Column

Carrièrevrouw wordt mantelzorger

‘Ik heb drie rollators”, zei oud-politicus Willem Aantjes (91) zonnig. „Eentje voor boven, een voor beneden en buiten staat er nog één. Want Ineke jaagt me er af en toe uit.” Ineke Ludikhuize (58), zijn tweede echtgenote. Drieëndertig jaar jonger dus. We zaten in hun woonkamer in Utrecht. „Ik dump hem in de auto”, zei ze, al even opgewekt, „en dan rijden we naar het bos”. Rhijnauwen, want daar heb je goede paden, rollator-technisch.

Hij: „Waar al die bejaarden met die elektrische fietsen voorbij stormen.”

Zij: „Ja, dat dreigt wel een nationale ramp te worden. Maar daarna mag hij slapen.”

Hij:”,Nou, dat stelt niet zoveel voor, hoor!”

Zij: „Tussendoor breng ik kopjes thee, anders doet hij het niet.”

Hij: „Anders-doet-hij-het-niet.”

Zij: „En dan zit hij gezellig te twitteren.”

Hij: „En al 6.000 volgers!”

De Vrouwenraad, waarbij 51 vrouwenorganisaties zijn aangesloten, waarschuwt dat de decentralisatie van de zorg vrouwen ‘terug bij af’ brengt. Zíj verliezen daardoor straks betaald werk als verpleegster of thuishulp. En daarna mogen ze wél gratis bijspringen bij hulpbehoevende familieleden. Ineke Ludikhuize zegde vorig jaar haar baan op als directeur van Passage, nota bene zo’n organisatie uit de Vrouwenraad, om fulltime voor haar man te kunnen zorgen. En ze schreef een boek voor mantelzorgers, dat volgende maand verschijnt. Ze interviewde anderen, bedacht tips, en schreef alles op in korte stukjes, „zodat mensen die niet gemakkelijk lezen er ook wat aan hebben”.

Ineke Ludikhuize vertrok altijd rond acht uur naar haar werk. Aantjes kreeg thuiszorg. „Maar Wim kon mijn leven niet meer bijhouden.” Toen hij meer zorg nodig had, wilde zij het zelf doen. De tijd die ze nog samen hadden in enige rust doorbrengen.

Haar positie is minder luxe dan het lijkt. Zolang hij leeft, kan zij van zijn pensioen meeleven. Maar omdat ze pas op zijn zeventigste een relatie kregen, is er voor haar straks geen weduwenpensioen. Ook het huis moet dan worden verkocht, want ze hebben zich „tot zo’n polis laten verleiden” die niets aflost, zoals Aantjes het mopperend noemt.

Ineke lacht: „Als Wim nou 101 wil worden – dan liep het vlekkeloos over in mijn eigen pensioen. Maar ik denk niet dat dat lukt.”

Aantjes, blijmoedig: „Nee. Dat denk ik ook niet.”

Zij: „Maar het is misschien wel goed om maar eens te zien waar het leven je brengt.”

Vond hij het niet moeilijk, zo afhankelijk van haar te worden? „Dat is niet anders. Ik ben heel gelukkig met Ineke.”

„En ik ben heel gelukkig met hem.” Zo’n douchebeurt bijvoorbeeld, zei zij. Daar kun je toch ook erg bij lachen? „Dan heeft hij zijn oren niet in. Dat is toch heel grappig, zoals je dan tegen elkaar moet schreeuwen?”

Ik vroeg wat zij van dat hele idee van de ‘participatiesamenleving’ vonden. Willem Aantjes lachte voor het eerst wat cynisch.

Zij: „Verplichte mantelzorg is natuurlijk geen mantelzorg. Dat is een verkapte bezuiniging.”

Voor haar eigen ouders zorgen, zei ze, dát had zij nooit gekund.

Aantjes: „Maar wij hebben pret. Dat scheelt.”