Niemand zoekt naar de meisjes

In het noordoosten van Nigeria winnen islamitische strijders terrein. Burgers zitten klem tussen leger en extremisten.

Nigeriaanse vrouw treurt om slachtoffers van de bomaanslag bij hoofdstad Abuja tijdens de Kerst van 2013. Foto Reuters

De muren van de Sint Theresa kerk in Madalla bleven rechtop staan toen op kerstmis twee jaar geleden een zelfmoordenaar van Boko Haram een bom tot ontploffing bracht. 37 gelovigen werden gedood. Hun hagelwitte graven, de kleinste voor een baby van 5 maanden, liggen pal naast de herbouwde kerk. Er is politiebewaking. Kerkgangers worden betast met metaaldetectors, padvinders speuren tijdens de diensten naar verdachten.

Zo blijven de gelovigen in Madalla, vijftig kilometer buiten de Nigeriaanse hoofdstad Abuja, gevrijwaard van nieuwe aanvallen. Maar elders in Nigeria slaat Boko Haram harder toe dan ooit. Dit jaar zijn al meer dan 2.000 mensen gedood bij aanslagen en aanvallen op legerposten, maar ook op scholen en hele dorpen in het overwegend islamitische noorden van het land waar de noodtoestand geldt.

In het noordoosten, de regio tegen buurland Kameroen aan, is Boko Haram nu begonnen met een heus grondoffensief. De groep lijkt de vestiging van een kalifaat te ambiëren, zoals de terreurgroep IS in Irak en Syrië heeft uitgeroepen. Ze hebben al een handvol dorpen en stadjes ingenomen. Analisten houden rekening met de val van de belangrijke stad Maiduguri, hoofdstad van de staat Borno en de bakermat van Boko Haram. Er zijn berichten over desertie van regeringssoldaten. Het leger beperkt zich tot luchtaanvallen

Tussen Madalla en Abuja hebben zijn wegversperringen opgeworpen. In de hoofdstad vielen dit voorjaar tientallen doden bij aanslagen op markten en busstations. Restaurants houden de deuren gesloten uit angst voor nieuwe bommen.

Op een stukje groen gras tussen snelwegen voor het Hilton hotel demonstreert iedere dag een handjevol moeders en studenten. ‘#Bringbackourgirls’, staat op een spandoek. In april ontvoerde Boko Haram 276 meisjes uit een school in Chibok, een stadje in het uitstreste noordoosten. 219 van het zijn nog steeds spoorloos.

„Niemand maakt zich zorgen om hen”, zegt Gloria Aneyo, moeder van één van de ontvoerde meisjes. „De meeste Nigerianen zien Boko Haram als een probleem dat hen niet aangaat. Ze denken: ‘laat die islamitische bewoners van het noordoosten het maar met elkaar uitvechten’.”

Laatste levensdag

In plaats van dat ze mogen rekenen op sympathie, krijgen de demonstranten voor het Hilton het verwijt dat ze de positie van president Goodluck Jonathan ondermijnen met hun acties. Jonathan, afkomstig uit het overwegend christelijke zuiden, wil zich volgend jaar laten herverkiezen. Zijn aanhangers beschuldigen oppositiepolitici uit het noorden en de betogers voor het Hilton er zelfs van achter de ontvoering van de meisjes te zitten.

Journalist Sani Tukur van het dagblad Premium Times waagt dagelijks zijn leven om vanuit het noordoosten te berichten. „Iedereen staat er ’s ochtends op met de instelling dat dit zijn laatste levensdag wordt”, vertelt hij in Abuja. „De bewoners zitten klem tussen leger en Boko Haram. Ze moeten belasting afstaan aan Boko Haram en ze zijn bang voor het leger. Eerst vallen de terroristen hun dorpen aan en roven alles leeg. Dan komen de militairen en zeggen: ‘als jullie ons niet vertellen waar ze zijn, vermoorden we jullie’.”

Achterstelling, armoede en werkloosheid in het noorden spelen Boko Haram in de kaart. Maar de belangrijkste reden voor de groei van Boko Haram is paradoxaal genoeg het leger.

Misdragingen

Regelmatig wordt melding gemaakt van misdragingen door soldaten. Een dieptepunt was in maart toen Boko Haram een gevangenis in Maiduguri aanviel en honderen gevangenen wist te bevrijden. Uit pure wraak schoten richtten soldaten een bloedbad aan in de straten van Maiduguri, Zeshonderd mensen werden gedood.

Er is nog een verklaring waarom het leger er niet in slaagt Boko Haram in te dammen. Dat is corruptie. Tot 1999 maakten militairen de dienst uit Nigeria, en nog steeds hebben de strijdkrachten grote invloed, bijvoorbeeld bij de verdeling van de miljardeninkomsten uit de oliewinning. Maar voetsoldaten klagen dat ze geen goede wapens en uitrusting krijgen. Er is wel geld voor defensie, maar het meeste blijft aan de strijkstok hangen.

„De leiding van het veiligheidsapparaat neemt de bestrijding van terreur niet serieus”, zegt ppk journalist Sani Tukur. „Voor hen is Boko Haram een goudmijn”. Een Westerse diplomaat in Abuja bevestigt dat. „De geldkraan voor het leger staat open in de hoofdstad, maar slechts een klein deel komt in het strijdgebied terecht”, zegt hij. „Daardoor is het leger onvoldoende bewapend, slecht gemotiveerd en slaan soldaten aan het muiten. Zo kan Boko Haram haar activiteiten steeds verder uitbreiden. Het probleem is de corruptie”.

Tot dusver heeft de regering van president Jonathan drie keer in het geheim met Boko Haram onderhandeld. Vermoedelijk alle drie keer moest de president het overleg staken onder druk van het leger. Boko Haram bood aan om de gekidnapte meisjes te ruilen voor door het leger gearresteerde familieleden van Boko Haram-strijders, onder wie echtgenotes van de leider Shekau en familieleden van anderen. „Er was een moment dat Boko Haram de meisjes binnen enkele uren zou vrijlaten, maar het leger weigerde medewerking. En het ontbreekt Jonathan aan macht om tegen het leger in te gaan”, zegt journalist Tukur.

De diplomaat bevestigt die lezing. „Jonathan kan het leger niet zuiveren om het rottingsproces te stoppen. Hij zou een speciale antiterreureenheid moeten opzetten met Britse en Amerikaanse experts. Maar er bestaat verzet in het leger tegen buitenlandse pottenkijkers”.