Hoe Syrische vluchtelingen via Milano Centrale uitwaaieren over Europa

Vorige maand berichtte onze redacteur Marc Leijendekker over de enorme stroom vluchtelingen die Sicilië overspoelt. Die moeten steeds vaker uitwijken naar havens elders in het zuiden, maar daarna treffen ze elkaar weer duizend kilometer noordelijker, op het centraal station van Milaan. Dat is een draaischijf geworden voor de reis verder naar het noorden.

Syrische vluchtelingen op doorreis op het station van Milaan. Foto Hollandse Hoogte

Vorige maand berichtte onze redacteur Marc Leijendekker over de enorme stroom vluchtelingen die Sicilië overspoelt. Het zijn er zo veel, dat ze steeds vaker moeten uitwijken naar havens elders in het zuiden. Maar daarna treffen de Syrische vluchtelingen elkaar weer duizend kilometer noordelijker op het centraal station van Milaan. Dat is een draaischijf geworden voor de reis verder naar het noorden.

Meer dan 100.000 bootvluchtelingen zijn er dit jaar al opgepikt door de Italiaanse marine en kustwacht. Daarbij zitten tienduizenden vluchtelingen uit Syrië. Als die willen doorreizen naar andere Europese landen, leggen de Italiaanse autoriteiten hen vrijwel niets in de weg.

De vluchtelingen komen Italië op veel verschillende plaatsen binnen. Taranto en Reggio Calabrië op het vasteland, Pozzallo, Catania, Augusta, Palermo of Agrigento op Sicilië. Maar ze verlaten het land bijna allemaal vanaf dezelfde plek: Milano Centrale. Op het station daar is zelfs een speciale opvangruimte gericht voor de Syriërs.

Gabriele Polifroni, die hier namens de gemeente Milaan werkt:

“Er komen hier zo veel Syrische vluchtelingen, dat we wel iets moesten organiseren om ze hier op te vangen. In april is een ware exodus begonnen. Sinds die tijd hebben we zeker 24.000 Syriërs hier voorbij zien komen. De staat betaalt. Eind dit jaar zal de rekening zijn opgelopen naar vijf miljoen euro. Wij hebben als gemeente dat geld niet. Maar de Syrische vluchtelingen vragen eigenlijk weinig. Ze creëren geen problemen.”

Als je de trap op loopt van het monumentale treinstation van Milano Centrale naar de perrons, zie je links een muur vol kindertekeningen. Een tiental kleuters is op de grond aan het kleuren, met wisselend enthousiasme. Hun moeders, bijna allemaal met hoofddoekjes, zitten op de granieten banken met elkaar te kletsen. Aan de rechterkant, waar de mannen staan en flesjes water en broodjes worden uitgedeeld, hangt een volgekraste landkaart van Europa.

Daarnaast twee A4-tjes met zinnetjes in fonetisch Arabisch.

Vijf vragen om te kunnen communiceren met vluchtelingen: ‘waar ga je naartoe’, ‘waar is je familie’, ‘heb je ziektes’, ‘ik wil naar een opvangcentrum’ en ‘ik wil een Arabische tolk’. Foto Marc Leijendekker

Geen van de vluchtelingen wil herkenbaar op de foto. De angst voor het regime zit er nog goed in. Maar ze willen wel vertellen over hun reis en hun plannen. Op een bankje zitten Iham, Khaled en Khaldon met nog drie vrienden, jonge mannen tussen de achttien en vijfentwintig. Alleen al aan de uitgedeelde kleren herken je hen: veel trainingspakken, soms met een Italiaans logo achterop. Met handen en voeten en een paar woorden Engels vertellen ze over de levensgevaarlijk volle boten waarmee ze zijn gekomen. Khaled toont een filmpje op zijn telefoon van het vertrek uit Libië. Het is onbegrijpelijk hoe die boot überhaupt heeft kunnen wegvaren. Hij heeft geteld en gerekend: 140 mensen op een rubberboot van zestien bij vier meter. “Geluk gehad”, zegt hij. “Italië goede mensen.”

Even verderop vertellen de vrienden Abdallah en Sam en een echtpaar uit Damascus, Abdulrachmon en Rullah, dat ze via Tunesië zijn gekomen. “Libië was te gevaarlijk.” Ze zijn alle vier achter in de twintig. Wat gaan ze nu doen? “We zijn nog aan het overleggen. Waarschijnlijk Duitsland. Maar hoe is het eigenlijk in Nederland?”

Carlotta Passerini, een studente psychologie die hier iedere zaterdag als vrijwilliger komt helpen, vertelt hoe dat in zijn werk gaat:

“We merken dat er allerlei netwerken actief zijn van Syriërs die al in Europa wonen. De mensen die uit het zuiden zijn gekomen, blijven hier een paar dagen wachten. Dan worden sommigen met de auto opgehaald, anderen gaan met de trein verder. Maar ze reizen bijna allemaal in groepen. Het is goed georganiseerd.”

Een vrijwilliger speelt met Syrische kinderen op het station van Milaan. Foto Hollandse Hoogte

Discussie over Dublin

De Syrische vluchtelingen kunnen dus vrijwel ongehinderd doorreizen naar andere Europese landen. Wie weigert zich te laten registreren, wordt daar niet toe gedwongen – al heeft een rechter in één geval gezegd dat het wel kon, in de praktijk gebeurt het niet. De Syriërs zijn onderling goed georganiseerd, hebben vaak geld, en kunnen zo zonder veel problemen te veroorzaken, verder reizen.

Maar: dat is in strijd met de Verordening van Dublin uit 2003. Daarin staat, kort gezegd dat, dat wie de EU binnenkomt en asiel wil aanvragen, dat moet doen in het land van binnenkomst. Andere landen zijn boos over deze handelswijze. Met name in Duitsland komt hier steeds meer kritiek op de opstelling van Italië. De krant Die Welt schreef:

Die Wut über Italiens Tatenlosigkeit ist groß. Während hierzulande die Zahl der Flüchtlinge und Asylbewerber nach oben schnellt und die Unterkünfte zunehmend überlastet sind, nimmt die Regierung in Rom die europäischen Verabredungen bislang offenbar nicht ernst und lässt Flüchtlinge problemlos weiter in die nördlichen Staaten der Europäischen Union (EU) reisen.

De landen aan de zuidgrens van Europa zeggen dat die onevenredig veel druk op hen legt. De regering in Rome heeft bij herhaling gezegd dat ze Dublin II, zoals de verordening in het kort heet, wil wijzigen. Wie al weet dat hij of zij naar een andere EU-land wil gaan om daar asiel aan te vragen, zou dat zonder problemen moeten kunnen doen. Het mag nu niet, maar het is wel de praktijk in Italië.