Kwalificatie voor de Olympische Spelen? Dat moet veel simpeler

De selectie voor de Spelen wordt flink vereenvoudigd.

Foto ANP

Op de weg naar Olympische Spelen liggen voortaan minder obstakels. Een sporter die de limiet haalt mag meedoen, zo simpel is dat. Verdwenen zijn de tussenstations ‘nominatie’ en ‘vormbehoud’.

Maurits Hendriks, die bij sportkoepel NOC*NSF de dubbelrol van technisch directeur en chef de mission vervult, en de gewijzigde systematiek van normen en limieten vanochtend op het nationale sportcentrum Papendal bekendmaakte, spreekt van een significante verbetering.

Buiten de teamsporten, die een door de internationale bond opgelegd kwalificatiesysteem afwerken, gold voor de overige sporters de optelsom: nominatie + vormbehoud = kwalificatie. Te ingewikkeld, niet transparant en nodeloos storend in de olympische voorbereiding, oordeelde Hendriks, op wiens gezag de kwalificatie-eisen danig zijn vereenvoudigd.

De Zomerspelen van Rio de Janeiro worden over twee jaar de testcase. Of eigenlijk ook niet, want in aanloop naar de Winterspelen van Sotsji is proefgedraaid met een prestatiematrix voor schaatsers. Als pilot, die volgens Hendriks is geslaagd. Een eufemistische vaststelling na de ongekende medailleoogst in Sotsji.

Woud van normen

De technisch directeur had zich in aanloop naar de Spelen van twee jaar terug in Londen geërgerd aan het woud van normen en limieten. Dat kan, nee, dat moet eenvoudiger, vond Hendriks. Onbestaanbaar dat een duursporter kort voor de Spelen nog vormbehoud moet tonen; die behoort dan volop in voorbereiding te zijn. „Er waren genoeg redenen het systeem na dertig jaar tegen het licht te houden”, zegt Hendriks, die vijf jaar geleden na ‘Beijing’ het stokje heeft overgenomen van Charles van Commenée.

Een stevige analyse leerde Hendriks dat vormbehoud „geen meerwaarde heeft.” Conclusie nummer twee: het vereist bijna kennis van hogere wiskunde om de portee van het systeem te begrijpen. Hendriks: „Je had de kwalificatie-eis van de internationale bond plus de scherpere limiet van NOC*NSF. Daar bovenop was er vaak nog een procedure bij de nationale bond. Dat was heel onlogisch. Ik heb ooit gepoogd het kwalificatiesysteem bij turnen uit te leggen. Het lukte me niet.”

De kritische observaties leerden Hendriks ook dat de sporters binnen hun bond nauwelijks inspraak hadden. „Een selectieprocedure moet vooraf duidelijk zijn”, bromt Hendriks, die gekke dingen heeft meegemaakt. Op gezag van NOC*NSF worden sporters voortaan betrokken bij de vastlegging van normen en limieten. En niet vrijblijvend, vertelt Hendriks. „We hebben verslaglegging van interne gesprekken geëist. Eerlijk gezegd had ik het graag nog harder gespeeld. De garantie dat alle sporters zijn gehoord, verschilt per bond. Maar als het goed is, weet iedereen in aanloop naar ‘Rio’ wel waaraan ie toe is.”

Als uitgangspunt voor de systematiek voor normen en limieten heeft NOC*NSF bewust de lijn van de internationale sportbonden gevolgd. Hendriks: „We hanteren die norm mits het past in ons uitgangspunt van een redelijke kans op een plaats in de topacht. Bij afwijkingen hebben we de eis aangescherpt. Dat is bij sommige sporten best lastig, omdat lang niet alle internationale bonden het programma op orde hebben. Bij judo zijn nog niet alle steden voor grandslamtoernooien toegewezen, terwijl daar kwalificatiepunten zijn te verdienen. Het scheelt nogal of je in Europa blijft of nog twaalf uur moet vliegen.”

Politieke cadeautjes

Hendriks spreekt apert tegen dat de nieuwe werkwijze een versoepeling van de normen en limieten betekent. Streng: „Wij selecteren nog steeds op kansrijkheid, dat is niet veranderd. Neem tennis waar de federatie ITF met wildcards werkt en een plaats bij de beste 58 op de wereldranglijst eist. Wij doen niet aan wildcards, dat zijn vaak politieke cadeautjes. En in samenspraak met bondscoach Jan Siemerink zijn wij uitgekomen op een plaats bij de beste 32.”

De normen en limieten zijn een papieren werkelijkheid die niets garanderen over de omvang en de kwaliteit van de olympische ploeg voor Rio. Hendriks doet daarover ook geen uitspraken. Hij erkent alleen dat judo, roeien en zwemster Ranomi Kromowidjojo een moeilijker periode doormaken. Diplomatiek: „Ik loop lang genoeg mee om te weten dat de actuele prestaties momentopnamen zijn.”

Hendriks is bezorgd over Kromowidjojo, die met twee gouden medailles uit Londen terugkeerde. De chef de mission: „We hebben al een aantal keren ingegrepen om te kijken welk programma haar het best past. Maar een zwemster van ongelooflijk grote waarde die niet aan de EK deelneemt, volgt niet de route die je je voorstelt.”