Praktische hulp bij saaie geldkwesties

Foto iStock

Geldzaken boeien de meeste mensen maar matig – tot er een probleem is. Uit de Wijzer in Geldzaken Pensioenmonitor, een onderzoek uit 2013 van Intomart GfK bleek dat de helft van de beroepsbevolking denkt dat het pensioen 70% of meer van het laatstverdiende loon is, en heeft nog eens eenderde geen idee hoeveel dat dan is. Er zijn ook nog steeds meer dan drie miljoen woekerpolissen en dat komt niet alleen doordat er zoveel boeven rondlopen in de financiële dienstverlening.

De meeste mensen vinden hun persoonlijke financiën gewoon ontzettend oninteressant en ingewikkeld en verdiepen zich er zo min mogelijk in.

Om dat te veranderen en het burgers makkelijker te maken, zijn vier partijen het Startpunt Geldzaken begonnen, met objectieve informatie over de belangrijkste personal finance-onderwerpen.
Het Nibud, Eigen Huis, de Vereniging van Effectenbezitters en de beroepsvereniging van financieel planners FFP presenteren op die site drie geldplannen.

Elk geldplan gaat uit van één van de volgende drie situaties: mensen die geld overhouden, financiële problemen hebben of moeite hebben rond te komen. Wie persoonlijke gegevens invult, bijvoorbeeld over zijn inkomsten en uitgaven, krijgt gerichte informatie die bij zijn situatie past.

Deze maand gaat het eerste geldplan online. Bewust is voor de praktische aanpak gekozen, zegt projectleider Bas Schuurmans.

“Als je mensen tot actie wilt aanzetten, heeft het weinig zin uitgebreide uitleg te geven over een breed onderwerp als hypotheken of schulden. Je moet hun concreet vertellen wat ze in hun situatie kunnen doen.”

Drie voorbeelden van financiële kwesties en oplossingen van het Startpunt.

1. Te hoge hypotheeklasten na pensioen

Het probleem
Hans (44) en Ineke Grashuis (42) hebben goede banen en kunnen hun twee hypotheken van in totaal 385.000 euro prima betalen. Hun zorg: wat als één van ons werkloos wordt? Als respectievelijk 50.000 euro of 40.000 euro bruto per jaar wegvalt, komen ze geld tekort.

Het huis verkopen is dan geen oplossing: dat is 50.000 euro minder waard dan de hypotheekschuld. Tweede probleem: ze hebben voor 135.000 euro een beleggingshypotheek, die minder rendeert dan beloofd. Als dat zo blijft, kunnen ze die tegen hun pensioen niet aflossen. Dan houden ze een hoge schuld: de tweede hypotheek van 250.000 euro is aflossingsvrij en slinkt niet. Dat kunnen ze straks niet betalen: door een pensioengat is hun inkomen na hun 67ste veel lager dan nu. En Hans en Ineke willen wel in dit huis blijven. Hoe voorkomen zij problemen?

De oplossing
Het stel brengt de jaarlijkse uitgaven met 5.000 euro omlaag. Een van de auto’s gaat bijvoorbeeld de deur uit (besparing: circa 3.600 euro), zij gaan één keer per maand minder uit eten (besparing: circa 600 euro) en kiest voor goedkopere verzekeringen en energieleveranciers (besparing: circa 800 euro).

Op advies van de Vereniging Eigen Huis (lidmaatschapskosten: 25 euro per jaar) gaan ze naar een hypotheekadviseur en verlaagt de bank vóór het einde van de rentevaste periode de rente van 5 naar 4 procent. Dat scheelt in 10 jaar bijna 19.000 euro, na betaling van 4.000 euro boeterente aan de bank. Extra inkomstenbron van netto 2.500 euro per jaar is de bed & breakfast die zij beginnen.

Stel dat ze jaarlijks 3.750 euro sparen en ook 3.750 euro aflossen. Dan kost de hypotheek over 10 jaar netto ongeveer 75 euro minder per maand en is de totale hypotheekschuld 37.500 euro gedaald. Als ze ook de overlijdensrisicopolis oversluiten (de premies zijn erg gedaald), scheelt dat 360 euro per jaar.

Een financieel planner berekent voor hen precies wat het effect is van meer aflossen of sparen dan de huidige 7.500 euro per jaar (2 x 3.750 euro) en adviseert over een alternatief voor de beleggingshypotheek.

