Positiespel op topniveau

Jean-Claude Juncker presenteert deze week zijn nieuwe Europese Commissie. Lidstaten krijgen elk één commissariaat en willen het beste, dus droegen ze ongekend veel zwaargewichten voor. Maar zijn er wel genoeg zware posten voor al die topspelers?

Vijf (ex-)premiers, drie vicepremiers, ervaren parlementariërs én bewindslieden van naam en faam, zoals Frans Timmermans en de Fransman Pierre Moscovici: de nieuwe Europese Commissie wordt er eentje van zwaargewichten. Waar komen die opeens allemaal vandaan? En zijn er wel genoeg zware posten voor al die veeleisende sterspelers?

Jarenlang gold de Europese Commissie als het afvoerputje van de nationale politiek. De EU-bureaucratie was de plek waar je uitgerangeerde politici of concurrenten parkeerde. Brussel? Zonde van het talent.

Maar het team dat de nieuwe commissievoorzitter Jean-Claude Juncker de komende dagen presenteert, wordt algemeen gezien als een ommezwaai in dit denken. „Na jaren van middelmaat is dit een frisse wind”, zeggen ingewijden. „Dit kan de beste commissie ooit worden.” Of in ieder geval de meest ambitieuze sinds de twee commissies van de Fransman en Super-Europeaan Jacques Delors (1985-1994).

In de eerste plaats is dat de verdienste van Juncker zelf: als ex-premier van Luxemburg en ervaren Europa-veteraan beschikt hij over een uitgebreid netwerk. Ondanks zijn soms wat ruwe imago als verstokte roker en drinker, wordt hij alom gerespecteerd. Veelzeggend: tijdens de laatste EU-top, op 30 augustus, mocht Juncker de hele nacht bij de regeringsleiders aanschuiven op de achtste, zeer beperkt toegankelijke verdieping van de Europese Raad. Een zeldzaam privilege: de ook bezoekende Oekraïense president Porosjenko kwam niet verder dan de vijfde – de verdieping voor gewone stervelingen.

Juncker heeft échte macht

Maar dat lidstaten anders dan voorheen hun zwaargewichten sturen komt vooral ook door de spectaculaire, ja haast revolutionaire wijze waarop Juncker is gekozen. De nieuwe commissievoorzitter heeft nu al iets waar zijn voorganger, de Portugees José Manuel Barroso, alleen maar van kon dromen: de volle aandacht van de hoofdsteden. Oftewel: echte macht.

In het verleden kozen EU-leiders zelf de commissievoorzitter, achter gesloten deuren. Barroso was zo bezien hún man. En dat was te merken, zeggen critici: onder de twee termijnen van Barroso maakte de commissie minder vaak gebruik van haar recht om zelf initiatieven te nemen. Deed ze wel voorstellen, dan gebeurde dat in meteen al sterk verwaterde vorm, om niemand voor het hoofd te stoten. Wat op het oog efficiënt leek, werd steeds meer ervaren als doorgeslagen pragmatisme.

Tijdens de jongste, eind mei gehouden EU-verkiezingen lieten regeringsleiders zich echter verrassen door het Europees Parlement. Dat schoof eigen ‘spitzenkandidaten’ naar voren en begon hier openlijk campagne voor te voeren. De EU-verkiezingen moesten echte verkiezingen worden, over het leiderschap van Europa. Toen de christendemocraten die wonnen, schoven ze, gesteund door andere Europese politieke families, hún kandidaat, Jean-Claude Juncker, naar voren als nieuwe EU-baas.

Wie tegensputterde, werd weggezet als ‘ondemocratisch’ én kreeg een waarschuwing: het Europarlement moet de commissie formeel goedkeuren.

Tegen de tijd dat EU-leiders volledig begrepen wat de impact is van de ‘spitzenkandidaten’, namelijk machtsverlies, was het te laat en hadden ze zich laten meeslepen door het concept. Dat is niet bevallen. „Ze zijn zich rot geschrokken”, zeggen ingewijden. Juncker had in de afgelopen maanden veel, zo niet alles, te danken aan het Europees Parlement. Gaat hij daar nu steeds zijn oor bij te luisteren leggen? Dat zien de EU-leiders niet graag. De samenstelling van de commissie wordt daarom serieuzer dan ooit genomen.

Eisen over het aantal vrouwen

Juncker zelf wist die bezorgdheid in hoofdsteden de afgelopen maanden goed uit te buiten. Hij kon, vanuit de schaduw van een assertief Europarlement, eisen stellen, bijvoorbeeld over het aantal vrouwen dat hij in zijn commissie wenst. België besloot vorige week om de ervaren Europarlementariër Marianne Thyssen te sturen in plaats van een man, nadat Juncker impliciet dreigde om de Belgen de slechtst denkbare post in zijn commissie te geven (meertaligheid). Ook de Roemenen stuurden uiteindelijk een vrouw.

Maar nu Juncker zijn gedroomde team van zwaargewichten bij elkaar heeft gesprokkeld, kan hij ze niet afschepen met onbelangrijke functies. Zijn er wel genoeg topbanen te vergeven? Juncker lijkt dit probleem te willen oplossen met een extra ‘bestuurslaag’. Met een extra rijtje belangrijke banen dus. Boven de gebruikelijke eurocommissarissen komen waarschijnlijk clusterhoofden, een soort supercommissarissen die verantwoordelijk worden voor grote projecten. Zo zou Frans Timmermans verantwoordelijk worden voor ‘betere regulering’.

Vorige week interviewde Juncker alle kandidaten en legde hij ook voor welke baan hij voor ze in gedachten heeft. Morgen moeten lidstaten formeel instemmen met de namen van de nieuwe commissie. En als alles volgens plan verloopt, wordt dan uiterlijk woensdag bekend welke portefeuilles iedereen krijgt. De definitieve knoop hierover wordt door Juncker, en door hem alleen, doorgehakt. EU-leiders weten dus pas woensdag of ze hebben binnengehaald waarvoor ze hebben gelobbyd.