De kinderen gaan terug, en meteen

Er zijn geen aanwijzingen dat ouders uit Huizen hun kinderen mee wilden nemen op jihad, zegt de rechtbank.

In drie minuten waren ze er uit, de rechters die gisteren moesten beslissen over de zes kinderen uit twee vermeende jihadgezinnen uit Huizen: ze mochten naar huis, en stonden bovendien ook niet langer onder formeel toezicht van een gezinsvoogd, waar de Raad voor de Kinderbescherming om had gevraagd.

Gisteren toetste de rechtbank de spoeduithuisplaatsing van vorige week vrijdag opnieuw. Toen waren de zes kinderen in een pleeggezin geplaatst omdat hun ouders werden gearresteerd. AIVD-informatie zou hebben uitgewezen dat de gezinnen op jihad wilden in Syrië.

Die wettelijk verplichte toetsing gebeurde door drie rechters in plaats van, wat gebruikelijk is, door één rechter. Dat heeft te maken met de zwaarte van de zaak, zegt advocaat Derk van der Heijden, die een van de gezinnen vertegenwoordigt.

De rechtbank zegt dat er geen aanwijzing zijn dat de gezinnen naar Syrië wilden afreizen. Voor één gezin is er geen enkele aanwijzing dat zij wilden vertrekken, het andere gezin heeft aangegeven dat er emigratieplannen zijn, maar niet nu en zeker niet naar Syrië, aldus de rechtbank in een verklaring. De ouders kunnen ook niet reizen, omdat ze geen geldig paspoort meer hebben. Ook zijn drie van de vier ouders inmiddels vrijgelaten.

In zijn verklaring – de uitspraak zelf is niet openbaar – zegt de rechtbank dat de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) geen redenen heeft aangevoerd op grond waarvan er nu overheidstoezicht op de kinderen zou moeten zijn.

„De Raad vertrouwde volledig op het ambtsbericht van de AIVD. Ze heeft gewoon niets anders in het geding gebracht”, zegt Van der Heijden.

De rechtbank komt dus tot een andere conclusie over de Syrië-plannen van de gezinnen dan het OM of de rechter-commissaris. Daarvan zegt een woordvoerder: „De rechtbank heeft niet de beschikking over het hele strafdossier. In de beschikbare informatie zagen ze geen aanwijzing voor zulke plannen. De rechtbank kijkt vooral of er aanwijzingen zijn dat het slecht gaat met de kinderen. Die waren er niet.”

Advocaat Van der Heijden was vrijdag na vrijlating van zijn cliënten al met de RvdK en jeugdzorg in gesprek gegaan over het terugplaatsen van hun kind, een baby van 8 maanden. De RvdK wilde dat het kind eerst bij haar opa werd geplaatst. De voorwaarden waren al besproken, zegt Van der Heijden. Zijn cliënten waren bereid eventueel hun paspoort in te leveren als ze dat terug zouden krijgen, en wilden meewerken aan bezoeken van jeugdzorg. „Maar het ging allemaal niet door, omdat de RvdK die middag een tweede AIVD-bericht kreeg, dit keer over opa”, zegt Van der Heijden. „Hij zou de Syrië-plannen van zijn zoon hebben ondersteund.”