Ik ga me niet afzetten. Waarom zou ik?

Of hij te uitgesproken is? Nee, vindt Mart Smeets. Sterker nog: neutraal zijn ziet hij als een gevaarlijke eigenschap. „Het is vooral veilig, je hoeft geen kleur te bekennen.”

illustratie enkeling

Welke…?

Mart Smeets: „Daar hoef ik niet lang over na te denken. Honkbal. Met lichtjaren voorsprong op welke andere sport dan ook. Ik weet dat het not done is in Nederland dit te roepen als je de voor ‘Hollands’ doorgaande sporten als schaatsen, wielrennen en ook voetbal decennialang als gospel in de huiskamer hebt gebracht, maar ik kan er niets aan doen.

„De gang naar een Major League Baseball-stadion (zelfs tijdens ‘springtraining’), het geluid van een goed geslagen honkslag, de ultieme spanning in de negende inning bij de Yankees tegen de Red Sox, zelfs de aanblik van het half lege stadion van de Houston Astros en hun lelijke pakken… Dat alles staat superieur hoog boven mijn gevoelens voor alle andere sporten. Ja, ik moet me inderdaad wel eens verontschuldigen, mensen snappen het niet, gaan me daarom ineens uitschelden… Of ik geen goede Nederlander ben… Honkbal… Onzin!”

Maar…

„Ik geef het toe: basketbal komt op de tweede plaats. Ik heb het zelf gespeeld en ik heb vele honderden, misschien wel duizenden stukjes over basketbal geschreven: in De Tijd, Haagse Post, Haarlems Dagblad, de Volkskrant, Trouw, Het Parool, in de Haagse Courant/RN, in Play Off, in Basketball, in wel twintig jaarboeken, in allerlei programmabladen, later op sites van God mag weten wie. Honkbal is heerlijk om in het stadion naar te kijken, basketbal is fantastisch om zelf te spelen.”

De indruk bestaat…

„… dat de NBA, oftewel de National Basketball Association, heilig is en dat de rest van de wereld maar een beetje voor de lol meedoet. Dat is een misverstand. Grappig om te weten: volleybal is de meest beoefende sport ter wereld en daarna komt basketbal. De NBA is de best georganiseerde, waarschijnlijk rijkste sportorganisatie ter wereld. De marketeers en zakelijk leiders daar lopen vier jaar voor op andere sportbonzen. Hun manier van denken is weidser, groter en kijkt niet alleen over grenzen heen, maar nog verder. Als je in Frankrijk ‘NBA’ op je computer aanklikt, krijg je al het nieuws in het Frans. Als je het tien kilometer over de Frans-Spaanse grens doet, lees je het in het Spaans. Het betreft hier dus een Amerikaanse basketbal-league, mind you.”

Toch gebruik je…

„Dat is misschien wel waar. Ik heb in mijn manier van commentaar geven bij samenvattingen van NBA-basketbal een trucje gevonden. Ik maak de wedstrijd of een bepaalde speler belangrijker dan die is. Bij de NOS deed ik uitsluitend samenvattingen, soms wat langer, soms extreem kort. Dan moest ik wel iets bedenken om het aardig te maken en aardig te houden. Ook weer zo leuk Nederlands: de NOS gebruikt NBA-basketbal als stopverf. Finalewedstrijden in mei en juni komen soms niet aan bod omdat er te veel paardensport, hockey of zwemmen is. Dan heb je in maart 22 minuten van een totaal onbelangrijke wedstrijd gedaan en blijk je in juni, als het er echt om gaat, niet meer op te hoeven draven. Andere voorkeuren, andere keuzes.”

Dus…

„... is het heel aangenaam om NBA-wedstrijden voor Sport1 te becommentariëren. Weliswaar vanuit een bezemkast in Amsterdam, maar de kijker krijgt tenminste de keuze voorgelegd, ook al is het midden in de nacht en sowieso de volgende dag. Ik vind het werk daar een zeer aangename voortzetting van mijn journalistieke loopbaan. Het houdt me oplettend, ik lees veel, zoek dingen op, ben constant bezig. Zoals het hoort.”

Maar is er dan nog een…

„Ja, klopt: tennis. Toptennis is een zaligheid om naar te kijken, zonder de regisseurs van Roland Garros welteverstaan, maar daar trap ik een open deur in. Zij maken een soort sportieve softporno.

