Mag je als Gergjev- fan net zo politiek ‘naïef’ doen als hij?

Vrijdag barst in Rotterdam het Gergjev Festival los. Drie concerten met de Russische maestro annex door Poetin onderscheiden ‘Held van de Arbeid’, waaronder één met zijn Mariinski Orkest uit Petersburg. Een stukje Poetin in de polder. Zij niet onze komkommers, wij wel hun muziek – én hun belangrijkste dirigent. En Rotterdam staat niet alleen. In New York, Londen en München waren wel wat protesteerders tegen zijn komst, maar zoals Gergjev zelf fijntjes opmerkte: de bravoroepers waren veel talrijker.

Zalen en orkesten die hem invliegen zeggen meestal ook: muziek staat los van regeringen. En Valery Gergjev zelf? Interviews waarin hij zijn politieke opvattingen ontvouwt, steun aan Poetins homowet betuigt en/of de oorlog in Oekraïne analyseert, tonen opvallende constanten. Eén: een musicus moet doen waarin hij excelleert en zich zo min mogelijk bezighouden met politiek en zaken „waar hij geen verstand van heeft”. Twee: kunst maakt de wereld beter en Rusland heeft wat dat betreft véél te bieden. En als zijn ‘naïeve’ houding (naïef en slim zijn in deze context inwisselbaar) toch ter sprake komt, danst Gergjev de limbo. Homowetten? „Daar hoorde ik voor het eerst van in het Westen, in Rusland kent niemand ze.” Oekraïne? „Een Oekraïens probleem, heeft met Rusland niets te maken.”

Hoe veelzeggend (en voor velen: stuitend) die uitlatingen ook zijn, ze communiceren vooral verregaand opportunisme. Gergjev wil dirigeren, en verder geen gedoe. Mag je dat als vredelievend muziekliefhebber met gelijke munt terugbetalen door onbekommerd te genieten van zijn dirigeerkunst?Of is dat wansmakelijk hedonistisch?

In The New Yorker noemde muziekschrijver Alex Ross’ Gergjevs wens dat muziek losstaat van politiek pas „een aloude illusie”. Maar Daniel Barenboim bewijst met zijn orkest van Palestijnse en Israëlische jongeren het tegendeel. En ook The New Republic ging fel tegen Ross in. Kunst heeft een intrinsieke waarde die politiek ontstijgt. Wanneer je die waarde ontkent, ga je voorbij aan de essentie van kunst. En dat is óók niet zonder gevaar.

Muziek is een van de mooiste menselijke uitingen van vernuft, harmonie en kwetsbaarheid. Moet Gergjev dan op repertoirerantsoen? Alleen nog muziek dirigeren van homoseksuele componisten, met een boodschap van medemenselijkheid? Maar dan missen we de symfonieën Sjostakovitsj, die Gergjev als geen ander met veel schril orkestgekrijs en schurende tragiek zo maximaal eng en daardoor pacificerend kan vertolken. Wie het weet, mag het zeggen.