Vaderpaard

Met een victoriewijsvinger in de lucht reed Jeroen Dubbeldam rond op een paard. Hij was net wereldkampioen. Gek, hij zat niet op zijn eigen paard.

Tijdens de finale in het Franse Caen

moesten de vier ruiters ook elkaars paard één keer berijden. Moeilijk voor de drie jockeys en de amazone, ze hebben zo’n symbiotische verhouding met hun edele dier.

In mijn leven is het me nog niet gelukt om contact te krijgen met een paard. De twee keer dat ik er tijdens een vakantie op zat, gedroegen de stoffige huurmodellen zich als bokkige ezels.

Met geen stok vooruit te krijgen.

Jeroen Dubbeldam heeft een sensitief zitvlak en dwingende dijen. De handen aan de teugels doen het precisiewerk. In de finale had Dubbeldam maar 180 seconden om te wennen aan een vreemd paard. 180 seconden? Wat is een kennismaking van drie minuten vlak voor een finale?

Als een overtuigd biseksueel zette Dubbeldam de twee merries en twee hengsten naar zijn hand. Hij is de ideale partner voor een paard: duidelijk, ontspannen in de heupen, leidend en lief tegelijk.

Jeroen reed een oefenrondje, sleutelde wat onder het zadel, prikte met zijn sporen in de huid en vervolgens luisterde het paard als een fijn afgestelde auto.

Tot vier keer toe reed Dubbeldam een smetteloze ronde. Ogenschijnlijk eenvoudig sprong de Nederlandse stilist foutloos over de hindernissen. De staart van het paard gleed over de oxer; het uiteinde aaide als een vederlichte kwast het stof van de balk.

Hij had een mooi leven, die Jeroen. Optrekken met grote dieren die luisteren en niets terugzeggen. Een paard doet wat het is aangeleerd. Heeft Jeroen liever een zes-galop voor de oxer dan een zeven-galop? Dan voert zijn paard die opdracht perfect uit.

Er was maar één smetje op de finaledag van Dubbeldam: zijn duim had een tikje opgelopen tijdens de tweede rondgang. Het deed pijn rond de nagel. Terwijl zijn tegenstanders sprongen, zoog Dubbeldam aan zijn duim. Misschien was het achteraf de juiste afleiding voor de spanning.

Na de euforie van de overwinning liep Dubbeldam naar de zijkant van de bak. Zijn dochter was van de tribune afgestapt en holde in de arena op haar vader af. Na een gestrekte draf sprong ze in zijn armen.

Als een jonge amazone klemde het meisje het vaderpaard tussen haar benen. Papa moest even niets doen. Alleen maar gehoorzamen: stil blijven staan en luisteren naar haar snikken. Hij deed het met verve. Dat maakte Dubbeldam in één dag tot een weergaloze ruiter, een paardenvriend en een ontroerende vader.

Ik blies adem uit tussen mijn lippen. Het klonk als een tevreden hengst na een handje krachtvoer.