‘Geen geldmachine zoals andere beurzen’

De derde editie van de beurs voor hedendaagse kunst op papier is weer groter. Met dank ook aan gratis koffie en gebak voor de standhouders. De oprichters: „Bij ons krijgt iedereen evenveel ruimte.”

Twee tekeningen van de Rotterdamse kunstenaar Koen Taselaar (1986) voor Amsterdam Drawing. Rechtsboven de gouache ‘Final First’, 14,6×10,3 cm, voor de afdeling My First Drawing, vraagprijs 350 euro. Links zijn tekening ‘Multititled #6’, 192×300 cm, voor de expositie met XL-werken,vraagprijs 11.000 euro. beeld Courtesy Vous Etes Ici

Bij de opbouw van Amsterdam Drawing staat er voor de standhouders ’s morgens appeltaart klaar. Tijdens de tekeningenbeurs begint de dag met donkere-chocoladetaart, sticky toffeecake of een lemon-merenguetaart. De galeriehouders staan voor het gebak soms in de rij, zegt Francis Boeske, samen met Hans Gieles de oprichter van de beurs. „De stemming is daardoor meteen geanimeerd.”

Met hun galerie Vous Etes Ici namen Boeske en Gieles aan tientallen kunstbeurzen deel. Vaak is zo’n evenement voor de kunsthandelaren geen pretje, zeggen ze: hoge kosten, soms een verdraaid slechte stand en veel bijkomende ergernis. Zoals een matige catering, die standhouders soms dwingt om een kwartier in de rij te staan voor een espresso of een glas wijn.

Toen de twee galeriehouders drie jaar geleden plannen maakten voor een beurs voor hedendaagse kunst op papier, besloten ze het heel anders aan te pakken. Francis Boeske: „Wat zouden we zelf fijn vinden?” Hans Gieles: „En hoe kunnen we inspelen op de behoeften van de kunstliefhebber?”

Met die vragen als uitgangspunt organiseerden ze in Amsterdam-Noord in hun galerie en in de aangrenzende kunsthal Nieuw Dakota de eerste editie van Amsterdam Drawing. Met achttien deelnemende galeries maakten ze een bescheiden start. Maar de beurs viel bij deelnemers en bezoekers zo in de smaak dat vorig jaar naast de NDSM-werf een tijdelijk paviljoen van 1.200 vierkante meter moest worden gebouwd voor de veertig galeries die zich hadden aangemeld.

Dit jaar is het paviljoen nóg 400 vierkante meter groter en zijn er vijftig deelnemers. Galeries uit Amsterdam en Rotterdam, uit Goes en Gent, maar ook uit Philadelphia en Tokio. Gieles: „Onze formule voor een thematische beurs slaat aan – kennelijk weten we de schroefjes zo aan te draaien dat het voor iedereen een goede ervaring is. We hebben alweer een wachtlijst.”

Behalve met gratis koffie, thee en taart proberen de organiserende galeriehouders het collega’s ook anderszins naar de zin te maken. Boeske: „Fijne, drie meter hoge wanden, in plaats van standaard systeemwanden.” En deelnamekosten die ongeveer de helft bedragen van andere beurzen, zegt Gieles. „Dan sta je als galeriehouder een stuk prettiger in je stand. Sommige beurzen zijn geldmachines, die worden niet door galeriehouders geleid. Bij de indeling worden bovendien vaak belangenspelletjes gespeeld. Wij denken ook wel na wie we naast elkaar plaatsen, maar ons uitgangspunt is democratisch: iedere deelnemer krijgt evenveel muurruimte.”

Een gezellige en intieme beurs met gemotiveerde bezoekers, zegt Cokkie Snoei, de Rotterdamse galeriehouder die dit jaar voor de tweede keer aan Amsterdam Drawing deelneemt. „Gratis koffie is een klein dingetje, maar het werkt wel. Bij andere beurzen is nooit iets gratis. Sterker nog: alles is juist drie keer zo duur.”

Vorig jaar stond Snoei de week na Amsterdam Drawing op de voor galeriehouders aanzienlijk duurdere fotografiebeurs Unseen. „Daar kwam veel meer en aanzienlijk jeugdiger publiek. Maar omdat de organisatie van de deelnemers min of meer eiste om goedkoop te presenteren, kwam ik ondanks vijftien verkochte werken niet uit de kosten gekomen. Dit jaar heb ik Unseen maar overgeslagen.”

Boeske en Gieles proberen het ook de liefhebbers van werken op papier naar de zin te maken. Amsterdam Drawing is geen doolhof, de bezoeker loopt een parcours waarbij hij langs alle deelnemers komt. Halverwege de route is een café, ingericht met vintage design uit een brocantemeubelzaak.

Nieuw dit jaar is ‘My First Drawing’, een initiatief om beginnende verzamelaars op weg te helpen. Op een lange wand direct bij de entree zullen alle deelnemende galeries kunstwerken ophangen met een verkoopprijs van maximaal 500 euro.

Voor collectioneurs met een andere portemonnee is ‘XL’, een tentoonstelling met vijftien werken op groot formaat in Nieuw Dakota, de kunsthal naast het beurspaviljoen. Het ‘kleinste’ werk – 154×156 cm – is van Carel Visser, het grootste een 300×460 cm metende tekening van de Duitse kunstenaar Peter Feiler.

Of de beurs zelf volgend jaar ook Extra Large kan worden, dat zal na afloop worden beoordeeld. Gieles: „Tekeningen vragen om veel concentratie. Hoeveel aandacht kun je vragen van de bezoekers? Vorig jaar zag ik nog geen mensen met de tong op de schoenen de uitgang passeren. Misschien kunnen we nog van vijftig naar zestig deelnemers. Maar Francis en ik zullen ervoor waken de beurs niet aan haar succes ten onder te laten gaan.”