OM gaat in beroep tegen vrijlating jihadganger Huizen

Foto ANP / Lex van Lieshout

Het Openbaar Ministerie (OM) gaat in beroep tegen de vrijlating van één van drie vrijgelaten jihadgangers uit Huizen. Volgens het OM zijn er genoeg argumenten om in hoger beroep te gaan.

Het OM zegt in de verklaring:

“[Het OM] baseert dit mede op zijn eigen verklaring dat hij daadwerkelijk naar Syrië wilde gaan. Er zijn voldoende aanwijzingen om te concluderen dat hij met zijn reis naar Syrië de gewapende strijd van IS zou ondersteunen. Het beroep zal vandaag worden ingesteld.”

Het OM zegt geen beroep in te stellen tegen de beide vrouwen van de verdachten. De rechter-commissaris besloot donderdag dat drie van de vier verdachten in vrijheid moesten worden gesteld.

Aanpak jihadgangers

Sinds eind augustus is er meer aandacht voor de aanpak van jihadgangers. Vicepremier Lodewijk Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, PvdA) en minister Ivo Opstelten (Justitie en Veiligheid, VVD) hebben een plan van aanpak opgesteld (PDF) dat radicalisering en onder andere afreizen naar landen als Syrië en Irak moet tegengaan en voorkomen.

Zo wil het kabinet mensen met een dubbele nationaliteit van wie de veiligheidsdiensten denken dat ze lid zijn van een terreurgroep, zelf het Nederlanderschap kunnen ontnemen. Nu kan dat alleen na uitspraak van een strafrechter. Opstelten wil die rechterlijke toets vooraf wegnemen.

Tweede Kamer kritisch

Onder de nieuwe regels die het kabinet voorbereidt, kan Opstelten zelf het Nederlanderschap afnemen, en moet de getroffene achteraf zijn recht halen bij de bestuursrechter. Deze maatregel is alleen mogelijk bij mensen met een dubbele nationaliteit, omdat het stateloos maken van burgers indruist tegen het internationaal recht.

Tijdens een Tweede Kamerdebat, afgelopen donderdag, bleek dat de Tweede Kamer zeer kritisch was op de plannen van het kabinet. Politiek redacteur Annemarie Kas schreef het volgende (€) over de plannen om het Nederlanderschap af te nemen:

“Kritiek van vooral SP, D66 en GroenLinks viel Opstelten ten deel omdat hij zonder oordeel van een rechter Nederlanders hun staatsburgerschap wil afnemen. Daar kwamen zijn verwarrende uitleg en rommelige definitie van de nieuwe wet bij. Hij moest de Kamer een brief met uitleg toezeggen, omdat de onduidelijkheid maar bleef bestaan.”