Minister Schippers toont gepaste deemoed over NZa

Minister Schippers (Volksgezondheid, VVD), vertoonde gisteravond in de Tweede Kamer ten slotte het gedrag dat onder de gegeven politieke omstandigheden ook maar het verstandigste was: zij gaf fouten toe en beloofde beterschap. Zowel voor het een als voor het ander was alle aanleiding. De Kamer debatteerde met haar namelijk over de Nationale Zorgautoriteit (NZa) en bij deze marktmeester voor de zorg is zoveel misgegaan dat grondige maatregelen hoogstnoodzakelijk zijn.

De NZa is weliswaar een zelfstandig bestuursorgaan dat regels stelt en toeziet op de uitvoering daarvan, uiteindelijk heeft zij zelf ook een toezichthouder: de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Die zelfs de bevoegdheid heeft om besluiten van de NZa te vernietigen. Op het ogenblik luistert deze minister naar de naam Edith Schippers en dat zal voorlopig ook wel zo blijven, want de deemoed die zij gisteravond in de Kamer tentoonspreidde en de beloftes die ze deed, waren voldoende om de oppositie ervan te weerhouden te komen met voor haar persoonlijk akelige moties.

Het scheelt dat de minister een harde, maar logische maatregel om de tweekoppige raad van bestuur van de NZa de laan uit te sturen, niet hoeft te nemen. Dit duo is zelf al opgestapt na publicaties in deze krant over hun reis- en declaratiegedrag. Tot opluchting van de minister concludeerde een – door deze krant bestreden – accountantsrapport dat de „aantijgingen” over deze bestuurskosten van de NZa onjuist waren. Maar ze wenst tegelijkertijd toch dat de regels worden aangescherpt. De NZa moet „als voorbeeld dienen voor het veld waarop zij toezicht houdt”, zei ze in de Kamer.

In die sector gaat nogal wat (premie)geld naar symposia en congressen, al dan niet gesponsord en al dan niet in het buitenland. Een opvallende motie die de Tweede Kamer dinsdag zal aannemen is dat er een nieuw onderzoek moet komen naar het reis- en declaratiegedrag bij de NZa; zij neemt geen genoegen met het accountantsrapport dat in opdracht van de minister daarover is gemaakt.

De declaraties waren maar een van de vele pijnlijke kwesties rond de NZa die het parlement met de minister besprak; een belangrijk onderwerp daarbij was de werkverhouding tussen het ministerie van Volksgezondheid en de Zorgautoriteit. De minister beloofde scherpere afspraken daarover. Ze zal later nog met concrete voorstellen komen, dus daarop is nu het wachten.

Het is inderdaad van belang dat de onafhankelijkheid van de NZa beter wordt gewaarborgd. Alleen hangt die niet alleen af van regels en wetten, maar ook van de cultuur bij de NZa zelf. Ziehier dus een belangrijke taak voor de nieuwe leiding bij dit orgaan.