Nederlandse jihadstrijders aan het front

Voor haar film Paradijsbestormers reisde Floor van der Meulen (25) naar Syrië om in contact te komen met Nederlandse jihadstrijders. De risico’s waren groot.

In een donker, krap winkeltje aan de Syrische grens stapte vorig jaar een jonge, blonde vrouw naar binnen. Floor van der Meulen, 25 jaar, vertelde de winkelier dat ze een documentaire maakt over Syriëstrijders. Kende de winkelier een strijder die met haar wil praten? Vijf minuten later zwaaide de deur van de winkel open. „En opeens”, zegt Van der Meulen, „stond daar het evenbeeld van Osama bin Laden voor mijn neus”. Het bleek Abu Hassan te zijn, een Syrische strijder van het Islamitisch Front. Urenlang spraken ze met elkaar. „Ik vond hem een krachtige en oprechte man”, zegt ze. „Eerlijk gezegd ben ik geen minuut bang geweest.”

Floor van der Meulen reisde naar Syrië om in contact te komen met Nederlandse jihadstrijders. Uiteindelijk vond ze er een. Ze maakte er de documentaire Paradijsbestormers over, die morgen wordt uitgezonden in de BNN-special 9/11: Ik vecht de jihad.

Ruim een jaar geleden studeerde Floor van der Meulen nog aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam en wilde ze een film maken over mensen die op Lowlands plastic bekers inzamelen. Toen hoorde ze een radiobericht. Mourad M. was met vrienden uit Delft naar Syrië gereisd voor de jihad. Van der Meulen komt ook uit Delft. Ze vroeg zich af waarom jongens die een wijk verderop waren opgegroeid nu hun leven waagden in Syrië. Dáár moest haar documentaire over gaan. Ze vroeg budget aan, nam lessen Arabisch en woonde rechtszaken bij tegen Syriëgangers. Uiteindelijk reisde ze naar de Syrische grens en ontmoette daar de Nederlander Abu Gharib (27). Hij vecht voor Al Nusra, een strijdgroep van Al-Qaeda. Samen met IS is Al Nusra de groepering waar de meeste Nederlandse Syriëgangers zich bij aansluiten. Abu Gharib vertelt in de documentaire dat hij niet aan het martelen van krijgsgevangen doet. „Wij martelen geen mensen. Ik schiet ze gewoon dood.”

Klikte het tussen jullie?

„Voor zover het kan klikken tussen twee mensen die volstrekt andere denkbeelden hebben, wel. Je bent leeftijdsgenoten en spreekt dezelfde taal, dat schept een band. Hij had ook wel humor. Zo zei hij aan het begin van ons gesprek: ‘Je zit hier als blond meisje tegenover Al-Qaeda. Spannend, hè?’”

En, wat zei je terug?

„Het gekke is dat ik geen moment het gevoel had dat ik tegenover Al-Qaeda zat. Ik bedoel, zijn keuken stond vol met potjes pindakaas en Becel-boter uit Nederland. Hij had thuis een zwangere vrouw zitten. Hij was "beleefd. Ik kon me gewoon niet voorstellen dat hij bloed aan zijn handen heeft.”

Is dat wat je met deze film wilt laten zien: dat Syriëstrijders ook normale jongens kunnen zijn?

„In Nederland wordt vaak gedaan alsof jihadisten stumpers zijn die hun school niet hebben afgemaakt. Als ik dat beeld vergelijk met mijn ervaringen, klopt dat niet. Abu Gharib is een intelligente jongen. Hij komt goed uit zijn woorden en heeft het vermogen zich in te leven in mijn perspectief. Toch gaan ook deze jongens op jihad.”

Waarom vertrekken ze?

„Een groot deel voelt zich tweederangsburgers. Ze hebben het gevoel dat ze worden achtergesteld en buitengesloten. Die mensen willen terug naar de tijd van de profeet Mohammed, met een kalifaat. Maar in Nederland moeten ze zich aanpassen aan de democratie. Dus dan maar emigreren.

„Sommigen gaan op jihad als boetedoening voor alle fouten die ze in hun leven hebben gemaakt. Met het eerste bloed dat op het slagveld vloeit zijn al je zonden vergeven. Word je martelaar, dan mag je zeventig familieleden meenemen naar het paradijs. Wij zien het misschien als een sprookje, voor hen is het echt waar.”

Ze willen graag dood?

„Dat zeggen ze, maar ik vraag het me af. Zo’n Abu Gharib vecht al jaren voor de jihad, maar leeft nog steeds. Kennelijk wil hij de strijd toch overleven. Als hij echt martelaar wil worden, waarom blaast hij zichzelf dan niet op, zoals sommige andere strijders doen?”

De Amerikaanse journalist James Foley is door jihadisten ontvoerd en omgebracht. Dat had jou ook kunnen overkomen.

„Toen ik in het vliegtuig naar Turkije zat, werd ik opgebeld door een onbekend persoon: ‘U wilt naar Syrië reizen, maar wij raden u dat ten strengste af. Het risico om ontvoerd te worden is groot.’ Het moet de inlichtingendienst zijn geweest. Toch zijn we gegaan. Ik dacht: zolang ik die grens niet oversteek, is er niks aan de hand. Bovendien wilde ik per se het verhaal laten zien van de Syriëstrijders. Ik zette me volledig in voor het heilige doel: die documentaire. Zelfs toen op een zeker moment ons de kogels om de oren vlogen, en we moesten duiken, riep ik tegen de cameraman: blijven draaien! Je leven staat op zo’n moment op de tweede plaats.

„Pas nu ik terug ben, begint het te dagen hoe onbegonnen werk het was. En hoeveel geluk we hebben gehad met de mensen die we hebben ontmoet. Later hoorde ik dat mensen niet alleen bij het grensgebied worden ontvoerd, maar zelfs tot diep in Turkije. Dus ik heb geluk gehad.”

Was het een naïeve actie?

„Als je terugkijkt, lijk je veel naïever dan je dacht dat je was. Maar naïviteit levert mooie dingen op. Als je altijd maar gericht bent op wat je allemaal kan overkomen, kun je beter in bed blijven liggen, begrijp je.”

Eigenlijk heb jij hetzelfde gedaan als de Syriëgangers uit je documentaire: ook jij zet je leven op het spel voor een hoger doel.

„Als mijn missie de film is, en die van hun het kalifaat, dan eh... lijken we inderdaad op elkaar.”