Economische groei: zes alternatieve indicatoren

De toestand van de economie verklaren aan de hand van de lingerieverkoop – kan dat? Morgen komt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) met zijn jaarlijkse verslag van de Nederlandse economie van het afgelopen jaar. Het zal 2013 dan weer meten naar traditionele graadmeters als consumptie, huizenprijzen, investeringen, import en export, bruto nationaal product, werkloosheid, koopkracht en faillissementen.

Eigenlijk alles wat we al weten over 2013. Maar de stand van de economie bepalen kan ook anders. Zes alternatieve manieren om te weten hoe het gaat.

1. Geboortecijfers

Worden er meer kinderen geboren? Dat zou kunnen betekenen dat er weer meer geld is – in de meeste ontwikkelde economieën althans. Toekomstige ouders hebben het vertrouwen dat ze genoeg geld hebben om hun kind groot te brengen. Sinds het begin van de de crisis in 2008 neemt het aantal geboortes af: in 2008 werden 184.600 baby’s geboren, vijf jaar later waren dat er 170.900. Dit jaar worden weer iets meer baby’s geboren dan vorig jaar. Uit tussentijdse cijfers van het CBS blijkt dat in het eerste half jaar 1.835 meer baby’s zijn geboren dan een jaar eerder. Dat zou betekenen dat het beter gaat met de economie.

2. Kantoorleegstand

Niet alleen de steeds verder toenemende leegstand van winkels – die last hebben van een dalende koopkracht – ook de leegstand van kantoorruimte staat in verband met economische voorspoed. Gaat het slechter met bedrijven, dan hebben ze minder ruimte nodig voor minder werknemers én minder geld om in nieuwe kantoren te trekken.

De lege kantoren hebben op hun beurt invloed op de economie. Ze leveren geen geld op, de bouw neemt af, en het is slecht nieuws voor vastgoedbeleggers.

Sinds de crisis is neemt het overschot aan kantoorvloeroppervlak toe. Het aandeel van de leegstaande kantoren ten opzichte van het totale aanbod is gestegen van 10,8 procent in 2007 tot 16,8 procent in 2014. In 2013 nam het aantal lege kantoren iets minder sterk toe dan voorheen. Dat kan goed nieuws betekenen.

3. Zelfdoding

Zelfdoding kan allerlei persoonlijke oorzaken hebben. Maar dat ook een economische recessie van invloed kan zijn op het aantal zelfdodingen, is bekend. Sinds 2007 stijgt het aantal zelfmoorden significant: in 2007 waren het er 1.353, in 2012 waren dat er 400 meer.

4. Afval

Een meevaller bij slechte economische tijden: minder afval. Sinds 2007 worden de vuilnisbergen in Nederland kleiner. Het Compendium voor de Leefomgeving suggereert een rechtstreeks verband met de staat van de economie. Na vier jaar economische achteruitgang is de geproduceerde hoeveelheid afval fors gedaald tot 500 kilo per inwoner per jaar. Dat is niveau van 1996. Tussen 1999 en 2009 lag het niveau steevast op of boven de 550 kilo per inwoner per jaar.

5. Google-trends

Zoekopdrachten op Google verraden waar de zoekenden zich mee bezighouden. Zoals een recessie of uitkering. Zoektermen kunnen zo een afspiegeling zijn van de economische toestand, claimen wetenschappers. Sinds een hoogtepunt in 2008 wordt op Google steeds minder op de Nederlandse term ‘recessie’ gezocht, maar onverminderd veel op ‘uitkering’.

6. Ondergoed

De lipstick-, Big Mac-, wolkenkrabbers- of mannenondergoedindex – het zijn de wat controversiëlere variaties op economische indicatoren. Want is de stand van de economie echt te meten aan verkochte lippenstift, de hoogte van wolkenkrabbers of de prijs van een Big Mac? Voor ondergoed zou er in ieder geval best wat in kunnen zitten. „Onderkleding is het eerste waarop mensen bezuinigen”, zegt retaildeskundige Cor Molenaar. „Want dat ziet toch niemand.” De verkoop van ondergoed is de laatste jaren dan ook gedaald. Ook hier biedt 2014 een beetje hoop: de onderbroekenverkoop neemt weer toe.