Nederlander hoofdredacteur in Birma, dictatuur in overgang

Hans Hulst gaat een zakenblad leiden in een Aziatisch land dat weinig geduld heeft met de pers.

De redactie van Mizzima in Birma.

De Nederlandse Birma-kenner Hans Hulst arriveerde vorige herfst in Rangoon bij het weekblad Mizzima om de directeur te interviewen, die jaren gevangen had gezeten onder het generaalsbewind. Enkele uren later verliet hij de burelen van het blad, waar ook een gelijknamig dagblad en tv-programma’s worden gemaakt, met een aanbod op zak om zelf bij het weekblad te komen werken.

Na lang wikken en wegen hapte Hulst (1974) in februari toe en ging aan de slag. Zijn werk viel zo in de smaak dat hij eind deze maand zelfs aantreedt als hoofdredacteur van het Engelstalige weekblad dat vooral door de Birmese zakenwereld en expats wordt gelezen. De oplage bedraagt weliswaar maar enkele duizenden, maar Mizzima geldt als een serieuze publicatie.

Hulst, die net het boek Birmese Lente, de nadagen van de dictatuur in Myanmar heeft gepubliceerd, had geen spannender moment kunnen kiezen. Birma gaat een opwindend jaar tegemoet. Na de liberalisering van de laatste drie jaar onder leiding van president Thein Sein, die in het Westen zo enthousiast werd onthaald dat de meeste economische sancties inmiddels zijn ingetrokken, lijkt er de laatste maanden sprake van een stagnatie van de hervormingen. Volgend jaar zijn er nieuwe parlementsverkiezingen, die de partij van oppositieleider en Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi vermoedelijk aan een meerderheid helpen. Laten de generaals, die nog altijd de macht in handen hebben, haar en haar partij dan meeregeren? Of plegen ze weer een coup, zoals sommigen vrezen? En hoe gaat het, in de aanloop naar die verkiezingen met de oplaaiende onlusten tussen de boeddhistische meerderheid en islamitische minderheden zoals de Rohingya’s? Om nog maar te zwijgen van de toenemende repressie waarmee de media hebben te kampen.

„Het is een interessante uitdaging in die context een blad te maken”, zegt Hulst tijdens een gesprek in Amsterdam, om er even later met een glimlach aan toe te voegen. „Eigenlijk is het een echt politiek mijnenveld in Birma.”

Hoe uit zich die toenemende druk van het regime op de media?

„Na de opheffing van de censuur konden de media de laatste paar jaar steeds vrijer opereren. Maar sinds begin dit jaar is het klimaat duidelijk verscherpt. Verschillende journalisten zitten in de gevangenis. Vijf journalisten, die hadden geschreven over een chemische wapenfabriek, kregen zelfs een straf van tien jaar met dwangarbeid opgelegd. Buitenlandse journalisten krijgen niet langer visa voor drie maanden, maar nog maar voor vier weken. Mensen van de inlichtingendienst kwamen bovendien langs bij de kranten voor een ‘vriendelijke discussie’. Al ging het vriendelijk toe, ik kan dat niet anders zien dan als intimidatie.”

Waarom doet de regering dat?

„Ik denk dat ze het moeilijk vinden om te gaan met de toegenomen brutaliteit van de media. Misschien komt het ook doordat aanhangers van de harde lijn achter de schermen druk op de regering uitoefenen.”

Voelt u zich kwetsbaar als buitenlander?

„Ik voel me zeker kwetsbaar, omdat ook ik maar een visum voor korte duur heb. Maar ik ben niet bang dat ik zomaar in een cel beland. Dat zou een internationale kwestie worden en daar zit de regering niet op te wachten.”

Wat wilt u doen met Mizzima?

„Ik hoop het wat scherper te maken dan onder mijn voorganger, zonder grote risico’s te nemen. Birmese journalisten zijn vaak nog erg voorzichtig ingesteld, een overblijfsel uit de tijd van het militaire bewind. Die houding is ook cultureel bepaald. Zo is er hier vanouds veel respect voor leeftijd en voor autoriteit. Veel vragen die wij zouden stellen, stellen zij niet. Ze beginnen een artikel vaak met wat een of andere hotemetoot heeft gezegd en verstoppen het nieuws dan ergens achterin het verhaal.”

Gaat u ook publiceren over de verhouding tussen de boeddhisten en moslims?

„Dat ligt inderdaad heel gevoelig. Een paar buitenlanders die bij het maandblad The Irrawaddy kritisch schreven over een bloedig incident in de westelijke provincie Arakan, zijn het land uitgezet. Feit is gewoon dat er bij zeker 95 procent van de bevolking geen enkele sympathie is voor de Rohingya’s.”