Het CDA zoekt de macht nu via de provincie

Twee ervaren CDA’ers verruilen de Kamer voor de ‘provincie’. Het CDA wordt er een ‘jonge’ en onervaren fractie van. Maar er komen wel meer zuiderlingen.

Leegloop bij het CDA? Frictie in de fractie? De oppositie beu? Een coup van de katholieken? Nu binnen een week twee Tweede Kamerleden van het CDA hun vertrek aankondigen, dringen deze vragen zich op.

Maandag werd bekend dat Kamerlid Sander de Rouwe in Friesland lijsttrekker wordt bij de provinciale verkiezingen. Vorige week meldde Eddy van Hijum hetzelfde wat betreft zijn thuisbasis Overijssel. Daarmee vertrekt plotseling 15 procent van de fractie van dertien leden.

Kamerleden van het CDA en medewerkers bezweren dat er niets anders aan de hand is dan dat beiden „toe zijn aan iets anders”. Er is begrip dat ze, allebei vader van een gezin met jonge kinderen, „klaar zijn met het heen-en-weer-reizen”. En „dit toont aan hoe belangrijk de Provinciale Statenverkiezingen zijn komend voorjaar”. Fractieleider Sybrand van Haersma Buma heeft hen gefeliciteerd en vooruitgeblikt op een mooie campagne die, indirect voor de senaat, in het verschiet ligt.

Eddy van Hijum (42) zit sinds 2003 in de Tweede Kamer en valt daarmee net buiten de toptien van langstzittende leden. Omdat in het CDA in principe geldt dat zij maximaal twaalf jaar zitten, was Van Hijum „er wel mee bezig dat dit mijn laatste termijn zou zijn”. De taak als lijsttrekker is hem niet direct aangeboden, maar hij werd wel „aangespoord te solliciteren”.

Sander de Rouwe (33) kwam in 2007 uit Bolsward naar Den Haag. Bij de laatste verkiezingen stond hij na Buma en Mona Keijzer derde op de lijst van het CDA. Hij kreeg 15.814 voorkeurstemmen. Vanuit zijn provincie werd al jaren aan hem „getrokken”, vertelt De Rouwe. „Mijn hart gaat toch twee tandjes sneller tikken voor Friesland dan voor Den Haag. Vier jaar geleden zaten we hier in een moeilijke periode en kon ik niet weg, maar nu kan de fractie het goed hebben”, zegt hij.

Beiden zijn benaderd door hun provinciale afdeling en hebben zelf besloten dat ze wilden voordat is bekeken of het de partij ook goed uitkwam. „Het is een combinatie van ambitie, kansen en omstandigheden”, zegt fractiesecretaris Raymond Knops. „Het is ab-so-luut niet zo dat ze hier weg moeten of dat ze het niet meer naar hun zin hebben.”

Het CDA is al een relatief ‘jonge’ en onervaren fractie. Zes Kamerleden zitten pas sinds de laatste verkiezingen in het parlement. Nu komen daar dus weer twee nieuwkomers bij. De Limburger Martijn van Helvert volgt Van Hijum op. Waarschijnlijk al per 1 november, want Van Hijum zal dan bijna zeker gedeputeerde Theo Rietkerk vervangen. Volgend jaar komt Erik Ronnes, wethouder in Boxmeer, om De Rouwe te vervangen. Raymond Knops is nu „de puzzel” aan het maken wie in de fractie welk woordvoerderschap krijgt.

De transfers betekenen ook een geografische verschuiving in de fractie. Na de desastreuze verkiezingen van 2012 was er kritiek dat er te weinig zuiderlingen in zaten. Met de komst van Ronnes en Van Helvert wordt hun aantal in één keer verdubbeld.

Tegelijkertijd heeft het CDA met Van Hijum en De Rouwe sterke kandidaten in twee noordelijkere provincies. In Limburg is bovendien Ger Koopmans, ook ex-Kamerlid en sinds kort gedeputeerde, lijsttrekker geworden. „Nu de vanzelfsprekendheid van de provincie in Nederland ter discussie is gesteld, zie je dat het daar steeds politieker wordt, minder gouvernementeel. Afdelingen kiezen daarom steeds vaker voor iemand met Haagse ervaring”, zegt Knops. „Wij zijn natuurlijk de partij van de regio’s. Daar komt nog bij dat we met een goede uitslag in de provincies ook een goede uitslag maken voor de Eerste Kamer.”

De overstap van de Kamerleden naar de provincie lijkt misschien een degradatie, maar waar de CDA-parlementariërs in Den Haag in de oppositie zitten, mogen ze in Friesland en Overijssel hoogstwaarschijnlijk besturen. „Ik denk niet dat zij zich daar zorgen over hoeven te maken”, aldus Knops.