Wie krijgt de Scotch als Schotland onafhankelijk wordt?

De Britse schatkist verdiende vorig jaar 1,3 miljard euro dankzij whisky. Britse whisky, nu nog wel. Want het toekomstplan voor een onafhankelijk Schotland is deels op whisky gebouwd. De export ervan neemt alleen maar toe.

foto thinkstock

Zeg ‘Schotse’ en denk whisky. Of zeg whisky en denk aan Schotland. Volgens de Scottish Whisky Association doen de meeste mensen dat. „Schotse whisky is onmiddellijk herkenbaar.”

In het kantoor van de brancheorganisatie, waarin 95 procent van de stokerijen is verenigd, strooit directeur David Williamson met cijfers om zijn theorie te bewijzen: Scotch wordt in meer dan 200 landen verkocht. De productie is met 2,5 miljoen liter drie keer groter dan die van de (Amerikaanse) concurrentie. En terwijl in een groot deel van de wereld een economische crisis heerste, groeide de omzet de afgelopen tien jaar tot 4,3 miljard pond.

Maar het cijfer dat er op dit moment echt toe doet, is 25 procent. Zo groot is het aandeel van whisky in de totale Britse voedselexport. Vorig jaar verdiende de Britse schatkist 1 miljard pond (1,3 miljard euro) dankzij whisky.

Let wel: Britse. En dat maakt de Schotse whisky inzet van het debat over onafhankelijkheid, waarover de Schotten op 18 september zullen stemmen. Voor beide regeringen is het van belang de whisky-industrie binnenboord te houden: voor de Britten vanwege de belasting, voor de Schotten omdat het economisch toekomstplan deels op whisky is gebouwd.

Whisky is Schots, dat staat vast

In tegenstelling tot over olie en gas, het grootste Schotse exportproduct, twisten de Britse en de Schotse regering er niet over van wie de whisky is.

De nationalisten wijzen erop dat 90 procent van de olie- en gasvelden in Schotse wateren ligt en dat dus ook 90 procent van de inkomsten Schotland toebehoort. Unionisten wijzen erop dat de exploratie door álle Britten is bekostigd. Maar Scotch kan, zo is wettelijk vastgelegd, alleen in Schotland worden gestookt, net als champagne uit de Champagnestreek en port uit de streek rond Porto moet komen. En in tegenstelling tot de financiële sector, die al deels heeft gedreigd na onafhankelijkheid uit Schotland te vertrekken, blijft de whisky-industrie daarom hoe dan ook op Schotse bodem.

Slechts één van de 105 stokerijen heeft zijn voorkeur uitgesproken. William Grant & Sons, producent van Glenfiddich, heeft geld gedoneerd aan de Better Together-campagne die strijdt tegen onafhankelijkheid. Diageo, de grootste sterkedrankproducent ter wereld en eigenaar van onder andere Johnnie Walker, lobbyt bij beide regeringen. En de Scottish Whisky Association doet geen uitspraken over het referendum: „Het is aan de Schotse kiezers te beslissen of zij onafhankelijk willen worden. Maar er is één zekerheid: whisky zal altijd hier worden gestookt”, zegt Williamson.

Maar in één adem door vertelt hij dat de sector risico’s signaleert. „Nu kunnen we gebruikmaken van de expertise van 200 ambassades. Dat is belangrijk voor onze internationale expansie. De Schotse regering heeft het over 70 tot 90 ambassades. Het is duidelijk een mogelijk gevaar als we minder vertegenwoordigd zijn.”

Niet dat de whisky-industrie zich volledig veilig voelt binnen het het Verenigd Koninkrijk, nu de kans op een Brexit, een Britse uittreding uit de EU, weer toeneemt: „We maken 35 procent van onze omzet in Europa, het lidmaatschap van de EU is voor ons van groot belang. Elke onderbreking, elk verlies van invloed, creëert onzekerheid.”

Whisky is hip in Azië en Afrika

David Williamson haast zich te zeggen dat de whiskysector ondanks alles groot vertrouwen heeft in de toekomst. „Er wordt de komende twee jaar voor 2 miljard pond aan investeringen gedaan. En omdat wat je nu stookt pas over tien jaar wordt verkocht, zegt dat wel wat.”

