Gluck met stevige bravoure

Christoph Willibald Gluck, wiens 300ste geboortejaar dit jaar wordt gevierd, schreef in de veertig jaar tussen 1741 en 1781, naast allerlei instrumentale en vocale muziek, 49 opera’s.

Sommige behoren tot het grote repertoire (Orfeo ed Euridice, Alceste, de opera’s over Iphigénie in Aulis en in Taurus), maar de meeste zijn nauwelijks of niet bekend. Halverwege zijn operacarrière maakte Gluck een eind aan de overdadige barokstijl en ontwikkelde vanaf Orfeo ed Euridice een gestroomlijnde dramatiek.De goede Duitse tenor en componist Daniel Behle zingt aria’s uit beide periodes. Hij begint met ouder werk, stevig en met bravoure. Dan is er opeens het feest der herkenning: het lijkt Che puro ciel uit Orfeo ed Euridice (1762), maar het is Se povero il ruscello uit Ezio (1750), dat Gluck dus later vereenvoudigde tot een van de geliefdste aria’s uit de operahistorie. Uit de Franse versie van Orfeo klinkt nog het tragische J’ai perdu mon Eurydice.