Vaderschap meer dan papadag

Papadag. Het klinkt lief, maar het is een mal begrip. Zouden vaders zich vanzelfsprekend als vader verhouden tot hun kinderen, dan bestond het niet. Nu verraadt het dat de papa’s zich apart vrijmaken voor wat tijd waarin ze hun kroost verzorgen, het koesteren, er plezier mee maken, het opvoeden, het begeleiden naar sport en bibliotheek, kortom alle dingen die van een vader verwacht worden. Afgepaste dagjes, afgeknabbeld van hun werk.

Het zou niets bijzonders moeten zijn dat een vader met zijn kinderen verkeert op dagelijkse basis. Maar dat is het wel. Niet dat vader nog die onbekende man is die alleen achter zijn krant vandaan komt om het vlees te snijden. Maar hij blijft de eerstverantwoordelijke voor het gezinsinkomen en is ‘daarom’ vooral in het weekend als vader actief – uiteraard op voorwaarde dat hij niet iets voor zijn werk moet doen. Althans, in Nederland.

In Europa „bungelen we helemaal onderaan” wat betreft actief vaderschap, zei hoogleraar Vaderschap Renske Keizer in een gesprek met deze krant. Een Nederlandse moeder brengt meer dan twee keer zo veel tijd door met haar kinderen als de vader. Terwijl welzijn en ontwikkeling van kinderen worden bevorderd onder invloed van vaders die vanaf de geboorte serieus bij hen betrokken zijn. Ook is bij betrokken vaderschap de kans op echtscheiding lager – dubbel gunstig dus, aangezien kinderen bij een scheiding betrekkelijk vanzelfsprekend bij hun moeder blijven, met vader op afstand.

Van beleid dat betrokken vaderschap stimuleert, wil men hier niet weten. Toen de Europese Commissie adviseerde om vaders bij de geboorte van een kind minstens twee weken betaald verlof te geven kregen in Noorwegen jonge vaders 14 weken. Voor Nederland wist minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA) er drie dagen onbetaald verlof uit te persen, naast de bestaande twee betaalde dagen.

Keizer pleit voor de zogeheten Scandinavische aanpak. Die komt neer op een tweeverdienersmodel met ruim 16 maanden betaald bevallingsverlof verdeeld over vader en moeder. Dat past noch in de Nederlandse ouderschapspraktijk noch in de praktijk op de werkvloer. Nederland zweert bij parttime werken voor moeders die min of meer per definitie de meeste kinderzorg op zich nemen. Maar het complement van onze moederschapscultus hoeft niet een antivaderschapscultus te zijn. De politiek kan het vaderschap bevorderen met soepeler geregeld recht op parttime werk. Topmannen gaan al prat op hun voortijdig verlaten van een vergadering vanwege een kinderverjaardag of kind met koorts. Iets vergelijkbaars kunnen ze ook standaard mogelijk maken voor hun werknemers. Zodoende komt betrokken vaderschap dichterbij.