„Het liefst kijk ik naar wedstrijden met Theo Bakker als commentator. Hij is één van Neerlands weinige topcommentatoren, en dan reken ik alle sporten en alle sprekers mee. Mooie dictie, weegt zijn woorden goed, zegt niet te veel en leest zeker geen reclamefolders voor. Voor een mooie lange Federer-wedstrijd kan je me altijd achter de tv zetten. Poetry in motion, zegt men immers en daarbij komt vooral een dosis beschaving en beheersing kijken die je in vele andere sporten tegenwoordig niet meer meemaakt. Ik wil de Grand Slam-toernooien graag terug op de Nederlandse buis. Wimbledon via de BBC is een jaarlijks hoogtepunt. Wij kijken dan even de andere kant op of zenden een persconferentie van Louis van Gaal ‘live’ uit. Ach ja…”

Ga je nu…

„Neen, ik ga me niet afzetten. Waarom zou ik? Die naam heb ik wel en sinds een paar jaar hebben vele programmamakers gehoopt dat ik weer eens een uitglijder, een stommiteit of een boerse ongepastheid in hun programma losliet, maar zelfs ik heb geleerd. De treurbuis? Als je niets van je gading vindt op de televisie, moet je niet kijken. Ja, het is bij ons thuis vaak behoorlijk stil, dat klopt. Zo rond tienen wil wel eens iemand even kijken. Ik moet wel eerlijkheidshalve toegeven dat ik de dag voor dit interview naar de finishreportage van een etappe in de Ronde van Polen zat te kijken – op Eurosport 2 nog wel, met een kraaiende Belgische meneer aan het woord. Tien seconden na de finish heb ik het toestel afgezet. Neen, niet goed.”

Kijk, daar heb ik…

„Nee hoor, daar heb je me helemaal niet. Ik bevuil mijn eigen stal niet, ben je gek. Veel is een kwestie van smaak. Ik lees liever Trouw dan De Telegraaf, ik kijk graag het NOS Journaal, terwijl ik het nieuws van RTL zelden of nooit zie. En ik weet dat Frits Wester de meest charismatische televisiepersoonlijkheid daar is; volgens mij een uitstekende journalist. Maar feit is, dat ik, waarom mag God weten, zulke dingen dus beter niet in het openbaar kan zeggen. Mensen ergeren zich eraan, worden boos of schrijven me stichtelijke brieven waarin ze stellen dat ik, als voormalig uithangbord van de NOS, me het best op de vlakte kan houden. Een soort neutraliteit die Nederland in de Eerste Wereldoorlog met zich meedroeg. Neutraal zijn is een gevaarlijke eigenschap. Het is vooral veilig, je hoeft geen kleur te bekennen.”

Mag ik tot slot nog iets vragen over je laatste…

„Of het mijn laatste is, weet ik niet, want ik neem aan dat je het over de Ronde van Frankrijk wilt hebben. Neen, niemand heeft me iets gezegd. Echt waar, geen woord, letterlijk geen woord. We hebben een best moeilijke serie uitzendingen moeten maken en met dik negenhonderdduizend kijkers gemiddeld mogen we heel dik tevreden zijn… Die wetenschap heeft me van diverse kanten bereikt. Maar of het allemaal ook goed was? Dat is moeilijk te zeggen. Het was verwarrend, dan weer om zeven uur beginnen, dan weer tien voor half twaalf, eerst te midden van niet bijster interessant voetbal, toen rond De Ramp. Ja, het was een groots gevoel dat met die club van 22 mensen wéér voor elkaar gekregen te hebben. Dat geeft een heel trots gevoel, tenminste bij mij. Maar, toegegeven: ook iets van afscheid en vergankelijkheid. Ja, dat klopt, ik ben in die fase van mijn leven aangekomen. Nee, het is niet altijd leuk of aangenaam, maar ik accepteer het. Met frisse tegenzin soms.”

Nog twee dingen tot slot…

„Neen, ik heb nog nooit getwitterd (hallo Youp), weet niet eens hoe het moet. En dat andere?”

A…

„Neen, over Andries Knevel zeg ik niets… God bewaar me.”