Dat vertrouwen heeft vooral te maken met opkomende markten in Azië en Afrika, zegt Williamson. „Daar is whisky drinken voor ambitieuze burgers met een stijgend inkomen een uitdrukking van wie ze zijn.” In West-Europa is whisky „misschien de drank van je vader”, maar niet in landen als Nigeria, Angola en Vietnam. „In Polen dronk de vader wodka, daar zijn wij de exotische buitenlandse drank.”

Sleutel tot het succes van whisky is dat de sector, aangevoerd door de Scottish Whisky Association, de merknaam als een havik beschermt. Ja, er is stijgende concurrentie van Japanse en Ierse whisky’s – Williamson noemt het „een eerbetoon aan ons succes” dat die landen ook whisky produceren. Maar: „Denk je eens in dat men overal Scotch kan maken”, zegt hij met afschuw in zijn stem. Schotse whisky mag alleen in Schotland en van graan zijn gestookt, en moet daar ten minste drie jaar in eiken vaten zijn gerijpt.

Vorig jaar voerde de organisatie „honderden” juridische procedures tegen stokerijen uit het buitenland die ten onrechte een Schots klinkende naam, een Schotse ruit of een foto van de Highlands op het etiket hadden. „Boven zitten collega’s die niets anders doen”, vertelt hij.

Juist omdat Scotch zo’n sterk merk is, is het naast een exportproduct ook een belangrijke toeristische attractie voor Schotland. Meer dan 1,3 miljoen toeristen komen jaarlijks op de 39 te bezoeken stokerijen. Opgeteld zijn ze daarmee na het National Museum of Scotland en Edinburgh Castle de grootste toeristentrekker van het land, en staan ze in de top-20 van het Verenigd Koninkrijk. Het levert de Schotse economie bijna 30 miljoen pond per jaar op aan hotelovernachtingen en aanverwante bestedingen.

Je ruikt eik, citrus, caramel

Even buiten Crieff, in het zuiden van de Highlands, leidt de enthousiaste Robert een klein groepje op een zondagochtend door Glenturret Distillery, de oudste stokerij van Schotland. De naam zegt alleen echte whiskyliefhebbers iets: Glenturret produceert slechts een beperkt aantal liters voor de export (vooral naar Nederland). Maar gemengd met vier andere single malts en een graanwhisky vormt het Famous Grouse, de bekendste Scotch.

Hij vertelt over gerst en het verschil tussen door met turf of door de lucht gedroogde mout. Hij laat de vaten zien waar het water uit Loch Turret wordt toegevoegd, en de plek waar het mengsel dagen wacht tot het wordt gestookt. Hij toont de gerecyclede eiken sherry- en bourbontonnen waarin de whisky jaren zal zitten en waardoor hij zijn kleur krijgt. En uiteindelijk laat hij ruiken – eik, citrus, caramel – en proeven.

In heel Schotland worden dergelijke rondleidingen gegeven; er zijn speciale whiskyroutes langs stokerijen in Speyside, bij Inverness, en op Islay, voor de kust van Glasgow.

„Bij ons gaat er al een krat per dag doorheen”, vertelt Julie Trevisan-Hunter van de Scottish Whisky Experience, eind jaren tachtig door alle stokerijen samen opgericht als reclame-instrument. De Scottish Whisky Experience zit naast het kasteel van Edinburgh aan de drukke, toeristische Royal Mile. Bezoekers worden in een ton door de tentoonstelling gereden. Dat is uitermate geschikt voor „diegenen met nog geen of weinig interesse in whisky”, vertelt Trevisan-Hunter. Voor de serieuze bezoeker zijn er cursussen en proeverijen en is er een restaurant waar Scotch wordt gekoppeld aan kazen en andere gerechten.

„Sinds begin vorige eeuw is whisky aan strengere regels gebonden. De kwaliteit is daardoor altijd hoog gebleven”, vertelt Trevisan-Hunter. En daar profiteert de industrie sindsdien van. Schotse whisky is „een luxemerk” geworden. „Dat trekt toeristen uit opkomende markten, die reizen combineren met kopen.” Aan de andere kant is Scotch ook een streekproduct gebleven, en handgemaakt, wat Europese en Amerikaanse toeristen trekt.

In een kamer knippert ze een licht aan en duizenden flessen in variërende tinten goudbruin schitteren je tegemoet. Het is de grootste collectie Schotse whiskyflessen ter wereld, verzameld door de Braziliaan Claive Vidiz. Ze wijst op de oudste fles, uit 1897. „Scotch is altijd begeerd.”