In nood? In de grensstreek is 112 onbereikbaar

De Tweede Kamer houdt morgen een hoorzitting over het slechte mobiele bereik in veel gebieden langs de grens.

Een slagaderlijke bloeding in een bos bij Winterswijk en alarmnummer 112 is niet mobiel te bereiken. Een brand in een paardenstal vlak bij de Duitse grens. Geen mobiel bereik. Vlam in de pan in Zeeland. Ook hier geen mobiel bereik.

Onacceptabel, vinden veel bewoners van gebieden met een slechte mobiele ontvangst. Ook zij willen met hun mobiel 112 kunnen bellen.

„Mobiel onbereikbaar zijn is niet meer van deze tijd”, zegt Herman Haamberg, bestuurslid van de buurtschapsraad Lattrop/Brecklenkamp. Als hij digitaal bankiert, moet hij eerst met zijn mobieltje naar buiten rennen om de code te ontvangen en dan snel weer naar binnen om de cijfers in te voeren. „En dan maar hopen dat ik niet opnieuw hoef in te loggen.”

Volgens gegevens van KPN, de grootste aanbieder van mobiele telefonie, gaat het om 50.000 tot 60.000 mensen die in huis met hun mobieltje 112 niet kunnen bellen omdat ze geen bereik hebben. Op ongeveer 1 procent van het Nederlandse landoppervlak is geen mobiele dekking via KPN. Telecombedrijven zijn verplicht ‘elkaars’ 112-meldingen door te geven.

Niet alleen grensregio’s kampen met problemen. Ook op de Veluwe en in Zaltbommel (vooral de plaatsen Nieuwaal en Zuilichem) ervaren bewoners moeilijkheden. Zelfs de Amsterdamse Jordaan is een witte vlek. Daar was verzet tegen een nieuwe mast. Dat maken providers wel vaker mee; mensen willen bereikbaar zijn, maar geen mast met antennes in hun buurt.

100 procent dekking is niet mogelijk, volgens Agentschap Telecom. Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) antwoordde op Kamervragen: „Er zullen altijd plekken zijn waar men niet kan bellen met een mobiele telefoon, zoals in bosrijk gebied of parkeerkelders. Ook zijn weersomstandigheden van invloed. Daarnaast kunnen antennemasten niet zomaar overal worden geplaatst. In grensregio’s speelt dat afspraken zijn gemaakt met buurlanden over de sterktes van de signalen van de netwerken.” Volgens KPN staan er in de grensgebieden gemiddeld meer masten dan elders in het land, maar staan ze „zachter” afgesteld omdat ze niet mogen interfereren met buitenlandse aanbieders.

Bij Agentschap Telecom vinden ze het heel vervelend dat telkens wordt gesproken over een verplichte dekking van 95 procent. Dat was vroeger zo, maar nu niet meer. De minister stelt dat er geen dekkingseisen zijn opgenomen in de vergunningen die zijn verleend aan providers. Dekkingseisen passen niet in het beleid dat toetreding van nieuwe aanbieders wil stimuleren, een wens van de Tweede Kamer zelf. ‘Uitrolverplichtingen’ zijn er wel – per frequentie verschillend – maar daar wordt al aan voldaan.

De Tweede Kamer zal niet gemakkelijk terug kunnen komen op afspraken met providers – vergunningen zijn net afgesloten voor een periode tot 2030. Meer masten plaatsen kost geld; in dunbevolkte gebieden is dat niet zo snel terugverdiend. De overheid moet maar meebetalen, vindt telecomdeskundige Raymond Bouwman van Rabión Consulting. „De overheid zou met een deel van het geld dat is verdiend met de frequentieveilingen een speciaal fonds kunnen oprichten voor de financiering van onrendabele communicatie.”

Telecomexpert Hendrik Rood (Stratix Consulting) ziet ook mogelijkheden in verbetering van de breedbandverbinding zodat het mogelijk wordt op het eigen erf een kastje te plaatsen waarmee op die plek mobiel bereik is. Andere optie: buurten zouden gezamenlijk in betere breedbandverbindingen kunnen investeren, of in de aanleg van een mast. Dat kan via een zogeheten Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI), waardoor de investering fiscaal aftrekbaar is.

Opstelten adviseert bewoners een vaste lijn te houden.