Leerlingen roc denken minder negatief over Joden na gesprekken

Kennismaken met je Joodse buren vermindert negatieve associaties. Maar de vooroordelen zijn hardnekkig, blijkt op een Amsterdams roc.

Roc-leerlingen die in een synagoge anderhalf uur lang in discussie gingen en uitleg kregen over het Jodendom, zijn daarna minder negatief gaan denken over Joden. Dat is de uitkomst van een wetenschappelijk onderzoek naar het project ‘Leer je buren kennen’ van de Liberaal Joodse Gemeente, dat vanmiddag in Amsterdam zou worden gepresenteerd aan minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken en Integratie, PvdA).

De studie werd uitgevoerd onder 338 leerlingen van het ROC-Zuid in Amsterdam. Ze deden in 2012 mee aan een ontmoetingsbijeenkomst in de synagoge van de Liberaal Joodse Gemeente, gevestigd naast hun school. De leerlingen keken naar een introductiefilm, schreven op waar ze het eerst aan dachten bij Joden en praatten daarover. Ze bezochten ook de gebedsruimte.

Vóór het bezoek noemde 31 procent van de ondervraagde jongeren een vooroordeel als ‘gierig’, ‘rijk’ of ‘grote neus’ als associatie bij het Jodendom, na het bezoek was dat 26 procent. De leerlingen leerden vooral veel bij over het verschil tussen orthodox en liberaal Jodendom: het percentage dat daar kennis over had, steeg van 14 naar 63 procent.

Uit het onderzoek blijkt dat het positieve effect relatief het sterkst was bij islamitische jongeren. Vóór de bijeenkomst hadden zij ook de meeste negatieve associaties.

De onderzoekers, psycholoog Maarten van der Heijden (lid van de Liberaal Joodse Gemeente) en theologiestudent Lisanne de Wit, relativeren de uitkomst wel. Het positieve effect was wetenschappelijk gezien significant, maar de vooroordelen blijken hardnekkig. Ook na het bezoek aan de synagoge gebruikte 42 procent van de islamitische leerlingen nog steeds vooroordelen bij hun omschrijving van Joden. En na het bezoek gaf ook 25 procent van de ondervraagde moslims aan dat ze niet wilden eten bij een Jood die hen zou uitnodigen. Bij de ondervraagde christenen was dat zelfs 28 procent, bij niet-gelovigen 7 procent.

De onderzoeksgroep (tussen de 17 en 19 jaar) bestond voor ruim driekwart uit meisjes. Van hen had bijna 38 procent geen geloof, 30 procent was moslim en 28 procent christelijk. Jongeren zonder geloof bleken de minste vooroordelen te hebben over Joden en het positieve effect van de bijeenkomst was over het algemeen groter bij meisjes dan bij jongens.

Aan het project in Amsterdam hebben tot nu toe zo’n 3.500 leerlingen meegedaan. Het wordt de komende tijd ook georganiseerd in andere steden.