Filmmakers willen niet meer naar Hollywood

Hollywood is voor steeds meer filmmakers te duur. Ze vertrekken naar staten waar filmen goedkoper is. Sinds vorige week is er 400 miljoen dollar subsidie beschikbaar gesteld voor filmmakers die wél in de sterrenstad willen filmen.

Foto Thinkstock / Beeldbewerking fotodienst NRC

Nick Maniatis is het type dat je veel in Hollywood tegenkomt. Zelfverzekerd, knap, snel pratend, makkelijk lachend en vooral smooth. Hij werkt al lang in Hollywood. Maar nu zit hij in Santa Fe, de hoofdstad van New Mexico.

Die zuidwestelijke staat is een topbestemming voor de film- en televisieproductie die Los Angeles vaarwel heeft gezegd. Filmen is voor steeds meer projecten te duur in Californië. Als voorzitter van de lokale Film Office lokt Maniatis regisseurs, acteurs en producenten naar zijn uitgestrekte staat.

„Wij hebben hier alles te bieden wat Hollywood heeft”, zei hij eerder op zijn kantoor. Toen de verbaasde bezoeker uit LA een blik wierp op de licht besneeuwde parkeerplaats annex bouwput, lachte hij. „Nou ja, ik bedoel dat we de infrastructuur hebben voor filmploegen, maar dan veel goedkoper dan in Hollywood.” Breaking Bad werd hier gemaakt, nu lopen er tien andere film- en tv-projecten.

In Los Angeles klinkt in de media, op fora en borrels al jaren een noodkreet: runaway production! Steeds meer films en tv-series ‘rennen weg’ uit Californië, richting andere staten met belastingvoordeel voor bezoekende filmbedrijven. Zo hebben Louisiana, North Carolina, Georgia en New Mexico een bloeiende filmindustrie opgebouwd, terwijl Los Angeles banen en inkomsten ziet verdwijnen.

De overheid strooit met subsidies

Nog altijd duiken soms de reusachtige vrachtwagens op in Beverly Hills en Santa Monica wanneer er wordt gefilmd: kleedkamers voor acteurs en filmmakers. Om te voorkomen dat dit fenomeen verdwijnt sloegen de burgemeester van LA en de directeur van FilmL.A. dit jaar alarm. Als er nu geen overheidssteun komt, zeiden ze, zijn we Hollywood als filmstad kwijt. Vorige week werd er in de hoofdstad Sacramento eindelijk geluisterd. Het totaalbedrag om producenten belastingvoordeel te geven is verviervoudigd, naar 400 miljoen dollar per jaar.

„Een belangrijke investering in de toekomst van de middenklasse”, zei burgemeester Garcetti. Dus niet: de toekomst van de sterren in Malibu. Veel belastingbetalers hebben zich afgevraagd waarom het werk van Steven Spielberg en Brad Pitt moet worden gesubsidieerd. Maar de entertainmentbranche betekent werkgelegenheid voor hen die de sterren steunen. Ze bouwen sets, dragen kabels, doen stunts, ontwerpen kostuums, regelen de belichting en catering. Om de tienduizenden arbeidsplaatsen te behouden was de verhoogde overheidssteun nodig, zei Paul Audley van FilmL.A. dit voorjaar.

Maar filmmakers waaien uit

De filmdirecteur lachte toen schamper over de ambities van Maniatis. Studio’s kiezen altijd voor LA als geld geen rol speelt, zei hij. Alleen klonk wel zorg in zijn stem. Als het iconische Hollywoodbord nog in speelfilms opduikt, is het er meestal in gemonteerd, gaf hij toe: een teken van „het verval waar ik tegen vecht”. De heuvels van Hollywood zijn nu een lekker wandelgebied, films worden er nauwelijks meer opgenomen. „Triest”, vond Audley.

De toekomst van film- en tv-productie is gefragmenteerd, beseft hij. New York, Canada, Nieuw-Zeeland: die plekken geven hun filmindustrie niet meer op. Audley wil dat LA blijft meedingen. Tien jaar geleden werd in de VS buiten Californië 2 miljoen dollar aan filmsubsidies besteed, nu 1,5 miljard. Met dat totaal moet LA de strijd aangaan.

Sterren komen graag naar Santa Fe: mooi wonen, aangenaam klimaat. Op een terras kun je zomaar acteur John Lithgow tegenkomen. In Albuquerque, verder zuidwaarts, zijn Breaking Bad-tours op de fiets. Maar in de filmwereld kan alles snel veranderen, weet Nick Maniatis. Zeker nu Californië eindelijk orde op zaken wil stellen. „Het is een lastige business”, zei de oude Hollywood-man in New Mexico. „Je moet je nederig willen opstellen.”