2. Studieschuld voorkomen voor een studerende dochter

Het probleem
De jongste dochter van Frederik van der Veen (59) gaat volgend jaar studeren. Hij vraagt zich af hoe hij haar studie het beste kan financieren. Als ondernemer heeft hij geen klagen over zijn inkomen: circa 85.000 euro per jaar. Nu de basisbeurs voor nieuwe studenten in september 2015 wordt afgeschaft en er een leenstelsel komt, wil hij zijn dochter met liefde financieel steunen – en zo voorkomen dat ze een hoge schuld opbouwt.

Maar hoe? Moet hij gewoon elke maand een toelage overmaken uit zijn reguliere inkomen, of zijn er fiscaal aantrekkelijker opties?

De oplossing
Bestudering van het vermogen van Frederik van der Veen wijst uit dat hij nog een oude koopsompolis heeft lopen, die hij in 1990 afsloot en die komend jaar vrijvalt. Omdat het zo’n oude polis is, gelden daar fiscaal aantrekkelijker regels voor dan voor lijfrenteconstructies van recentere datum. Dat komt nu goed uit.

Als Frederik het bedrag dat vrijvalt – zo’n 21.000 euro – door de verzekeraar aan zijn dochter laat uitkeren in 24 maandelijkse termijnen, heeft zij twee jaar lang een maandtoelage van 880 euro. Daar is al de circa 1.000 euro van afgetrokken die de verzekeraar rekent voor omzetting van de polis.

Als armlastige student betaalt Francesca minder inkomstenbelasting dan haar vader. Ook hoeft ze geen schenkingsrecht te betalen – volgens de zogenaamde ‘samenloopregeling’ mag de fiscus niet dubbel belasting heffen in box 1.

Als Frederik van het geld aan zichzelf zou laten uitkeren, zou hij 52 procent inkomstenbelasting betalen: 5.200 euro. Voor Francesca is dat 36,5 procent: 3.650 euro – en minder als op Prinsjesdag bekend wordt dat het tarief van deze eerste belastingschijf omlaag gaat.
Min de loonheffingskorting van 2.093 euro voor hoeft de dochter uiteindelijk maar 1.557 euro af te rekenen. Zo bespaart Frederik 3.643 euro.

Mocht zijn dochter ook nog een studielening aanvragen, dan moet ze oppassen dat ze niet boven het maximaal toegestane bedrag aan inkomsten uitkomt. Dit jaar is dat 13.279,80 euro.

3. Van goed salaris naar een uitkering

Het probleem
Peter (58) en Anna (54) Damen hebben het financieel altijd goed gehad. Peter maakte carrière in de vastgoedwereld en verdiende ruim een ton bruto per jaar. Anna zorgde voor de kinderen en het huis. Maar de crisis in de bouw raakt ook Peter: hij is ontslagen. Vanaf volgende maand krijgen Peter en Anna alleen nog een WW-uitkering van netto ongeveer 1.700 euro. Daarvan kunnen ze de hypotheek niet eens betalen. Peter krijgt een ontslagvergoeding van 1,5 ton, maar met hun huidige uitgavenpatroon is die snel op. Ze moeten dus snel en drastisch bezuinigen; ook als Peter snel nieuw werk vindt, verdient hij waarschijnlijk veel minder. Wat te doen?

De oplossing
Het stel zet het huis te koop voor 485.000 euro – 10.000 euro onder de WOZ-waarde, want ze moeten het snel kwijt. Het huis wordt snel verkocht. Aan de verkoop houden ze 385.000 euro over: ze hebben een spaarhypotheek van 3 ton, waarvan ze 2 ton kunnen aflossen – het bedrag dat ze de afgelopen 21 jaar spaarden. Over die 2 ton hoeven ze geen belasting te betalen, vanwege de hoge vrijstelling die de fiscus geeft bij zo’n oude kapitaalverzekering.

Ze kopen vervolgens een appartement van 285.000 euro zonder hypotheek. Zo dalen hun woonlasten spectaculair, van ruim 14.500 euro netto per jaar naar 4.620 euro (12 x 385 euro per maand servicekosten).

Ook bezuinigen ze zwaar: ze ruilen de SUV in voor een kleine auto, ze verkopen de tweede auto en ze zeggen de golfclub vaarwel. Dat scheelt 12.000 euro per jaar, en nog eens 4.000 door te snoeien in verzekeringen, abonnementen en de dagelijkse boodschappen.
De 2,5 ton die nog resteert van de ontslagvergoeding en van de verkoop van het huis gebruiken ze als buffer en extra pensioen – de opbouw daarvan loopt door Peters ontslag een flinke deuk op. Zo lukt het net om rond te komen.

Iets meer armslag hebben zij sinds Anna als hondenuitlater werkt en daarmee 200 euro per maand bijverdient. Peter probeert als freelancer aan de bak te komen.