Een meteoriet en honderden planetenkruimels

De Serooskerke-meteoriet heeft al veel te verduren gehad sinds hij op de aarde belandde.

Het grootste stukje meteoriet weegt nu 67 gram. FOTO STERRENWACHT SONNENBORGH

Hij is terug, dat is het voornaamste. Maar de diefstal van vorige maand was wat te veel voor de beroemde Serooskerke-meteoriet: hij is gehalveerd. Nu ligt er in museumsterrenwacht Sonnenborgh een meteoriet en honderden planetenkruimels. De dieven kwamen in de nacht van 18 op 19 augustus. Ze stalen de brandkast, met daarin een geldkistje en een kartonnen doos met astronomische vondsten. Daar kan deze meteoriet niet tegen. „Hij is heel broos”, zegt planeetonderzoeker Sebastiaan de Vet van de Universiteit van Amsterdam. Tennissers vonden de doos met inhoud na drie dagen terug bij een tennisbaan.

24 miljoen jaar lang had de meteoriet in stilte door het zonnestelsel gezweefd. Een steen zo groot als een voetbal. Maar sinds de steen 89 jaar geleden op aarde viel, is er geen houden aan: een van de weinige meteorieten van Nederland verkruimelt. „Als je hem in je hand houdt, komen er al korreltjes vanaf”, zegt De Vet.

De steen begon zijn bestaan op de planetoïde Vesta. Een zwerfkei met een doorsnede van 525 kilometer, een van de grootste objecten tussen Mars en Jupiter. Het oppervlak van Vesta is pokdalig en verweerd. Soms komt er bij een inslag een steen los.

Toen de Serooskerke van Vesta loskwam, zag de aarde er heel anders uit. Midden-Europa was bedekt met een ondiepe zee, en in Azië leefde een langnek-neushoorn zo groot als vier olifanten. De tijdperken gingen voorbij, en toen was het 28 augustus 1925. „Met een geluid zo hard dat de paarden en de runderen ervan schrokken, viel deze meteoriet in een weiland bij Ellemeet, op het eiland Schouwen.” Zo beschreef de Utrechtse hoogleraar geologie Willem Nieuwenkamp de inslag destijds. Inslagen van meteorieten zijn heel zeldzaam – in Nederland zijn er vijf beschreven.

Toen de steen van Vesta door de dampkring joeg, viel hij al uiteen. Een klomp van een kilo boorde zich in het land van boer Blom bij het dorp Ellemeet (die steen heet sindsdien de Ellemeet-meteoriet). Planeetonderzoeker De Vet achterhaalde de inslagplek vorige week met grote nauwkeurigheid in het streekarchief. Pas in 1927 dook een tweede fragment op in het naburige dorp Serooskerke. De Serooskerke-meteoriet, bij de inslag naar schatting een halve kilo zwaar, was afgeleverd bij de hoofdonderwijzer. In 1927 was hij verweerd tot 120 gram. Iemand had de steen daarvoor blijkbaar buiten laten liggen. Nu, na de diefstal, weegt het grootste stukje Serooskerke 67 gram. „Genoeg voor wetenschappelijk onderzoek en onderwijs”, zegt de Amsterdamse planeetonderzoeker.

Maar waar zijn de andere stukken? Dat is, ook in deze tijd van digitale archieven, onbekend. De Ellemeet-meteoriet van een kilo brak op het land van Blom al in vier stukken, die bij de Universiteit Utrecht terechtkwamen. Eén stuk ligt daar in ieder geval nog, bij de afdeling geowetenschappen. Liggen de andere fragmenten bij andere Nederlandse universiteiten, of in collecties het buitenland? De Vet: „Dat is iets wat ik uit moet zoeken.”