Zakelijk en privé lopen bij een columnist door elkaar

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: de columnist die nooit privé rijdt en belastingvrij gokken in het buitenland.

Iedere dag een column schrijven is hard werken. Wie niet toevallig wakker wordt met een hoofd vol inspiratie moet daarnaar op zoek. Iedere dag weer.

Een journalist met een dagelijkse column in een krant doet dit bij voorkeur met de auto. De auto is door de krant aan de man ter beschikking gesteld, waarbij een verklaring ‘geen privégebruik auto’ is afgegeven. Op deze manier hoeft de journalist geen bijtelling te betalen voor gereden privékilometers, mits deze niet boven de 500 kilometer per jaar uitkomen. Voorwaarde is wel dat hij desgevraagd een rittenregistratie aan de belastinginspecteur kan overhandigen om dit te bewijzen.

En dat is nu net het probleem. De man schrijft in zijn stukjes over „de samenleving in al haar facetten”, waarvoor hij iedere dag op zoek is naar onderwerpen. Het gebeurt niet altijd, maar iedere rit kan in theorie tot een column leiden, aldus de columnist. Er is volgens hem geen scheidslijn tussen zakelijk en privé, dus is er ook geen sprake van privégebruik van de auto.

De inspecteur ziet dit anders en ook de rechtbank is niet overtuigd. Zelfs al zijn privéleven en werk met elkaar verweven, dan wil dat nog niet zeggen dat iedere autorit zakelijk is. Een ritje naar de bakker voor een brood kán weliswaar een column opleveren, maar is toch echt privé, vindt de rechter. Tenzij de man van tevoren bedenkt dat hij een column wil schrijven over het kopen van een brood en met die specifieke reden in de auto stapt.

De man probeert nog de vergelijking met de burgemeester die ook altijd in functie is en continu rondrijdt in zijn dienstauto, maar dat gaat de rechtbank te ver. Een columnist is geen burgemeester.