De vrijbuiters van het kantoor

Ze doen het in groepjes en zonder doel. Is het mooi weer, zoals deze week, dan kun je ze zien. 17 procent van de werknemers wandelt tijdens de lunchpauze. Fotograaf Jordi Huisman maakte er een fotoserie van.

Kijk eens naar de stoepen op deze foto’s. Brandschoon, geen kauwgomvlek te zien. Er zijn stoeptegels in kantoorparken waar zelden iemand een stap op zet. Kantoorparken zijn ontworpen voor auto’s, niet voor mensen.

Al zijn er kantoormensen die zich daartegen verzetten. Zij verlaten rond het middaguur hun kantoorpand voor een frisse neus. Deze mensen, zo’n 17 procent van de kantoorpopulatie volgens TNO-onderzoek, lopen tijdens de pauze een rondje - bevredigender dan op en neer – en keren binnen het half uur weer terug. Lunchwandelaars heten ze.

Fotograaf Jordi Huisman maakte er een fotoserie van. Het viel hem op dat vooral mannen aan lunchwandelen doen. Vaak mannen met korte mouwen, „maar misschien komt dat door de zomer”. De wandelingen zijn vaak in groepjes en meestal zonder doel. „Alsof ze dieren zijn die gevangenzitten en er even uit mogen.”

Lunchwandelaars lijken op het eerste gezicht de vrijbuiters van hun afdeling. Ze laten zich niet opjagen door werkdruk, ze weerstaan de krokante verleidingen van de personeelskantine. Sommigen nemen hun eigen brood mee en als collega’s dat krenterig vinden hebben ze daar maling aan. Lunchwandelaars, zou je haast vermoeden, denken out of the box, zijn eigenzinnig, creatief.

Maar kijk nu eens opnieuw naar deze foto’s en let dan op de kleding. Elke lunchwandelaar ziet er precies hetzelfde uit als de collega(s) naast wie hij loopt. Dat werpt vragen op. Is de lunchwandelaar wel zo eigenzinnig als hij zich voordoet?

Ga wandelen, dan ben je minder ziek

In kantorenland is ook de lunchwandeling gereguleerd. Sla het Handboek Lunchwandelen er maar eens op na. Dit boek, van TNO, geeft werkgevers tips hoe ze lunchwandelen bij het personeel kunnen bevorderen. Immers, zo staat erin: ‘Gezonde en fitte medewerkers zijn meer tevreden, minder gestresst, productiever en minder vaak ziek’. Bovendien vraagt lunchwandelen ‘geen tijd van de baas’ en is de kans op blessures ‘zeer gering’.

Vraagt een vriendelijke collega je rond half één ’s middags mee voor een wandeling, wees dan beducht of deze persoon geen ‘aanjager’ is. De aanjager, staat in het handboek beschreven, is ‘de zeer enthousiaste collega’ die net voor lunchtijd ‘de afdeling rondgaat om iedereen mee naar buiten te nemen’. Grote kans dat hij is aangesteld door de ‘lunchwandelcoördinator’ die vanuit de ‘werkgroep lunchwandelen’ met daarin een aantal ‘sleutelfiguren’ probeert ‘draagvlak te creëren’ binnen de organisatie.

Besluit je mee te gaan, denk dan niet dat vrij rondlopen zomaar kan. De aanjager zal je proberen een route van 2 tot 3,5 kilometer te laten lopen, nodig voor de aanbevolen 30 minuten bewegen per dag. ‘Vlakke ondergrond’, adviseert het handboek.

Enthousiaste lopers, is het TNO-advies, moeten worden uitgeroepen tot ‘Lunchwandelaar van de Maand’, om hen ‘blijvend te motiveren’.