Column

Werkt werknemer als rode lap op een stier?

Werknemerscommissarissen winnen zelden de populariteitsprijs. Hun collega-commissarissen bekijken hen met argusogen en dat is een hardnekkig gegeven. Neem de enquête in 2001 van een wervingsbureau: 63 procent van de commissarissen ziet niets in een wetswijziging dat de ondernemingsraad (OR) meer werknemerscommissarissen mag voordragen. Een onderzoek in 2012 door Jaap van Manen en Dennis Veltrop (Rijksuniversiteit Groningen) onder 350 commissarissen vertelt hetzelfde verhaal. De kop in het Financieele Dagblad boven de uitkomsten: OR-commissaris heeft maar weinig aanzien.

Tegen de achtergrond van deze opvattingen onder commissarissen is het niet zo verrassend dat de grootaandeelhouder van NRC Media zich onlangs tot bij de rechter tevergeefs verzette tegen de benoeming door de ondernemingsraad van advocaat Jerry Hoff als werknemerscommissaris. Ter informatie mijn eigen belang. NRC Media is mijn werkgever en ik ben gekozen lid van de ondernemingsraad. Als journalist over je eigen bedrijf schrijven ligt gevoelig, maar als dit elders in het bedrijfsleven was voorgevallen, was het een waardige aanleiding geweest. Dus waarom de lezer iets onthouden omdat m’n werkgever een rol speelt?

Commissarissen in grotere ondernemingen moeten toezicht houden op het directiebeleid, met het belang van de hele onderneming als leidraad. Niet een deelbelang, zoals dat van werknemers of aandeelhouders.

De onderzoekers van de Universiteit Groningen hebben geprobeerd te ontdekken wat de andere commissarissen zo tegenstaat in een OR-kandidaat als commissaris. Het eerste argument: die commissaris zal primair de belangen van het personeel behartigen. Maar eigenlijk zit het dieper, bleek de onderzoekers: de ondernemingsraad doorkruist het selectierecht van de zittende commissarissen. Om een fictief voorbeeld te geven: commissarissen van een internationale producent van consumentengoederen zoeken een man met marketingkennis en de OR selecteert een vrouw die bekendstaat om haar groene imago.

Het effect van de rode lap op de stier zie je ook bij andere voorvoegsels voor het woord commissaris. Zoals: overheidscommissaris. Financiële instellingen die in 2008/2009 staatssteun kregen, moesten twee overheidscommissarissen accepteren. In hun officiële rapport over de ondergang van SNS Reaal schetsen de deskundigen Rein Jan Hoekstra en Jean Frijns het ongenoegen. De zittende commissarissen hielden de twee overheidsbenoemingen voor dat ook zij „zich dienden in te zetten voor de toekomst van de company”. In de praktijk leverde het geen problemen op, concluderen Hoekstra en Frijns droogjes.

En aandeelhouderscommissaris? Raadselachtig. Dat woord bestaat eigenlijk niet. Een pleonasme, kennelijk. Terwijl er gewoon aandeelhouderscommissarissen zijn, zoals directeuren van investeringsmaatschappij HAL bij beursfondsen als Boskalis en Vopak. Ook bij familiebedrijven en ondernemingen in handen van private-equityfinanciers is de aandeelhouderscommissaris ingeburgerd. Toch moet ook die commissaris zich richten naar het belang van het bedrijf.

Aan de rechtsgang rond werknemerscommissaris Hoff zit nog een aspect. Eerder dit jaar deden de vakbonden van zich spreken met stakingen. Hun traditionele drukmiddel. Nu ondernemen ze ook jurídische acties, zoals tegen de recente flitsfaillissementen bij Heiploeg (garnalenvisser) en Estro (kinderopvang). De Vereniging van Effectenbezitters, de aandeelhoudersvakbond, ontdekte de rechter als bondgenoot dertig jaar geleden. Nu schuiven de vakbonden in die richting. Zo zeggen iets over de economische gevoelsconjunctuur: ook voor werknemers is er iets te winnen.