Column

Timmermans moet tegelijk niet en wel antwoorden

Veel taferelen die wij krijgen voorgelegd als nieuwsberichten zijn in feite improvisatieoefeningen.

Brussel, een week geleden. Minister Timmermans haast zich over straat. Hij is op weg naar een gesprek om te solliciteren bij de hogere machten. Er zijn zware posten te vergeven en ingewikkelde opdrachten uit te voeren. ‘Er zoemt al weken van alles rond’, zingt het NOS Journaal. ‘Waar koerst Timmermans op af?’ vraagt de pers dus maar eens aan Europarlementariër Van Baalen. ‘Daar gaat dat gesprek over’, zegt Van Baalen.

Zo komen we natuurlijk niet verder. Nieuwsuur besluit bij de Financial Times te informeren. Die zullen het vast wel weten. Wat wij hier in Brussel horen, zeggen de Financial Times, is dat meneer Timmermans geen topfunctie krijgt. ‘But that could change.’ Met andere woorden, het kan vriezen, het kan dooien, kind, je weet het eenvoudigweg niet. Dus, voort, voort, voort, achter meneer Timmermans aan door de straten.

Het theatrale zit ’m in dat rennen. De politiek verslaggevers jagen aan achter meneer Timmermans die zich voortrept, terwijl hij zich met de ene schouder naar de verslaggevers toewendt en met de andere van de verslaggevers afwendt. Een theatraal topos. Zoals agenten in een politiedrama die verbeten een arts achtervolgen terwijl zij naar de operatiekamer snelt om daar het slachtoffer van een moordaanslag te gaan redden. De scène verbeeldt dynamiek, urgentie. De arts heeft belangrijker dingen aan haar hoofd dan de vraag wat haar comateuze patiënt heeft te zeggen. De agenten, op hun beurt, willen de waarheid weten. Dus snellen ze achter elkaar aan. Elk met hun eigen missie.

Precies zo rennen de minister en de verslaggevers door de straten. De minister op weg om Europa te gaan leiden. De verslaggevers om te onthullen hoe de minister zich voelt. ’s Middags in Brussel op weg naar het sollicitatiegesprek. ‘Bent u zenuwachtig?’ Na afloop van het sollicitatiegesprek. ‘Mogen we u feliciteren?’ ’s Avonds in Amsterdam. ‘Meneer Timmermans, ze zeggen dat u een zware functie krijgt.’ ‘Ik heb het gehoord.’

Je denkt wel eens dat verslaggevers nieuws brengen, maar dat is een vergissing, in werkelijkheid proberen ze heel hard het te maken. Hun pogen bepaalt het nieuws, het woelt het als het ware los. Wat meneer Timmermans denkt of voelt is immers geen nieuws, het is pas nieuws als hij zegt wat hij denkt of voelt, en dan is het nieuws niet wat hij denkt of voelt, maar dat hij het zegt, want hij mag het niet zeggen. Dat weten de verslaggevers ook.

Aldus ziet meneer Timmermans zich geconfronteerd met een klassieke dubbele binding. Hij moet antwoorden en niet antwoorden tegelijk. Een valstrik die ooit door Rutger Castricum met succes is opgezet voor minister Vogelaar; en ook al doorzie je de structuur van de situatie, dan nog kun je er niet aan ontsnappen. Antwoordt meneer Timmermans niet, dan toont hij zich ondemocratisch. Antwoordt hij wel, dan ondermijnt hij het politieke proces. Aan zijn opdracht valt onmogelijk te voldoen: zeg iets en zwijg tegelijk.

De test wordt door de makers van het nieuws met zorg in scene gezet. ‘Mevrouw Hennis, heeft u enig idee wie Frans Timmermans zal gaan opvolgen?’ Het oogt als een simpele vraag, waarop een simpel antwoord past, maar op een hoger niveau is het dat antwoorden zelf dat verboden is. Antwoordt mevrouw Hennis, dan zal de verontwaardiging niet de inhoud gelden, maar het feit dat ze voor haar beurt praat. Dat weet Jeroen Pauw ook. Hij stelt haar die vraag dus niet om iets te weten te komen, maar om haar in een situatie te brengen.

De kiezers zijn ook niet op hun achterhoofd gevallen en doorzien deze netelige situatie. Zij kijken op een metaniveau naar de scène: hoe slaan meneer Timmermans en mevrouw Hennis zich erdoor heen? Mevrouw Hennis en meneer Timmermans zien zich daardoor geconfronteerd met een nieuwe dubbele binding. Omdat het de toeschouwers gaat om de metacommunicatie, worden de politici gedwongen spontaan en betrouwbaar zichzelf te spelen.

Uiteindelijk bestaat het nieuws dus een week lang uit improvisatieoefeningen. Een soort ‘De vloer op’ voor politici en pers. Omdat er geen feiten zijn, rennen de verslaggevers rond met onzinnige vragen waarvan ze weten dat er geen antwoord op komt, maar ze stellen ze met een gespeelde authenticiteit die moet doen geloven dat het hun ernst is. De politici krijgen in deze theatrale setting de kans te laten zien hoe eerlijk en transparant ze kunnen liegen over feiten die er niet zijn.

En dat, lieve lezers, is het verschil tussen actualiteit en geschiedenis. Geschiedenis ontstaat doordat beslissingen worden genomen. De actualiteit is een toneel waarop we beoordelen welke rol het best bij de politicus past.