De burger een ‘duwtje’ geven om niet meer naast de pot te pissen

De overheid geeft de burger een ‘duwtje’ (nudge) naar goed gedrag. Manipulatie? De WRR adviseert.

Roken leidt tot kanker, en toch verdwijnt de sigaret niet uit het straatbeeld. Vet eten kan allerlei ziektes opleveren, maar de Big Mac is onverminderd populair. Te hard rijden leidt tot boetes en ongelukken, maar die wetenschap sneuvelt wel eens op een lege A2.

Hoe komt het dat we keer op keer ‘slechte’ keuzes maken? Het antwoord is simpel: mensen denken en handelen niet altijd rationeel. Ze verkiezen de huidige situatie boven een alternatieve, wegen winst en verlies in de toekomst minder zwaar dan in het heden, en schuiven vervelende klusjes voor zich uit.

Wat moet de overheid hiermee? Mag zij haar burgers zo sturen dat ze ‘goede’ keuzes maken, of is dat ongewenst paternalisme? Het is een van de vragen die de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) stelt in het vandaag verschenen rapport Met kennis van gedrag beleid maken. Het rapport gaat over nudging, een nieuwe, vooralsnog omstreden manier van leefstijlbeïnvloeding. De term is in 2008 geïntroduceerd door de wetenschappers Richard Thaler en Cass Sunstein in hun boek Nudge en betekent : het geven van een duwtje in de ‘goede’ richting. Of, in de woorden van de auteurs: de ‘keuzearchitectuur’, de context waarin men een keuze maakt wordt zo aangepast dat de ‘goede’ keuze aantrekkelijker wordt.

De belofte van nudging is dat het de keuzes en het gedrag van burgers kan veranderen zonder hun vrijheid aan te tasten: burgers moeten zich aan nudges kunnen onttrekken.

Simpel voorbeeld: in sommige schoolkantines ligt het fruit op ooghoogte, terwijl je voor een Twix op de knieën moet. Ongezond eten is nog altijd een optie, maar wordt net iets moeilijker gemaakt.

Volgens Thaler en Sunstein is nudging een goede aanvulling op de drie traditionele instrumenten van gedragsbeïnvloeding: wetgeving, voorlichting en financiële prikkels. Die kunnen respectievelijk te dwingend, te paternalistisch of te duur zijn, en bovendien gaan ze uit van de mens als rationeel wezen. Een goede nudge is daarentegen doeltreffend en goedkoop.

Politici en beleidsmakers waren direct gecharmeerd van het boek. In Groot-Brittannië riep premier Cameron zelfs een Behavioral Insight Team (of ‘Nudge Unit’) in het leven. Dit team van psychologen probeert met hun expertise op het gebied van gedragsverandering mensen op tijd belasting te laten betalen, zuiniger met energie om te gaan of hen te laten stoppen met roken.

En ook in Nederland loopt men in de coulissen warm voor de nudge-revolutie. De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) kwam in maart van dit jaar al met een advies, en nu volgt de WRR (die er in 2009 ook al over schreef). Naast enthousiast zijn beide rapporten ook kritisch, want nudging heeft niet alleen voordelen.

De veelgehoorde kritiek op nudging valt als volgt samen te vatten: het is niet aan de staat om voor ons te bepalen wat ‘het goede leven’ is. Dit is een onacceptabele inbreuk op de keuzevrijheid van het individu, die bovendien op een listige, ontransparante manier plaatsvindt.

Het gaat bij nudging immers om een ongemerkte beïnvloeding van de keuzearchitectuur. Wie naar de appel grijpt die op ooghoogte ligt, heeft waarschijnlijk niet door dat hij wordt gestuurd.

De RMO was gevoelig voor deze kritiek. Nudging mag niet gebruikt worden om mensen in de ‘goede’ richting te sturen, maar moet bedoeld zijn om de autonomie van burgers te versterken, vond de Raad. Daarom stond in het advies een aantal strenge voorwaarden waaraan nudges moesten voldoen. Zo moest de overheid bij omstreden beleidsonderwerpen terughoudender zijn: zorgen voor een democratische meerderheid, een open politiek debat voeren, voorzichtig experimenteren en voortdurend transparant zijn.

De WRR heeft minder last van nudge-angst. Veel van de kritiek die op nudging wordt geleverd (de inperking van de vrijheid, de beperkte kennis van de overheid) geldt ook voor andere beleidsinstrumenten, schrijft de Raad. Maar één element neemt hij wel serieus: het verwijt dat nudging manipulatief is. Om de burger te beschermen tegen manipulatie, moet de overheid zorgen voor voldoende openheid over hoe en waar het nudgen plaatsvindt.

De WRR stelt nog een voorwaarde: wanneer het gaat om „grote keuzes die direct raken aan het eigen lichaam en de eigen identiteit”, zoals in het geval van orgaandonatie (zie kader) moet de overheid terughoudender zijn met het inzetten van nudges.

Met deze voorwaarden in het achterhoofd moeten beleidsmakers zo snel mogelijk gaan experimenteren, adviseert de WRR. Nudging is een nog jong onderzoeksterrein. Over de ethische dilemma’s kun je lang debatteren, maar de efficiëntie kan alleen blijken in de praktijk.