Nederlandse bevolking is internationaal gezien hoogopgeleid

De Nederlandse bevolking is internationaal gezien hoogopgeleid. ANP / Martijn Beekman

De Nederlandse bevolking is internationaal gezien gemiddeld hoog opgeleid. Circa 34 procent van de bevolking is hoger opgeleid. Canada staat bovenaan met 53 procent, gevolgd door Japan (47 procent) en Israël (46 procent). Bovendien gaan de Nederlandse hogeropgeleiden zo goed om met kennis en informatie dat ze tot de top van de wereld behoren – samen met die in Australië, Finland, Japan en Zweden.

Dat staat in het vandaag verschenen jaarlijkse rapport ‘Education at a Glance 2014’ van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Dit is de meest volledige internationale vergelijking op het gebied van onderwijs in 24 landen. Het rapport is gebaseerd op drie studies, waaronder het PISA-onderzoek waarbij het leerniveau van 15-jarige scholieren wordt getest met lees- en rekentoetsen.

Uit het OESO-rapport blijkt dat Nederland in vergelijking met andere landen een gemiddeld bedrag uitgeeft aan onderwijs. Nederland besteedt iets meer dan 6 procent van bruto binnenlands product. In de top drie staan Denemarken, IJsland en Korea die circa 8 procent uitgeven aan educatie.

Veel Nederlanders volgen een opleiding

Bovendien blijkt uit de studie dat veel Nederlanders een opleiding volgen. Vooral in het hoger onderwijs zijn er meer studenten bij gekomen. En het loont om te studeren; hogeropgeleiden hebben vaker een baan dan lageropgeleiden. Zo heeft 88 procent van de Nederlandse hogeropgeleiden werk, dat is 4 procent hoger dan het OESO-gemiddelde. Circa 81 procent van de Nederlandse mbo’ers heeft een baan, dat is 5 procent boven het OESO-gemiddelde. Ook blijkt dat Nederlanders met hoge opleiding relatief meer verdienen dan in de meeste andere landen. Bovenaan staan landen als Oostenrijk, Noorwegen en de VS.

Verbeterpunten: professionalisering leraren…

Toch zijn er voor Nederland ook nog verbeterpunten. Volgens de OESO moet er meer gedaan worden aan de professionalisering van leraren. Minister Bussemaker:

“Daar zijn we dan ook erg druk mee. Denk bijvoorbeeld aan het Nationaal Onderwijsakkoord waarbij er meer geld vrijkomt voor extra scholing van docenten.”

…flexibeler deeltijdonderwijs

Ook op het gebied van ‘een leven lang leren’ kan Nederland het beter doen. Overal in Europa studeren steeds meer volwassenen in deeltijd, behalve in Nederland. Minister Bussemaker verwijst naar de aanbevelingen die een commissie onder leiding van Alexander Rinnooy Kan een half jaar geleden deed. Daaruit bleek dat het volgen van deeltijdonderwijs flexibeler moet worden. En studenten moeten met behulp van vouchers onderwijs kunnen gaan inkopen, waar ze dat zelf willen. Bussemaker:

“Zo is het belangrijk dat mensen ook diploma’s kunnen halen die niet alleen gericht zijn op de sector waar ze in werkzaam zijn bijvoorbeeld.”

…hulp aan beginnende leerkrachten

Bussemaker wil zich ook richten op beginnende leerkrachten. Die hebben volgens haar meer aandacht en begeleiding nodig.

“We weten dat een kwart van de beginnende docenten afhaakt omdat ze in het diepe worden gegooid en de werkdruk te hoog vinden. Dat moet veranderen.”