De wraak van illegale houtkappers in de Amazone

Edwin Chota

Peruaanse milieuactivist

De inheemse leider streed tegen illegale houtkappers. Dat kostte hem het leven.

Edwin Chota, een Peruaanse milieuactivist en leider van de inheemse Asháninka, woonde zo diep in het Amazonewoud dat zijn vrouw dagenlang over rivieren moest varen om zijn dood te melden. Chota werd 1 september vermoord, samen met drie andere Asháninka. De daders zijn vermoedelijk illegale houtkappers.

Chota, begin vijftig, streed jarenlang tegen houtkappers die cederhout en zeldzame mahoniebomen omhakten op traditioneel territorium van de Asháninka. Zo’n 80 procent van de Peruaanse houtexport wordt illegaal gekapt, aldus de Wereldbank. Lokale autoriteiten geven valse certificaten af, waarna het hout wordt geëxporteerd, vaak naar de Verenigde Staten.

Chota en de anderen werden doodgeschoten tijdens een voettocht naar Brazilië, waar ze met Asháninka wilden praten over de bescherming van hun leefgebied in de Amazone.

Belangenorganisaties van inheemsen in Peru zijn woedend dat Chota geen politiebescherming kreeg, ondanks verzoeken daartoe. „De houthakkers hebben herhaaldelijk gezegd dat ze Edwin zouden vermoorden”, zei David Salisbury, een Amerikaanse academicus die hem tien jaar kende.

Chota volgde vaak illegaal gekapte boomstammen die via de rivier werden weggedreven. „Er is geen geld voor onderzoek”, zei hij vorig jaar The New York Times. „Er is alleen geld om te vernietigen.”