Met het hele gezin op jihad in Syrië

Twee gezinnen hebben Nederland verlaten met als vermoedelijke bestemming: de Islamitische Staat in Syrië. Hun jonge kinderen gingen mee.

Nu of nooit, moeten de ouders gedacht hebben. Als we langer wachten, pakken ze onze paspoorten af net zoals bij verdachten in Huizen was gebeurd. Het jihadistische gezin uit Amersfoort vertrok met drie kinderen naar Syrië.

De vader is Jermaine W., de jongere broer van Jason die een jarenlange celstraf uitzat omdat hij deel uitmaakte van de Hofstadgroep waar ook Mohammed B. toe behoorde. Jason gooide een handgranaat naar een arrestatieteam. In 2010 nam hij publiekelijk afstand van zijn radicale islamitische ideeën. Zijn jongere broertje Jermaine zat enkele maanden vast, want hij werd ervan verdacht ook tot de Hofstadgroep te horen. Dat werd niet bewezen.

En nu is hij dus met vrouw Meryem en drie kinderen – van 6, 4 en 2 jaar – vertrokken. Net als een tweede gezin dat in de omgeving van Utrecht woont en contact zou hebben met het gezin in Huizen.

Inmiddels zijn er volgens de AIVD al 140 Nederlandse jihadstrijders naar Syrië of Irak afgereisd. Tot nu toe waren dat vooral jongemannen, voor het eerst vertrekken er nu ook gezinnen. Mede een gevolg van de oproep aan moslims door Abou Bakr al-Bagdadi, leider van het kalifaat in Syrië en Irak, om de Islamitische Staat te komen helpen opbouwen. De advocaat van de man uit Huizen die nog vastzit, zegt dat het gezin zich niet langer thuisvoelde in Nederland.

Volgens salafist Abu Hafs, de man achter Platform Bewust Moslim, geldt dat voor steeds meer moslims in Nederland. Abu Hafs laat zich regelmatig kritisch uit over de manier waarop belijdende moslims in Nederland worden behandeld. Hij was ook met een groepje jongemannen aanwezig tijdens de gemeenteraadsvergadering vorige week in Huizen waar de burgemeester tekst en uitleg gaf. Hafs vond het oppakken van de gezinnen en het onderbrengen van de kinderen op pleegadressen volstrekt ontoelaatbaar, vertelde hij. „Moslims voelen zich”, zei hij, „als joden in de jaren dertig van de vorige eeuw. Opgejaagd. We weten hoe dat is afgelopen. Wie geeft ons de garantie dat dat niet nog een keer gebeurt maar dan met de moslims.”

Ook moskeebestuurder Jacob van der Blom, ziet bij een deel van de jonge moslims grote frustraties en vindt dat zorgelijk. Van der Blom: „Als je in Nederland woont kun je kijken naar de voordelen: vrijheid, gelijkheid en zo. Je kunt ook denken: Ik hoor overal muziek, ik zie posters met half blote vrouwen, dat is tegen mijn religie. Die mensen raken gefrustreerd.”

Daarom, vindt Van der Blom, moet het gesprek niet gaan over het innemen van paspoorten, maar om de ideologie die achter het voornemen tot vertrek ligt. Van der Blom benadrukt het verschil tussen orthodoxie en extremisme. „Je kunt heel orthodox islamitisch zijn, maar de rechtstaat en democratie volkomen accepteren. Extremisten accepteren eigenlijk geen andersdenkenden en voelen zichzelf verheven boven de ander. En let wel, die lopen niet allemaal in een jurk. Er zijn ook extremisten in pak. De overheid zou kraakhelder moeten uitdragen dat orthodoxie mag. Het is prima om te geloven, te vasten, te bidden. Maar extremisten die met hun rug naar de maatschappij staan, tolereren we absoluut niet.”

De meeste moslims in Nederland, zegt Van der Blom, hebben niets met de Islamitische Staat. Maar die moslims laten zich niet horen. Alleen harde taal wordt gehoord. Zoals de Nederlandse politici ook alleen nog harde woorden laten horen. „Je kunt het nu echt niet gaan opnemen voor de moslims.”