Waarom ga je niet meer naar de fysiotherapeut?

Foto iStock

Die rug- of nekklachten? Die gaan heus vanzelf wel weer over. Nederlanders gaan pas naar de fysiotherapeut als het écht niet anders kan.

De fysiotherapeut, die vandaag Wereld Fysiotherapie Dag viert, heeft minder patiënten - in 2012 nam de gang naar de fysio met 7 procent af, in 2013 met 2 procent. Omdat mensen niet zo snel hulp zoeken, dus. Maar er speelt ook iets anders mee. Drie vragen over de sector.

1. Waarom blijven de patiënten weg?

Nee, het is waarschijnlijk geen hoge pijngrens die de Nederlanders sinds twee jaar wat vaker buiten de praktijkdeuren houdt.

De belangrijkste reden: verzekeraars die fysiotherapie uit het basispakket hebben gehaald. Volgens brancheorganisatie KNGF zorgt dit voor 3 procent minder inkomsten voor de ruim 4.700 praktijken die Nederland telt.

2. Wat hebben de verzekeraars dan veranderd?

Er zijn steeds minder zorgverzekeraars die fysiotherapie onbeperkt vergoeden. Zo biedt geen enkele zorgverzekeraar nog onbeperkte fysiotherapie aan als los onderdeel in het aanvullend pakket. In het pakket zitten tegenwoordig vaak ook andere behandelingen, zoals buitenlandse zorg of alternatieve geneeswijzen.

Alleen patiënten onder de achttien jaar en die met een chronische aandoening, vallen nog wel onder de voorwaarden van het basispakket. Of wanneer je een urine-incontinentie hebt. Dan worden de eerste negen behandelingen bekkenfysiotherapie vergoed.

3. Wat doet dat met de fysiotherapeuten?

Hun rol verandert, en de behandeltrajecten worden korter. Raimond Lammertse, bestuurder van het Regionaal Genootschap Fysiotherapie in Amsterdam, zegt dat de fysiotherapiesessies nu anders worden ingevuld. “We voorzien patiënten nog vooral van advies. Spelen een meer preventieve rol.” Denk aan het letten op de houding, het geven van tips over hoe te tillen.

“En we maken oefenschema’s die patiënten ook na afloop van de behandelperiode thuis kunnen uitvoeren. Ons vak is minder fysiek geworden. Neem de massage. Deze behandelvorm passen we steeds minder toe. Af en toe gebeurt het nog wel, maar in combinatie met de oefeningen die we de patiënt laten doen. Eigenlijk worden we steeds meer een bewegingscoach.”