Overheidsduwtjes prima, niet voor orgaandonatie

Overheid mag burgers best ‘nudgen’, psychologisch geleiden naar verstandiger keuzes, menen Will Tiemeijer en Petra Jonkers.

Illustratie Angel Boligan

Twee weken geleden meldde het Bureau Krediet Registratie dat het aantal mensen met een betalingsachterstand op hun leningen opnieuw is gestegen. Inmiddels zitten meer dan driekwart miljoen mensen in de financiële problemen. Anders dan je misschien zou denken, zijn die problemen niet alleen het gevolg van de crisis. Er zijn ook psychologische oorzaken, zoals gebrek aan overzicht, een sterke oriëntatie op de korte termijn en moeilijk verleidingen kunnen weerstaan. In de economische modellen waarmee veel beleidsmakers zijn opgeleid, bestaan deze oorzaken echter niet. Als ze al worden genoemd, dan slechts als vormen van ‘irrationaliteit’.

Meer aandacht voor gedragseconomie en de psychologie van keuze en gedrag wordt steeds belangrijker. Eén van de redenen is dat de afgelopen decennia de ‘keuzedruk’ flink is toegenomen. Dat is het totaal aantal keuzes en verleidingen waarmee mensen dagelijks worden geconfronteerd. Er zijn veel meer producten om uit te kiezen dan vroeger, men kan tegenwoordig dag en nacht shoppen op internet, en bedrijven weten ons steeds geraffineerder te verleiden. Ook de overheid levert een bijdrage aan de groeiende keuzedruk via liberalisering en privatisering. Keuzevrijheid en eigen verantwoordelijkheid zijn het devies. Maar fouten kunnen tegenwoordig duur uitpakken. Een verkeerde studiekeuze is bijvoorbeeld veel kostbaarder dan vroeger, en wie zijn rekeningen niet op tijd betaalt, kan makkelijker dan voorheen in een neergaande spiraal komen van boetes en incassokosten waaruit ontsnappen nauwelijks mogelijk is.

Kan iedereen goed overweg met die grote keuzevrijheid? De vraag stellen is al bijna taboe. Toch bleek tien jaar geleden al uit onderzoek dat een overdaad van keuzes verlammend kan werken. Inmiddels is ook overtuigend aangetoond dat als er te veel van hun wilskracht wordt gevraagd, mensen mentaal uitgeput raken. Daardoor neemt de kwaliteit van hun besluiten af en krijgen impulsen de overhand. Recent onderzoek laat zien dat een dergelijke uitputting zelfs kan leiden tot een daling van cognitieve vaardigheden die even groot is als het effect van een nacht slapen overslaan. Het probleem speelt vooral bij mensen met serieuze geldzorgen. Ze zijn zo druk met het financieel halen van de dag van morgen, dat zij domweg onvoldoende aandacht en mentale energie overhouden om rustig na te denken over wat op langere termijn de beste keuze is. Contraproductieve beslissingen of apathie zijn het steeds vaker voorkomend gevolg.

Het is niet realistisch om de grotere keuzevrijheid die we tegenwoordig genieten weer terug te draaien. Dat wil vermoedelijk ook niemand. Maar als bepaalde mensen door een te hoge keuzedruk in problemen komen, vraagt dat wel om een reactie. Een ‘u zoekt het maar uit’-samenleving wil immers ook niemand. Vanouds wordt de oplossing gezocht in ‘meer informatie’. Dat blijkt echter meestal niet te werken. Als het probleem schuilt in geringe of verminderde cognitieve prestaties als gevolg van stress en gebrek aan zelfcontrole, heb je immers weinig aan nog meer informatie. Het is dan beter om mensen te trainen in keuzevaardigheid en zelfcontrole. Ook daarvan moet echter niet alle heil worden verwacht. Zo blijken gezondheidsvoorlichting en financiële educatie wel te kúnnen helpen, maar blijvend resultaat is allerminst zeker en vergt vaak een lange inspanning. Bovendien bereiken zulke programma’s vaak niet de mensen die ze het hardste nodig hebben.

Zijn er nog andere mogelijkheden? Misschien kan de overheid helpen bij moeilijke keuzes en zelfcontrole door middel van zogenaamde ‘nudges’, en door een juist en productief gebruik van dat middel door derde partijen te stimuleren. ‘Nudges’ zijn niet-dwingende interventies waarin gebruik wordt gemaakt van psychologische mechanismen om mensen te geleiden naar de optie die voor hen waarschijnlijk de beste is. Voorbeelden zijn een andere ordening van etenswaren in kantines, kleinere borden, bedenktijden voor bepaalde aankopen, goed gekozen defaults op keuzeformulieren, reminders om afspraken na te komen, enzovoort. In Engeland en de VS zijn hiermee opmerkelijke successen geboekt. Ook in Nederland groeit de interesse voor de mogelijkheden die ‘nudges’ bieden om mensen te bewegen tot een gezonder leefstijl en verstandiger financiële keuzes.

Met deze groeiende aandacht rijst echter de vraag of nudging wel mag. Sommigen zijn fel tegen en schuwen grote woorden als manipulatie en infantilisering niet. Dat lijkt ons al te somber. De WRR ziet geen principiële bezwaren tegen nudging, mits daarover voldoende openheid wordt betracht, de rechtstatelijke aspecten worden meegewogen, en terughoudendheid wordt betracht bij zaken die rechtstreeks raken aan het eigen lichaam of de eigen identiteit. Wat dat laatste betreft: sommigen pleiten ervoor het aantal orgaandonoren te vergroten door de default-keuze om te draaien – dus een ‘ja, tenzij’ systeem in plaats van een ‘nee, tenzij’ systeem. Tegen een dergelijke nudge vallen terechte bezwaren in te brengen. Maar bij veel andere onderwerpen, zoals financiële keuzes, spelen zulke bezwaren niet. Of nudges hier werkelijk het wondermiddel zijn, valt nog te bezien, maar laten we het op zijn potentieel onderzoeken.

We willen echter niet de discussie beperken tot alleen maar nudges. Het gaat vooral om de achterliggende kennis en boodschap. Steeds duidelijker wordt dat mensen lang niet altijd kiezen zoals in de klassieke economische modellen wordt verondersteld, en dat er grenzen zijn aan de hoeveelheid keuzes en verleidingen die mensen aankunnen. De overheid doet er verstandig aan dit onder ogen te zien en hiermee rekening te houden in haar beleid.

Bij sommige mensen loopt het over de schoenen, en helaas heeft niet iedereen een slimme, keuzevaardige en bureaucratisch competente buurman die hen uit de brand kan helpen. De vraag is hoe deze mensen de helpende hand te bieden zonder te vervallen in ouderwets paternalisme. Voor het vinden van werkzame oplossingen is een eerste vereiste dat ‘Den Haag’ de lessen van de gedragswetenschappen ter harte neemt.