Kinderen jihadverdachten thuis

De zes kinderen van de twee gezinnen uit Huizen die naar Syrië wilden afreizen om de terreurorganisatie Islamitische Staat te steunen, mogen naar huis. Dat heeft de kinderrechter gisteren bepaald. De kinderen waren uit huis geplaatst nadat hun ouders ruim een week geleden werden opgepakt. De Raad voor de Kinderbescherming wilde dat die maatregel met vier weken zou worden verlengd, maar de kinderrechter ging daar niet in mee. „Er zijn geen redenen aangevoerd waardoor er nu overheidstoezicht op de kinderen moet zijn”, aldus de rechtbank. De kinderen mogen per direct naar huis. Drie van de vier ouders zijn weer thuis om voor hen te zorgen. Een van de vaders zit nog vast. De ouders en kinderen hebben geen geldige paspoorten, zodat zij niet kunnen reizen. Ook is de rechtbank tot de conclusie gekomen dat er bij een van de gezinnen geen ‘enkele aanwijzing’ is dat zij zullen vertrekken. „Het andere gezin heeft aangegeven dat er emigratieplannen zijn, maar niet nu en zeker niet naar Syrië”, meldt de rechtbank. De Raad voor de Kinderbescherming meldt onderzoek te doen naar de kwestie. De ouders hebben volgens de rechtbank aangegeven dat ze daaraan meewerken. Het Openbaar Ministerie gaat in beroep tegen de vrijlating van een van de mannen. Het OM denkt toch genoeg bewijs te hebben om de man te vervolgen op verdenking van het steunen van de gewapende strijd van IS. De officier van justitie baseert de beslissing op de eigen verklaring van de man, die stelde dat hij daadwerkelijk naar het land wilde afreizen. De twee vrouwelijke verdachten blijven vrij. Tegen hen wordt geen beroep ingesteld.