede en inmiddels bejaard, de huur niet meer kon opbrengen van de zeven opslagplaatsen van haar verzamelingen. Haar negatieven werden voor een paar honderd dollar opgekocht door verzamelaars, en kwamen zo aan het licht. Vanaf november zal er een tentoonstelling van haar werk te zien zijn in het Amsterdamse Foam. Tot die tijd vormt deze prachtfilm een perfecte introductie op haar indrukwekkende werk.