Drie schooljongens brachten in 1845 cricket naar Nederland

Nederland aan slag Foto ANP

Drie schooljongens hebben in 1845 cricket in Nederland geïntroduceerd. En niet Britse soldaten en leraren, zoals eerder werd aangenomen. De jongens overtuigden hun medeleerlingen op Noorthey, een protestants-christelijke kostschool voor jongens in Veur (tegenwoordig Leidschendam) van de schoonheid van deze sport, die vooral in Engeland werd beoefend. Het drietal, de broers Richard, James en William Smith, werd geboren in Rotterdam en had Engelse ouders.

Dit blijkt uit een artikel dat The International Journey of the History of Sport morgen zal publiceren. De Nederlandse sporthistoricus Jan Luitzen en diens Belgische collega Pascal Delheye verrichtten uitgebreid literatuuronderzoek. Ze denken dat de drie broers bij hun sportieve inspanningen hoogstwaarschijnlijk werden ondersteund door hun leraar Engels.

Noorthey speelde, zo blijkt uit het onderzoek van Luitzen en Delheye, een belangrijke rol bij de ontwikkeling van cricket in Nederland. Oud-leerling Jacob Lydias van Reede, later Statenlid in Overijssel, was betrokken bij de oprichting van de eerste cricketclub, Mutua Fides in Utrecht. Pieter van Harinxma thoe Slooten , naar wie het Van Harinxmakanaal is vernoemd, stichtte als twaalfjarige Frisia in Leeuwarden.

Andere scholieren volgden, ook van andere scholen. Zoals Herman Gorter van het Amsterdamse Barleaus Gymnasium. De latere dichter (Mei, 1886-89) richtte als zeventienjarige met twee medescholieren de cricketclub RUN op, die eerst in het Vondelpark en later vlak bij het Rijksmuseum speelde.

Noorthey werd in 1907 opgeheven. Tot de leerlingen behoorden kroonprins Willem van Oranje-Nassau (de oudste zoon van koning Willem III) en de schrijver Johannes Kneppelhout (‘Klikspaan’).