Grachtenpanden op de foto voor de Amsterdamse Elite

Bo&Caro gaan elke dag naar een bedrijf. Ze zijn bij aandeelhoudersvergaderingen, productpresentaties of vrijdagmiddagborrels en willen graag weten: wie is hier belangrijk?

Wat: Opening van de foto-expositie Hidden Beauty in Eduard Planting Gallery Fine Art Photographs in Amsterdam

Wie: Fotografe Barones Marie-Jeanne van Hövelltot Westerflier, galeriehouder Eduard Planting, fan Hans Witte, choreograaf en kunstenaar Toer van Schayk en voormalig grootmeesteres van prinses Beatrix Martine van Loon-Labouchere

Uren heeft ze gewacht. Naast een tafelpoot. Bij een stoeltje. Onder een ornamentje. Tot de lichtinval precies goed was. Pas dan drukte ze de knop van haar Hasselbladcamera in om een stukje van een chique Amsterdams grachtenpand vast te leggen. Het resultaat van haar werk, tientallen foto’s van de huizen Van Brienen, Willet-Holthuysen en Van Loon, presenteert Marie-Jeanne van Hövelltot Westerflier tijdens de opening van haar expositie Hidden Beauty.

“Daar heb je er weer zo een”, dacht Eduard Planting toen Van Hövell tot Westerflier zijn fotogalerie binnenkwam lopen en zei dat ze zelf ook fotografeerde.

“Maar toen kreeg ik door hoe getalenteerd ze was, en bovendien bleken we buren te zijn, dus al snel behoorde Marie-Jeanne helemaal tot mijn stal.”

Nieuwe en oude elite

De kleine galerie staat vol vijftigers. De vrouwen met artistiekerige, bontgekleurde sieraden, de mannen met vlot bedoelde, gestreepte hemden. Alleen een onder de arm geklemde NRC ontbreekt nog.

Hans Witte valt een beetje uit de toon, met zijn grote zwarte oorbellen en kaalgeschoren hoofd. “Ja, wel een hoog grachtengordelgehalte hier.” Hij frummelt een pakje Marlboro uit zijn rode trainingsjack. Hij is fan van Marie-Jeanne’s werk en heeft zelfs een foto van haar thuis hangen. Thuis, in Amsterdam-Noord.

“Bij een kanaal. Dat is eigenlijk ook een soort gracht.”

Choreograaf en kunstenaar Toer van Schayk opent de opening. Aan lof voor zijn goede vriendin geen gebrek. “Je schildert met licht”, stamelt Van Schayk ontroerd. Vergelijkingen met Vermeer en Caravaggio laten dan ook niet lang op zich wachten.

Martine van Loon-Labouchere, voormalig grootmeesteres van prinses Beatrix, hoort het tevreden aan. Zij woont in een van de huizen die Van Hövelltot Westerflier vastlegde. Of nou ja, er naast eigenlijk. Haar man, de diplomaat Maurits van Loon, was de laatste eigenaar van het pand en liet er het Museum van Loon van maken. Elke dag is het open voor bezoekers die benieuwd zijn naar hoe de Amsterdamse elite vroeger leefde.

Lunchen met Poetin

Maar als het museum dicht is, dwaalt Van Loon-Labouchere graag zelf door ‘haar huis’. Het liefst kijkt ze naar de schilderingen in de Drakensteynkamer.

“Toen Beatrix kasteel Drakensteyn kocht, vond ze die op zolder, maar ze had er niet echt belangstelling voor. Toen hebben wij ze van haar gekocht.”

Museum van Loon is een populaire plek om wereldleiders te ontvangen. “We hebben de kroonprins van Japan gehad, François Hollande, en deze week was Gordon Brown er nog.” Ook Beatrix komt wel eens langs. “Een paar jaar geleden nog om met Poetin te lunchen.” Van Loon-Labouchere zucht.

“Dat zal nu allemaal wel wat gevoeliger liggen.”