Jongeren beginnen later met alcohol drinken en roken

Twee meisjes proosten met hun drankjes. ANP / Roos Koole

Jongeren beginnen later met het drinken van alcohol. In 2003 had 71 procent van de jongeren onder de 12 jaar weleens alcohol gedronken, vorig jaar was dit 17 procent.

Dat blijkt uit een groot internationaal onderzoek, dat in Nederland is uitgevoerd door het Trimbos Instituut, de Universiteit Utrecht en het Sociaal en Cultureel Planbureau (pdf). Ook meer 13-, 14- en 15-jarigen stellen hun eerste alcoholische drankje uit. En de trend geldt ook voor roken: het aantal jongeren in de middelbareschoolleeftijd dat ooit gerookt heeft is tussen 2001 en 2013 sterk afgenomen van 46 naar 22 procent. En het aantal jongeren dat dagelijks rookt nam af van 13 naar 4 procent.

Er is geen afname te zien in de hoeveelheid alcohol die jongeren nuttigen: Het aantal binge-drinkers (zij die op een avond 5 of meer glazen drinken) onder hen die maandelijks drinken nam tussen 2011 en 2013 zelfs toe, van 64 naar 72 procent.

Meer welvaart, meer drinken

Verschillende groepen vertonen ander rook- en drinkgedrag. Zo is dagelijks roken, maandelijks drinken, binge-drinken en blowen veel gebruikelijker onder VMBO-leerlingen dan onder havo- of VWO-leerlingen. Allochtone jongeren hebben een lagere kans te roken en alcohol te gebruiken dan autochtone jongeren. En jongeren uit welvarende gezinnen drinken vaker maandelijks alcohol dan jongeren uit minder welvarende gezinnen.

Het HBSC-onderzoek

De cijfers komen uit het grote internationale HBSC-onderzoek. Dat onderzoek vond vier keer eerder plaats in 36 tot 41 landen. Bijna alle landen in Europa doen mee, en Canada, de VS, Turkije en Israël. In elk land worden evenveel leerlingen ondervraagd over hun welzijn en gezondheid, met als doel een goede vergelijking te kunnen maken. Nederlandse jongeren antwoorden systematisch positief tot zeer positief over hun geluk in vergelijking met jongeren in andere landen.

Per deelnemend land zijn ongeveer 1800 leerlingen per leeftijdsgroep (gemiddeld 13,5 en 15,5 jaar) ondervraagd. In Nederland zijn de vragenlijsten van 1597 leerlingen geanalyseerd. Deze leerlingen zijn benaderd via hun school. De scholen zijn gevonden via een aselecte steekproef, waarbij is gelet op woonplaats, voor een goede spreiding over stad en platteland. De vragenlijst zijn in alle deelnemende landen in oktober en november vorig jaar afgenomen.