Column

In verwarring

Het liefst zou ik me nu willen gedragen als Guus Hiddink na afloop van de nederlaag van het Nederlands elftal tegen Tsjechië. Dat betekent dat ik de lezer eerst tergend lang op mij laat wachten met een flink aantal witregels om ten slotte te verschijnen met dit bondige statement: „Ik moest me tegen mezelf beschermen, ik was des duivels.” Daarna ga ik ruzie zoeken met de lezer „die zichzelf immers tegenspreekt”, zoals Hiddink tegen zijn interviewer Jack van Gelder bitste.

Het leek me een aardig idee, maar in de realiteit van het krantenbedrijf zo moeilijk uitvoerbaar – net als die tactiek van Hiddink tegen de Tsjechen. Wat is er met Guus aan de hand? Die goeie, ouwe, altijd zo laconiek acterende Guus? Al vóór de wedstrijd was hij zichzelf kwijtgeraakt. Hij moest uit zijn hoofd de opstelling opzeggen en hij kwam er nauwelijks uit. Guus was bang voor de Tsjechen; nummer drie van de wereld tegen nummer 35 – hij zag er als een berg tegenop.

En hij niet alleen. Zijn jongens geloofden er ook niet in, de ‘vedetten’ voorop. Sneijder? Van Persie? Geen bal goed geraakt. Blind? Slapjes. Van een jongen als Wijnaldum vroeg je je af of hij eigenlijk wel meedeed – iets wat je overigens van Janmaat bepaald níét kon zeggen. De enige die af en toe wat aardigs liet zien, was die jongen die we niet meer bij zijn achternaam mogen noemen omdat hij een hekel aan zijn vader heeft. Als we hem daarin zijn zin geven, gaat straks minstens een kwart van de Nederlandse bevolking achternaamloos door het leven. (Bij sommige columnisten zie je dit al gebeuren.)

Goed beschouwd was iedereen van slag tegen die armzalige Tsjechen. En de wedstrijd ervoor, tegen Italië, ging het ook al goed mis. Ik ben de hele nacht opgebleven om er een goede verklaring voor te vinden en ik geloof dat het me gelukt is.

Louis van Gaal – daar ligt het aan. Zijn machtige schaduw ligt nog steeds over ons allen. Te beginnen bij Guus, die een krampachtige poging deed om zich ervan te bevrijden. Vijf verdedigers vond hij niks, die liepen elkaar maar in de weg, zei hij tevoren ferm, om na de eerste de beste tegenslag tóch deze WK-tactiek van Van Gaal te omarmen. Het komt erop neer dat Van Gaal na het WK heel voetbalminnend Nederland in verwarring heeft achtergelaten. Want waaraan was zijn succes nu precies te danken? Daarover blijven de voebalexegeten van mening verschillen. Van Gaal had een systeem met vijf verdedigers verzonnen, dat in de praktijk pas goed begon te functioneren als hij na een achterstand noodgedwongen naar vier verdedigers (en een aanvaller meer) overschakelde.

Het is een paradox die iedereen nog steeds radeloos maakt. We blijven ons daardoor afvragen waarom we in Brazilië zo mooi derde werden. Omdat het systeem van Van Gaal slaagde of juist faalde? Was het een systeem dat de tegenstander sloopte, of leek dat maar zo en kwamen we telkens dankzij geluk en toeval goed weg? Ik ben daar zelf ook nog steeds niet uit, moet ik bekennen. Ik probeer er weleens met mijn vrouw over te praten, maar dat helpt ook niet. Vrouwen kunnen zo gevoelloos op zulke problemen reageren. Als ik bondscoach was – en wat Guus kan, kan ik ook – zou ik beginnen met drie maatregelen. 1. Nooit meer Bruno Martins Indi opstellen. 2. Sneijder nog één kans geven. 3. Voor Van Persie een goede psycholoog regelen.

En als dat alles niet helpt: alleen nog Arjen Robben opstellen.