Oude ster brengt jong talent nu snel weg

Zdenek Nehoda werd zelf als voetballer groot in het voormalige Tsjechoslowakije. Als spelersmakelaar kijkt hij nu jaloers naar de jeugdopleiding in Nederland.

Zdenek Nehoda in duel met Adrie van Kraay in de halve finale van het EK in 1976. Nehoda scoorde in de verlenging de 2-1. Nederland verloor in het destijds Joegoslavische Zagreb uiteindelijk met 3-1. Foto AP

Zijn achternaam betekent ‘ongeluk’ in het Tsjechisch. Zdenek Nehoda (62) bezegelde het lot voor Johan Cruijffs Oranje door op het EK 1976 in de verlenging de 2-1 binnen te koppen, nadat hij eerder al de ontvangende partij was van een doodschop die Johan Neeskens op rood kwam te staan. „En in 1980 deed ik het weer”, grijnst de oud-spits van Tsjechoslowakije vanachter zijn cappuccino in het hotel Intercontinental in Praag. Toen, op het EK in Italië, werd het 1-1 in de laatste groepswedstrijd die Oranje moest winnen om verder te gaan. Weer een goal van Nehoda, weer onheil voor Nederland.

Tsjechoslowakije, en sinds 1994 Tsjechië, mag gerust een van Nederlands angstgegners heten. Op het EK van 2004 speelden de landen een van de meest enerverende duels ooit op een eindtoernooi, met Tsjechië als winnaar onder impuls van Pavel Nedved en Milan Baros. Het waren Tsjechische spelers die tot de verbeelding spraken. Zoals ook de ploeg van Nedved en Karel Poborsky die in 1996 tweede werd op het EK en in de kwalificatie het Oranje van bondscoach Guus Hiddink met 3-1 had verslagen.

Maar het Oranje van de teruggekeerde Hiddink treft in Praag vanavond een Tsjechisch team dat een minderwaardigheidscomplex nabij is. Op de FIFA ranglijst is de voormalig nummer twee afgezakt tot buiten de top-30, en vanaf 2008 versleet het nationale team vijf bondscoaches, tegenover drie in de veertien jaar daarvoor. In 2012 werd nog de kwartfinale van het EK gehaald, maar op het WK van 2010 en 2014 ontbrak Tsjechië. En dan komt vanavond in de Generali Arena van Sparta Praag de nummer drie van het WK op bezoek. „Nederland onderschatte ons in 1976”, zegt Nehoda, nu spelersmakelaar. „Misschien is dat ook nu onze kans. Wij speelden de afgelopen tijd misschien rampzalig, maar zo slecht zijn we echt niet.”

Panenka

Stipt om half vier, zo was het afgesproken, komt erevoorzitter Antonin Panenka (65) aan bij het archaïsche stadion van zijn club Bohemians 1905 in district Praag 10. De ster van het EK 1976, voor altijd de auteur van de stiftpenalty die de Duitse doelman Sepp Maier kansloos liet en Tsjechoslowakije Europees kampioen maakte, geniet een enorme status maar zijn invloed, zegt hij zelf, is niet zoals die van Cruijff in Nederland. „Ik ben ambassadeur van het voetbal, meer niet. Ik laat mijn gezicht zien, hier bij de club en als de Tsjechische bond dat vraagt.”

Hoor de artiest spreken als hij zich beklaagt over zijn voetbalnatie. „Momenteel zijn Tsjechische spelers zeer krachtig, met veel loopvermogen, maar aan de bal hebben ze problemen. Er is geen verrassing.” Zoiets briljants als zijn penalty, of een lob zoals die van Poborsky op het EK 1996, ziet hij er niet snel meer van komen. „Ik ben bang dat nu, of in de toekomst, er niet meer zo’n mooi moment komt voor ons land. Het voetbal bij ons tegenwoordig in de Tsjechische competitie, in de nationale ploeg, is doorsnee. Minder dan doorsnee.”

Oud-ploeggenoten Nehoda en Panenka zijn het er wel over eens dat er talent genoeg is. Het stokt in Tsjechië bij de doorontwikkeling. Nehoda kijkt verlekkerd naar de rasaanvallers in Nederland: Arjen Robben, die er vanavond niet bij is, en Robin van Persie. „Nederland heeft altijd een aanwas van zeer goede spelers, jullie doen veel goed werk met de jeugd. Daarom vind ik ook dat spelers zo snel mogelijk naar Nederland moeten. Bij ons zijn de opleidingen niet van internationaal niveau.”

Dat is nu zijn core-business geworden: jonge spelers naar het buitenland sturen. De ironie wil dat Nehoda zelf pas als dertiger de geneugten van een buitenlands avontuur mocht proeven. Onder het communistische bewind verbood de voetbalbond spelers uit Tsjechoslowakije naar het buitenland te gaan. Pas na de leeftijd van 32, met een minimaal aantal interlands van vijftig, zat er een transfer in. „Ik had op mijn 24ste al vijftig interlands gespeeld. Maar ik moest wachten, en wachten. Ik heb elf jaar bij Dukla Praag gespeeld, mooie tijden beleefd. Maar ik had ook eerder willen gaan, dat wil toch iedereen?”

Honderd talenten

Zijn eerste wapenfeiten als zaakwaarnemer waren de transfers van Sparta Praag-spelers Jan Koller en Nedved. Onder meer Mino Raiola trok jarenlang samen met hem op in de wereld van de spelersmakelaardij. De clientèle van de Italiaanse Nederlander is inmiddels een sterrenensemble, die van Nehoda niet. „Wij zijn gespecialiseerd in jongeren. Momenteel zo’n honderd jongens, heel veel werk.”

Zijn makelaarskantoor, dat hij runt met twee zoons, maakt geen geheim van de strategie. „In onze firma is de filosofie: hoe jonger naar het buitenland hoe beter”, zegt Nehoda. „Pas op hun zestiende mogen ze een profcontract tekenen, zo zijn de regels. Maar langer wachten, dan is het al te laat. Op hun achttiende, negentiende zijn spelers al compleet gevormd, is mijn mening. We hebben hele goede ploegen onder-16, onder-17. Maar het probleem is: ze krijgen geen kans als ze ouder worden. Daarom is het goed dat spelers jong vertrekken uit Tsjechië.”

Ajax trok uit de stal van Nehoda de nu 16-jarige aanvaller Vaclav Cerny aan, die twee keer tot grootste Tsjechische talent is bekroond. Een speelse jongen aan de bal, mooi linkerbeen, maar iel. „Hij moet nog een man worden!”, lacht Nehoda. „Cerny is het grootste talent van Tsjechië. Maar we hebben er meer, vele goeie jongens. De toekomst ziet er mooi uit. Maar we hebben niet de generatie mid-twintigers om nu het nationale team te dragen. Vladimir Darida [24-jarige middenvelder] is heel goed hoor, maar speelt bij Freiburg. Dat bedoel ik: ze redden het niet bij topteams. Ze moeten eerder naar het buitenland.”