Column

Een stukje natuurbeleving

Arend Spijker (64) laat de foto zien die hij vanochtend op zijn ronde gemaakt heeft: een mand met smakelijk uitziende boleten, zojuist verzameld in de bossen van het Nationale Park Sallandse Heuvelrug in Twente, waar Spijker de functie van ‘gastheer/toezichthouder’ bekleedt. We mogen ook ‘boswachter’ zeggen.

„Twee Polen waren het, moeder en dochter.” Eigenlijk had hij het niet moeten laten passeren, vindt hij achteraf, temeer daar sommige paddestoelen zó slordig zijn geplukt dat met de zwam ook een deel van de ondergrondse plant, het vruchtbeginsel, is meegekomen. Toch heeft hij geen proces-verbaal opgemaakt, omdat hij de indruk had dat moeder en dochter voor eigen consumptie verzamelden. „En het is voor hen toch ook een stukje natuurbeleving.” Een park als dit – in feite een oud cultuurlandschap – hoeft niet „alleen vanaf een tribune” te worden genoten.

Dat is anders wanneer hij mensen aantreft die bedrijfsmatig paddestoelen verzamelen – zoals onlangs een groep, alweer, Polen. De norm is ongeveer zo’n bakje als waarin de supermarkt gekweekte champignons verkoopt. En dan gevonden langs de paden, niet door een strooptocht door het bos. Boven die norm grijpt Spijker in.

„Dat willen we niet. Uit esthetische overwegingen. En het is toch een stuk verstoring. Beesten die overdag moeten rusten, worden opgeschrikt als groepen door het bos gaan lopen.” Het komt de paddenstoelenstand bovendien niet ten goede, want geplukte paddestoelen vermeerderen zich niet meer door het loslaten van sporen. Ze zijn er trouwens vroeg bij dit jaar, de paddestoelen, omdat het een tijdje vochtig en warm tegelijk was.

Dat de zondaars in genoemde gevallen Polen waren, is geen toeval. „Ik heb de indruk dat sinds de openstelling van de Oost-Europese grenzen het verzamelen van paddestoelen is toegenomen”, zegt de boswachter. Polen, Russen, Oost-Duitsers – voor hen is paddestoelen plukken een jaarlijks terugkerend ritueel. „In Nederland zijn we dat spelletje eigenlijk een beetje vergeten.”

Paddestoelen genieten geen bescherming onder de Flora- en Faunawet, maar het plukken ervan kan wel worden geregeld bij gemeentelijke APV en natuurlijk door de regels die de eigenaren van het natuurgebied aan bezoekers opleggen – de Sallandse Heuvelrug is een gemeenschappelijk project van Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten.

Er groeien hier natuurlijk ook giftige paddestoelen. „Ik denk dat de meeste mensen die giftige paddestoelen eten, dat nauwelijks merken. Ze zijn misschien niet lekker, maar dat gaat over.” Een uitzondering is bijvoorbeeld de groene knolamaniet – tref je die, zeg dan maar dág tegen je lever. „Ik heb exemplaren gezien die lang niet zo groen zijn als hun naam zegt en dan erg op champignons lijken.”

Jagers op hallucinerende paddestoelen heeft Spijker in zijn lange carrière in deze bossen nooit ontmoet, wél lieden die met zaag en bijl de berken en beuken te lijf gingen waarop zich de tondelzwam had gevestigd. Die heeft geneeskundige werking, en brengt op internet veel geld op. Die daders waren overigens Chinezen.