Het rijkste, gulzigste en gekste festival

Festival biedt bijna tachtig voorstellingen – van het laagste tot het hoogste – op veertig verrassende locaties in Amsterdam.

Boven: de betoverende Zuid-Afrikaanse voorstelling Siembamba, over een uitwas van de apartheid. Rechtsboven: poppenstriptease Fabrique Erotique, rechtsonder: sterk spel in Little Black Dress Foto’s Polle B. Willemsen

Interesse in vrouwenproblemen, Edward Hopper, travestie, twintigerstwijfels? Of voelt u meer voor seks, apartheid of Simone de Beauvoir? Kies maar: Hersenonderzoek, moeder en dochter, homoseksualiteit of kunst? Of natuurlijk Mick Jagger, sociaal ongemak, utopieën. Nee? Liefde dan. Status. Barry White. Striptease?

Roep maar; het kan allemaal.

In de bijna 80 voorstellingen op het Amsterdam Fringe Festival zijn alle bovenstaande thema’s vertegenwoordigd, sommige (vrouwenproblemen, twintigerstwijfels) zelfs meer dan eens. Verspreid over veertig locaties in Amsterdam, waaronder de gekste plekken – de wc’s van het Volkshotel, seksclub Casa Rosso, Het Veronicaschip, Club Up – is de Fringe het rijkste, gekste, gulzigste en meest gevarieerde festival van het jaar. De organisatie geeft bewust geen garantie voor kwaliteit – er is een open inschrijving – dus treft u zonderlingen naast beloftes, outcasts naast erkend talent, mislukkingen naast meesterwerkjes. Niets staat vast, op de Fringe. Maar altijd gegarandeerd is avontuur.

Wie de complete beleving wil, kiest een royaal pakket van voorstellingen, met tenminste één extreme uitschieter, zoals Fabrique Erotique van de Prikkelpoppies; een poppen-striptease-horror-travo-show in Casa Rosso op de Wallen. Op een zonnige namiddag schuifelt een atypische rij bezoekers giechelig het zondig schemerduister van het sekstheater in. Langs de onthullende foto’s van het reguliere theateraanbod; voorbij de verrassend voorkomende, middelbare gastheren – als je elke avond een seksshow host, is poppentheater een verzetje. In het zaaltje blijken de stoeltjes van nepvelours met de praktische kenmerken van plastic, en ligt op elke rugleuning alvast een zakdoekje klaar. De show zelf kent, naast veel flauwiteiten, een verrassende variant op de zingende (en rokende) vagina; in deze omgeving – helaas – niet ver van de werkelijkheid.

Naast aberraties als Fabrique Erotique staan meer conventionele voorstellingen als Little Black Dress van aanstormend regisseur Eva Line de Boer. De tekst (van Elly Scheele) is inhoudelijk niet bijster origineel, maar wel trefzeker en gevat. Over sociaal ongemak gaat het, over aanpassing en identiteit. In de mozaïekvoorstelling zien we steeds twee vrouwen (Anne-Chris Schulting en Lotte Driessen) in verschillende sociale situaties: de opening van een expositie, de presentatie van een dichtbundel, een ontmoeting van twee jeugdvriendinnen. Bij hun moeizame pogingen tot een gesprek schiet elk woord tekort of vormt een splijtzwam. De belofte van, en behoefte aan, echt contact strandt op wantrouwen, onbegrip en egocentrisme. Ondanks goedbedoelde pogingen loopt het bijna altijd mis.

In hun spel vullen de actrices elkaar knap aan. Waar Schulting bijkans uit elkaar barst van geëxalteerde expressie, speelt Driessen subtiel op de millimeter. Zij kan prachtig incasseren; alleen de blik in haar ogen of een trekje om de mond verraadt haar wankele binnenwereld.

De Boer plaatst hun sociale geworstel in een vervreemdend kader, waarin de twee vrouwen door twee ‘onderzoekers’ steeds opnieuw met elkaar worden geconfronteerd, alsof elke ontmoeting een testsituatie is. Die ingreep tilt de tekst uit boven het alledaagse, en transformeert het stuk tot een filosofisch commentaar op het onvermogen van de mens. Tegelijk verbeeldt De Boer zo slim het gevoel dat elk van dit soort ontmoetingen een examen is, waarbij een ander jouw gestuntel observeert en beoordeelt. En slagen doen we nooit.

Over de onmogelijkheid tot echt contact gaat ook het betoverende Siembamba, van het Zuid-Afrikaanse collectief Rust Co-Operative. Maar hier is de kloof tussen de ene en de andere mens veel dieper en breder: wit/zwart, rijk/arm, baas/ondergeschikte. Siembamba vertelt het roerende verhaal van een blank kind en haar zwarte kindermeisje. Hoe deze vrouw, Trudy, te zien is op elke foto van elke verjaardag, terwijl ze thuis de verjaardagen van haar eigen dochter mist. Een schrijnende situatie, voor alle betrokkenen: één kind krijgt liefde van iemand die haar moeder niet is, de ander mist die liefde helemaal. Trudy richt de zorg die ze haar eigen dochter niet kan geven volledig op het blanke meisje, totdat het gezin verhuist en het ‘dienstverband’ plotsklaps eindigt.

Ook Rust Co-Operative tilt de vertelling uit boven het particuliere, door van deze pijnlijke uitwas in de geschiedenis van Zuid-Afrika terug te associëren tot de oerknal en de geboorte van de mens. Zijn we niet allemaal kinderen van één moeder?

Zo paart het Fringe Festival eigengereid het laagste aan het hoogste, en is als caleidoscopisch totaalfestival volmaakt.